Energietransitie – ‘Industrie werkt nauwelijks mee’

17 mei 2017Zonder inspanning van de industrie is klimaatbeleid kansloos, maar de Nederlandse industrie werkt nauwelijks mee. Dat concludeert De Groene Amsterdammer na een eigen onderzoek.

De Groene Amsterdammer concludeert dat er sprake is van een paradox bij de Nederlandse industrie: ‘Het historische klimaatverdrag omarmen en tegelijkertijd doorgaan met business as usual.’ Het blad heeft een uitvoerige studie gemaakt van de inspanningen van de Nederlandse industrie en komt tot sombere conclusies. ‘Kunnen we als maatschappij ons lot in de handen van de industriële bedrijven leggen? Of zijn er vanuit de overheid ingrijpende maatregelen noodzakelijk? De industrie wacht af en hoopt dat vooral anderen – lees wij allemaal – de rekening zullen betalen.’

Uit het artikel van De Groene Amsterdammer
‘(…) De Nederlandse industrie stoot nog net zoveel broeikasgassen uit als tien jaar geleden, blijkt uit cijfers van de EEA. En de bedrijven die meedoen aan het Europese emissiehandelssysteem (ETS) zijn afgelopen vijf jaar zelfs méér gaan uitstoten, aldus de Nederlandse Emissie Autoriteit. (…) Opvallend genoeg zijn het juist industriële bedrijven die in Den Haag lobbyen voor miljardeninvesteringen in duurzame innovatie. (…)
[De] strategie die de hele Nederlandse industrie aanhangt: de bestaande technologie wordt zo efficiënt mogelijk toegepast. Daardoor wordt er niet alleen een milieuwinst geboekt, maar worden ook kosten bespaard. Het zijn relatief gemakkelijke maatregelen, waarbij winst en milieu hand in hand gaan. Het grote probleem hierbij, zo blijkt uit ons onderzoek: dit is bij lange na niet voldoende om de noodzakelijke CO2-reductie tot stand te brengen. Het bestaande industriële paradigma van een fossiele economie blijft recht overeind. De andere bedrijven uit de top-10, die schriftelijk antwoord hebben gegeven op onze vragen, bevestigen die indruk: wij doen al wat we kunnen, maar de vraag naar onze producten neemt toe waardoor de milieuwinst soms alweer teniet is gedaan.
Deze houding is fnuikend voor een succesvol milieubeleid. De industrie is namelijk de sector die voor de meeste opwarming zorgt. Twee derde van de CO2-uitstoot in Europa is afkomstig van industriële processen: productie, energieopwekking en afvalverwerking. De invloed van de industrie op de klimaatverandering is daarmee, volgens Eurostat, bijna drie keer zo groot als die van alle verkeer en zes keer zo groot als die van de hele landbouwsector.

Nederlandse industriële bedrijven hebben het de afgelopen jaren bovendien slechter gedaan dan hun concurrenten in de meeste andere Europese landen. Terwijl de uitstoot van de Europese industrie sinds 2005 met 26 procent is gedaald, is die van de Nederlandse industrie met twee procent gestegen. Vorig jaar bereikte de emissies door de industrie zelfs een piek. (…)
Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) waarschuwt dat het laaghangende fruit – zoals efficiëntieverbeteringen en andere makkelijk te realiseren maatregelen – binnenkort op is. Volgens het bureau is de komende tien jaar een radicale en relatief dure omslag noodzakelijk.
Waarom zijn er in Nederland zo weinig vorderingen gemaakt? Het antwoord luidt: door ETS, door de beperkte doelstelling van het Energieakkoord en door een halfslachtig optredende overheid. (…)
De Nederlandse overheid opereert op z’n zachtst gezegd weinig voortvarend. Dat bijvoorbeeld het ETS niet werkt, wordt inmiddels algemeen erkend. Het Nederlandse voorstel om een bodemprijs in het systeem te leggen werd echter in Europa weggestemd. Alternatieve maatregelen, zoals een belasting op de uitstoot van koolstof, wordt afgewezen omdat dit de concurrentiepositie van ons bedrijfsleven aantast. Die concurrentiepositie is heilig, zelfs als daarvoor de uitstoot van meer CO2 noodzakelijk is. (…)’

 

Bronnen
De Groene Amsterdammer, 16 mei 2017: Gokken met de wereld – Onderzoek – De grootste opwarmers van Nederland (later deze week ook via Blendle)
Foto: FluxEnergie/© Paul Tolenaar

 



Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedintumblrmail