foto: Pieter Clicteur / Elia

Belgisch stopcontact op zee wordt gebouwd in Nederland

In Zwijndrecht (Zuid-Holland) laat de Belgische hoogspanningsnetbeheerder Elia door Heerema een “stopcontact” bouwen, dat later naar de Noordzee wordt verscheept. Het moet er vanaf september 2019 de elektriciteit van vier Belgische offshore windparken bundelen en het via kabels aan land brengen. Het gaat om een investering van circa 400 miljoen euro.

Dit 41 m hoge schakelplatform kreeg de weinig poëtische naam Modular Offshore Grid (Mog). Zijn funderingsvoet is vorige week in zee geïnstalleerd. Hij steunt op vier palen, die tot op een diepte van 60 m in de zeebodem zijn verankerd. Het Mog zelf moet er komend voorjaar worden geplaatst, op 40 km uit de kust. Op termijn moet het de elektriciteit van het bestaande windpark Rentel, de geplande windparken Seastar en Mermaid en Northwester 2, dat momenteel in aanbouw is, via een gezamenlijke kabelbundel aan land brengen. Daar worden ze aangesloten op het Stevin-hoogspanningsstation in Zeebrugge.

Het schakelplatform bestaat uit twee delen: het bovenste gedeelte waar de elektrische apparatuur wordt ondergebracht (topside) en de steuninfrastructuur die op de zeebodem rust (jacket). De topside bestaat uit een kabelruimte, waar de kabels toekomen en vertrekken, een schakelruimte en een controleruimte.

Na het installeren van de topside op de jacket worden de eerste kabelverbindingen aangesloten in 2019. Hierdoor zal een deel van de windparken zich al kunnen aansluiten op het Mog. De volledige capaciteit zal beschikbaar zijn in 2020. Het platform blijft onbemand en zal vanop afstand volledig gemonitord en gestuurd worden.

Alle 220 kV-kabels samen hebben een lengte van 130 km. Met hun 28 cm diameter zijn het de dikste kabels ooit geïnstalleerd in de Noordzee. Als bescherming tegen ankers of sleepnetten van vissers worden ze steeds ingegraven. De ingraafdiepte ligt meestal tussen 1 m en 3 m.

Dankzij de combinatie van meerdere windparken volstaat één enkel aanlandingspunt en kunnen diverse kabelwerken in één keer worden uitgevoerd. Dat drukt de kostprijs omlaag. Hierdoor wordt ook circa 40 km aan kabel bespaard en wordt de impact op de zeebodem en het maritieme milieu aanzienlijk beperkt. Daarenboven zorgt het Mog voor een hogere beschikbaarheid van de geproduceerde energie. Als één van de offshore kabels uitvalt of defect is, kunnen de windparken hun energie blijven injecteren in het Belgische transportnet.

Auteur: Koen Mortelmans

Koen Mortelmans is freelance redacteur voor FluxEnergie en Nieuwsblad Transport.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.