foto; Engie

CD&V houdt kier op kernenergie en pleit voor aardgascentrales

De Vlaamse politieke partij CD&V heeft haar energievisie in een nieuw kleedje gestoken. Ze bevestigt daarin resoluut haar wil om in 2025 volledig uit nucleaire energie te stappen, maar laat de deur toch op een kier.

“Nieuw uitstel van de nucleaire uitstap kan en mag niet tegen 2025 nog eens gemotiveerd worden met een gebrek aan alternatieven en slechte voorbereiding. We wensen absoluut te vermijden dat in 2021 of 2022 toch moet beslist worden om Doel 3/Tihange 2 te verlengen. De studie over de beschikbare capaciteit in buurlanden moet jaarlijks worden geactualiseerd. Indien er grote wijzigingen dreigen, moeten de alternatieven klaar staan. We willen geen twijfel over het stopzetten van beide reactoren,” luidt het in de visietekst, opgesteld door de Vlaamse parlementsleden Leen Dierick en Robrecht Bothuyne. Doel 4 en Tihange 3, waarvan de sluiting nu is voorzien in 2025, worden echter niet met naam vernoemd.

“Nieuwe kerncentrales zijn bij ons met de huidige en verwachte marktprijzen niet rendabel op te richten.” Maar de Vlaamse christendemocraten stellen de financiering van projecten zoals Iter of Myrrha met overheidsgeld niet in vraag. “Onderzoek en ontwikkeling moeten duidelijk maken of toekomstige kerntechnologie ooit een antwoord kan bieden op de bezwaren tegen nucleaire technologie.”

Interconnecties

Ook over de interconnecties voor elektriciteit met de buurlanden vertoont de tekst enige tweeslachtigheid. “We moeten ze verder versterken en het gebruik ervan verder verbeteren. Een grotere grenscapaciteit met de buurlanden maakt het opvangen van schommelingen van vraag en aanbod goedkoper en de risico’s op uitval kleiner. De groothandelsprijzen zullen ook minder verschillen met die in de buurlanden door nog optimalere marktwerking.”

Vanaf ongeveer 2021 kan België in principe tot bijna de helft van zijn piekverbruik importeren. Uitgedrukt in verhouding tot de geïnstalleerde productiecapaciteit zit België momenteel al aan 17% interconnectiegraad. “Dat is substantieel meer dan het Europese streefcijfer van minimaal 10% tegen 2020 en 15% tegen 2030. We zijn daarin Europese koploper. Die vergelijking geeft wel aan dat we voor een eventuele verdere uitbreiding van de verbindingen met de buurlanden voorzichtig moeten zijn, want de investeringen worden betaald via de nettarieven.”

Aardgas

België is een centraal aardgasknooppunt voor de West-Europese markt, dankzij het goede gastransportnet, de rol van Zeebrugge als markt- en overslagplaats en door de grote opslagcapaciteit in Zeebrugge en Loenhout . “Dit levert ons zeer competitieve gasprijzen op. Die positie moeten we verdedigen. Een stimulerend marktmodel, concurrentiële vervoerstarieven en goede toegang tot handel in Zeebrugge moeten zorgen voor voldoende volume door ons land, waardoor onze eigen netkosten laag blijven.”

“De grote hoeveelheid hernieuwbare elektriciteitsproductie met lage marginale productiekost zal de traditionele centrales hoe langer hoe meer in het defensief drukken. Ze komen aan minder draaiuren per jaar, maar tijdens momenten van weinig wind en zon zullen back-up-centrales wel essentieel blijven, ook al zullen ze maar enkele tientallen uren per jaar draaien. Een volledige kernuitstap in 2025 vraagt vanaf dat jaar ineens een grote hoeveelheid extra capaciteit aan gascentrales.”

“Nieuwe gascentrales zijn momenteel niet rendabel. De overheid zal een ondersteuningsmechanisme moeten uitwerken om het rendement van nieuwe productiecapaciteit in België te verzekeren en zo de bouw ervan mogelijk te maken. De beste oplossing voor gascentrales die voldoende uren gaan kunnen produceren, is investeringsduidelijkheid. De beste oplossing voor gascentrales die weinig draaiuren en dus verlies riskeren, is een mechanisme dat een minimum aan inkomsten garandeert; als er voldoende draaiuren zijn geweest, hoeft er geen steun te zijn. Dit mechanisme moet technologieneutraal, tijdelijk en flexibel zijn, en mag bovendien open staan voor productiecapaciteit van over de grens.

“Er moet nu gestart worden met het vinden van geschikte locaties. Een vijftal nu bestaande gascentrales zijn tegen 2025 uit dienst en kunnen vervangen worden, direct over de grens met Nederland is er goedkope reservecapaciteit en diverse andere industriële sites in ons land zijn technisch geschikt om nieuwe gascentrales te kunnen bouwen.”

Koolstofprijs optrekken

“We moeten trachten bestaande performante gascentrales een perspectief te geven tot na 2025. Alles staat of valt echter met hun competitiviteit tegenover (buitenlandse) steenkoolcentrales, nu en in de toekomst, zodat ze aan voldoende hoge belasting kunnen draaien. Het is daarom belangrijk dat er én een stabiele visie op de kernuitstap is, én de CO2-prijs via ETS robuuster wordt om de bruinkool- en steenkoolcentrales in Europa verder te ontraden, conform hun klimaatimpact. Eerste manier om dit te bereiken zijn uitfaseringen door de lidstaten zelf, zoals onder meer het VK en Denemarken plannen en Nederland en Frankrijk bediscussiëren. Zulke planmatige aanpak vermijdt geforceerde marktschokken.”

Netonafhankelijkheid

“Pioniers die zich onafhankelijk maken van het net mogen profiteren van de baten die dit collectief geeft op het vlak van leefmilieu en energiezekerheid, maar betalen om het net te kunnen gebruiken in geval van technisch falen van de eigen installatie,” luidt het standpunt van de CD&V. “We steunen daarom het plan om de zuivere netkosten te verrekenen volgens zwaarte van de aansluiting of het afgenomen piekvermogen. Die reflecteren het zuiverst de kost van de infrastructuur, beter dan de via het net afgenomen kWh; vooral nu hoe langer hoe meer prosumenten hun netto-afname van het net beperken, maar nog voluit op het net terugvallen om hun momentane overschotten en tekorten gedurende de dag en de seizoenen te bufferen. Wie zich afkoppelt van het net, betaalt qua zuivere netkosten alleen nog voor de eventuele noodaansluiting.”

Het gebruik van de zwaarte van een aansluiting houdt echter geen rekening met variaties in het energieverbruik en de energieproductie. Een huishouden kan bijvoorbeeld een pv-installatie plaatsen wanneer er vier tienerkinderen thuis wonen. Vijf of tien jaar later is die installatie even zwaar, maar liggen zowel het productievermogen van de pv-panelen als het energieverbruik (de kinderen zijn het huis uit) lager. Een pv-eigenaar op lange wereldreis betaalt in dit systeem een forse som, zijn buurman zonder pv-panelen die met hem meereist, betaalt nul euro voor zijn nulverbruik. En wanneer de pv-installatie (langdurig) defect is blijft het prosumententarief lopen, terwijl de eigenaar daarenboven dezelfde stroomprijs betaalt als zijn buur zonder pv-panelen. De CD&V-energiespecialisten reageerden niet op onze vraag tot toelichting.

“Een basisaansluiting voor elektriciteit is een recht van iedereen en de kost ervan wordt gesolidariseerd. Voor elektrische verwarming (inclusief warmtepomp) mag er geen scheeftrekking zijn tegenover verwarming op aardgas. De uitgespaarde kost van een aardgasaansluiting telt mee in de afweging: met een warmtepomp spaart men immers ook een aardgasaansluiting uit.” CD&V spreekt zich niet uit over de opportuniteit of het duurzame aspect van elektrische woningverwarming.

Europese samenwerking

Traditiegetrouw blijft de CD&V een pleitbezorger voor Europese samenwerking. “Alleen zijn we te klein om de uitdagingen van de elektriciteitstransitie kostenefficiënt aan te pakken. Al sinds we onze kerncentrales plaatsten, kunnen we een plotse uitval van die grote vermogens niet alleen opvangen. Energieonafhankelijkheid is dus een illusie. Nu, vermits we 80% van onze brandstof importeren, maar ook later, wanneer we nog meer met variabele elektriciteitsproductie uit zon en wind gaan te maken hebben,” klinkt het.

Volgens de CD&V heeft België er als klein land en open economie alle belang bij in te zetten op een veerkrachtige Europese Energie-Unie. “Schaalvoordelen maken onze energie betaalbaarder. De kost om niet zonder stroom te zitten ondanks de toename aan intermitterende elektriciteit van zon en wind, wordt beperkt doordat landen elkaar bijstaan. In een supranationale samenwerking kunnen we wind- en zonne-energie vooral daar exploiteren, waar dat het makkelijkst en het goedkoopst is.”

Auteur: Koen Mortelmans

Koen Mortelmans is freelance redacteur voor FluxEnergie en Nieuwsblad Transport.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.