‘Denk niet alleen aan gascentrales voor de bevoorradingszekerheid’

Ode en Cogen, twee Vlaamse sectororganisaties in duurzame energie, stellen een aantal vragen over de inzet van nieuwe, gasgestookte elektriciteitscentrales om in de overgang naar een volledig hernieuwbaar energiegebruik de leveringszekerheid te waarborgen.

“In de discussie over het steunen van nieuwe gascentrales ontbreken enkele cruciale vragen en krijgen we dus ook niet de juiste antwoorden. Moeten we enkel inzetten op grote centrales? Hoe verzoenen we nieuwe fossiele centrales met de energietransitie richting CO2-neutraal? En waarom de warmte van centrales de lucht in blazen als we ze nog nuttig kunnen gebruiken,” stellen Ode-directeur Bram Claeys en afgevaardigd bestuurder van Cogen Jean Pierre Boydens. Ode bundelt de krachten van meer dan tweehonderd bedrijven, kenniscentra, universiteiten, overheden en organisaties in technologieplatformen en werkgroepen. Cogen is de Vlaamse sectororganisatie voor warmtekrachtkoppeling.

Beide organisaties breken een lans voor de installatie van warmtekrachtkoppelingen (wkk) met een warmtenet. “Het zijn kleine efficiënte centrales die tegelijkertijd elektriciteit en warmte produceren. Het totale energierendement ligt daardoor op 90%. In plaats van gas in grote centrales met een rendement van 50% alleen voor (flexibele) stroomproductie te verbranden en helft van de energie als warmte de lucht in te blazen, is de logische keuze om met dezelfde gasvolumes in een wkk naast stroom ook nuttige warmte te produceren,” zeggen Claeys en Boydens.

Katalysator voor duurzame warmtenetten

Naast grote gascentrales biedt de decentrale opstelling van kleinere wkk-eenheden volgens hen nieuwe opportuniteiten voor een efficiënt energiesysteem en de verduurzaming ervan. “Wkk vlakbij dicht bebouwde kernen kunnen de bouwstenen vormen voor de uitrol van een lokaal warmtenet en zo bijdragen aan een efficiënte collectieve woningverwarming. In de toekomst kan dit warmtenet en tegelijk ook alle aangesloten warmteverbruik duurzaam worden door de vervanging van de gas-wkk door een duurzame bron. Als het warmtenet er al ligt, moet op dat moment alleen de investering in de groene warmtebron gebeuren. Bovendien kan je wkk voeden biomassa of groen gas: vandaag is al 14% van de door wkk geproduceerde elektriciteit hernieuwbaar.”

Een recente studie van het Europese project Heat Roadmap Europe 4 berekent voor België in de residentiële warmteleveringen een optimaal aandeel van 37% warmtenetten (momenteel 1%). “Dat aandeel kan nog hoger uitkomen als we ook industriële warmteleveringen inrekenen. In het 2050-scenario komt de helft van de warmte uit wkk, aangevuld met een kwart uit warmtepompen en een zesde uit thermische zonne-energie. Industriële restwarmte maakt het plaatje rond. Bij een totale warmtebesparing van 25% in woningen tegen 2050 levert de uitrol van warmtenetten een jaarlijkse besparing op van 440 miljoen euro in de systeemkost van energie.”

Kopenhagen, Gent, Kiel

In de energietransitie willen Ode en Cogen de optimale combinaties tussen de verschillende energiebehoeften, zoals elektriciteit en warmte bekijken. “Een grote thermische opslag kan overschotten van wind- of zonnestroom in de vorm van warmte bufferen om op een later tijdstip een warmtenet te voeden. Zo’n warmtebuffer is ook voor een wkk interessant: bij flexibele stroomproductie gaat de warmte niet verloren maar wordt ze opgeslagen. Het is daarom geen toeval dat in de stad Kopenhagen het transport van warmte en elektriciteit door éénzelfde beheerder gebeurt, precies om de wisselwerking tussen stroom en warmte optimaal te sturen. In Gent kreeg het stadsverwarmingsnet recent een grote thermische opslag om de inzet van de nieuwe wkk te optimaliseren. Het warmtenet van de Duitse havenstad Kiel –dicht bij de grote windmolenparken in de Baltische zee– draait op 20 wkk-eenheden in combinatie met een grote ondergrondse warmteopslag en een centrale elektrische boiler.”

Wkk beperken netverliezen door decentrale productie. “En ze kunnen alle systeemdiensten leveren, met een zeer hoge efficiëntie. Nu al is wkk goed voor bijna 3.000 megawatt opgesteld vermogen, of 20% van de elektriciteitsproductie op de Belgische markt. De nood aan meer flexibele (gas)centrales kan voor een belangrijk deel perfect ingevuld worden door bijkomende wkk-installaties, die zowel stroom als nuttige warmte produceren en snel kunnen inspelen op de schommelende productie uit wind- en zonne-energie.”

Auteur: Koen Mortelmans

Koen Mortelmans is freelance redacteur voor FluxEnergie en Nieuwsblad Transport.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.