Dijksma: ‘Effect onzekerheidsmarge methaanuitstoot op cijfers totale uitstoot valt mee’

10 mei 2017In een brief aan de Tweede Kamer legt staatssecretaris Dijksma uit hoe het komt dat de gemeten concentratie methaan niet overeenkomt met de gerapporteerde uitstoot. De consequenties daarvan voor de cijfers van de totale uitstoot broeikasgassen vallen mee, stelt Dijksma, door het ‘relatief beperkte aandeel van methaan in de totale uitstoot’. 

In april onthulde De Correspondent dat de gemeten hoeveelheid methaan in de atmosfeer veel hoger is dan de gerapporteerde uitstoot. Staatssecretaris Dijksma beloofde de cijfers te onderzoeken en bij grote afwijking melding te doen bij het VN-klimaatpanel IPCC. Ook sloot ze eerder niet uit dat mogelijk het klimaatbeleid strenger zou moeten.

In een brief aan de Tweede Kamer schrijft Dijksma maandag dat er inderdaad een relatief grote onzekerheidsmarge in de methaancijfers bestaat, maar dat de consequenties daarvan op de Nederlandse cijfers voor de totale uitstoot van broeikasgassen meevalt. Tussen de regels door valt te lezen dat de bandbreedte in de methaancijfers nu geen aanleiding zijn voor het kabinet om het klimaatbeleid aan te passen.

Uit de brief van Dijksma
‘(…) emissiedata [gaan] vrijwel altijd gepaard (…) met een bepaalde onzekerheidsbandbreedte, die ook vermeld wordt in de betreffende rapportages. Ook voor data uit metingen gelden overigens bepaalde onzekerheidsmarges. Ondanks de voornoemde verificatieprocessen kan het daarom voorkomen dat in de data emissies in bepaalde mate worden onder- of overschat. Bij het formuleren van beleid realiseert het kabinet zich dit terdege en wordt het beleid aangepast als nieuwe inzichten daar aanleiding toe geven.
Voor methaan geldt dat dit broeikasgas in Nederland in 1990 verantwoordelijk was voor ongeveer 15% van de gerapporteerde broeikasgasemissies (in CO2- equivalenten) en in 2015 voor 10%. Ten aanzien van dit laatste percentage geldt op basis van internationaal geaccepteerde onzekerheden in emissieberekeningen een bandbreedte van 8 tot 12%. Gezien het relatief beperkte aandeel van methaan in de totale uitstoot van broeikasgassen, komt deze bandbreedte overeen met een geringe marge in de totale uitstoot waarvoor eventueel extra beleid ingezet moet worden om de klimaatdoelen te realiseren. De onzekerheidsmarge voor de uitstoot van CO2, dat verantwoordelijk is voor het overgrote deel van de uitstoot van broeikasgassen, is significant lager. (…)’

De relatief grote onzekerheidsmarge in de methaancijfers ontstaan doordat Nederland alleen de door de mens uitgestoten methaan rapporteert aan de EU en de VN, aldus Dijksma. Maar er is meer methaan in de atmosfeer, bijvoorbeeld van natuurlijke uitstoot of uit andere landen.

‘(…) Gemeten concentraties in de lucht kunnen het resultaat zijn van directe emissies, atmosferisch transport over nationale grenzen heen of chemische omzettingen in de atmosfeer. Het omrekenen van concentraties naar emissies is daarmee een complex proces waaraan ook de nodige onzekerheden zijn verbonden. (…)
Indien op basis van actuele wetenschappelijke inzichten blijkt dat de cijfers moeten worden bijgesteld, dan worden deze ook doorgevoerd in de gegevensreeksen voor de broeikasgasrapportages. Dergelijke fine-tuning vindt vrijwel elk jaar plaats, en draagt bij aan een verdere kwaliteitsverbetering van de emissiedata. (…)’

Bronnen
Brief van Dijksma aan de Tweede Kamer, 8 mei 2017
FluxEnergie, 19 april 2017: ‘Klimaatbeleid moet mogelijk strenger door methaanuitstoot’
FluxEnergie, 18 april 2017: Onthulling: ‘Nederland stoot veel meer broeikasgas uit dan de overheid beweert’

Foto: Meetmast in Cabauw waarmee ECN de concentratie methaan in de atmosfeer meet (KNMI)
Inzet: Dijksma (Rijksoverheid)

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.