‘Elektriciteitsmarkt in zwaar weer – Marktmodel werkt niet meer’

30 september 2016Het huidig marktmodel werkt niet meer voor de stroommarkt. Er komt veel gesubsidieerd vermogen op de markt, terwijl de traditionele spelers investeringen nutteloos zien worden. ‘Het huidig marktmodel geeft geen adequate investeringsimpulsen meer.’ 

Dat concludeert Pieter Boot, hoofd van de sector Klimaat, Lucht en Energie bij het Planbureau voor de Leefomgeving, in een column op Energiepodium.
Hij begin zijn column met de constatering dat het huidig marktmodel deze maand ten grave heeft gedragen door de bouw van de nieuwe Hinkley kerncentrale zwaar te gaan subsidiëren.
En het staat niet alleen, schrijft Boot. Hij haalt de World Investment Outlook aan die signaleert dat in de OESO-landen nog maar 10% van de investeringen gebaseerd zijn op marktprijsverwachtingen.

Geen adequate investeringsimpulsen meer

Uit de column van Pieter Boot, over de ooraken
‘(…) De oorzaak van deze situatie is in wezen tweeledig. Enerzijds is er de overcapaciteit die na de crisis ontstond, waarbij centrales gereed kwamen waartoe voor 2008 was besloten maar die in de daarna stagnerende markt eigenlijk niet meer nodig waren. In een gewone markt zou dit een tijdelijk verschijnsel zijn, maar vanwege de doelstelling van hernieuwbare energie blijft er gesubsidieerd vermogen op de markt komen.
De blijvende overcapaciteit wordt geïllustreerd door de dalende groothandelsprijzen. Die hebben nog een reden: de wind- en zonne-energie heeft lage marginale kosten waardoor duurdere, vooral gascentrales door het merit-order effect niet meer nodig zijn. Hoe meer wind- en zonne-energie er bijkomt, des te lager de prijs. Niet alleen verkeren veel grote elektriciteitsbedrijven hierdoor in zwaar weer, het bemoeilijkt ook de toekomst van hernieuwbaar opgewekte elektriciteit. Er wordt succesvol geprobeerd de kostprijs daarvan te verlagen – maar zolang er capaciteit bijkomt daalt de groothandelsprijs even snel. Het huidig marktmodel zal dus ook de komende jaren waarschijnlijk geen adequate investeringsimpulsen geven. (…)’

Wat te doen?

Boot ziet drie richtingen
‘(…) De eerste is te hopen dat het probleem vanzelf overwaait.
Door een verbetering van de Europese emissiehandel zal de CO2-prijs ooit stijgen, door wetgeving of een nieuw Energieakkoord maken we het leven van kolencentrales moeilijker, in Duitsland zal door de Atomausstieg en sluitende kolencentrales wellicht een capaciteitstekort ontstaan en ooit zullen de gas- en kolenprijzen toch weer gaan stijgen? Op den duur gaan de groothandelsprijzen echt wel weer omhoog en als wind op zee en zon-PV verder in kosten dalen, lost het probleem zich vanzelf op. We weten alleen niet wanneer en een zekere mate van wishful thinking is deze opvatting niet te ontzeggen.

De tweede is de Britse aanpak: erken dat de markt als investeringsvehikel niet meer werkt, neem als overheid het heft volledig in handen.
De elektriciteitsmarkt als een soort spoorwegen. Private partijen kunnen prima projecten uitvoeren, maar de regie en de geldstromen lopen via de overheid. Grote elektriciteitsbedrijven zijn hier wel voor met hun pleidooi overal capaciteitsmarkten in te voeren, maar ik vermoed dat we dit in Nederland niet een erg aantrekkelijk model vinden.

schermafdruk-2016-09-30-09-50-56Duitsland suggereert in het Impulspapier Strom 2030 een derde weg.
Het realiseerde zich al dat capaciteitsmarkten voor bestaande centrales juist verstorend werken: we moeten accepteren dat groothandelsprijzen soms heel hoog zullen worden, want anders komen de flexibiliteitsdiensten niet tot stand. Ons buurland gaat er nu vanuit dat het stroomverbruik een steeds groter aandeel van het totale energieverbruik zal gaan vormen en vooral uit wind- en zonne-energie zal gaan bestaan. In de discussienota opteert men voor een geïntegreerde energiemarkt, waar een deel van het verkeer elektrisch rijdt en een groot deel van het warmteverbruik eveneens elektrisch wordt. Door slimme netten en een veel flexibeler elektriciteitsmarkt behoudt elektriciteit zijn waarde. Hogere CO2-prijzen blijven dan nodig, balancering en andere diensten geven extra opbrengsten. (…)

Kiezen voor het Duitse voorbeeld?

(…) De markt neemt niet langer de grote beslissingen, dat doet de overheid. We lopen in ons aandeel hernieuwbare energie een paar jaar achter op de Duitsers. Dat geeft de kans hun discussies goed te volgen. Het probleem ontkennen lijkt me risicovol, het Britse voorbeeld volgen onnodig duur en het Duitse voorbeeld wellicht heel interessant. (…)’

Bronnen
Energiepodium, 28 september 2016: De elektriciteitsmarkt in zwaar weer
Zie ook
Bundesministerium für Wirtschaft und Energie, rapport, september 2016: Impulspapier – Strom 2030. Langfristtige Trens – Aufgaben für de kommende Jahre (pdf, 34 pag.)
Foto: FluxEnergie/© Paul Tolenaar. Portretfoto: Rijksoverheid

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.