Europees Parlement legt 32% hernieuwbare energie op

Het Europees Parlement heeft de nieuwe doelen voor energiebesparing en hernieuwbare energie goedgekeurd. Eerder hadden de Europese Commissie en de vergadering van Europese lidstaten dit al gedaan.

Zo moet in 2030 moet minimaal 32% van de energie geconsumeerd in de Europese Unie afkomstig zijn uit hernieuwbare bronnen, 5 procentpunten meer dan de 27% waarover vier jaar geleden een akkoord werd bereikt, maar 3 procentpunten minder dan wat het Europees Parlement begin dit jaar had gevraagd. Oorspronkelijk was er zelfs een ambitieniveau van 40% uitgesproken.

“De nieuwe Europese regelgeving schept een ‘voorspelbare’ investeringsomgeving voor biobrandstoffen,” stelt Ilkka Räsänen, directeur van de Finse producent van hernieuwbare brandstoffen Neste. “Nu is het wachten op de formele goedkeuring ervan door de Europese Raad.” Ook Benedek Jávor van de Groenen en de Europese Vrije Alliantie beoordeelt het resultaat als positief. “Een goede start voor de energietransitie,” zegt hij. “Het is ook een eerste stap in de uitfasering via Europese regelgeving van biobrandstoffen die bijdragen aan de ontbossing, ook al zijn de regeringen van Indonesië, Maleisië en Thailand en de palmolie-industrie er door hun lobbywerk bij de Europese regeringen in geslaagd om het bannen van palmolie als biobrandstof te vertragen tot 2023.

“Er is geen Europese stimulans meer voor het gebruik van dergelijke brandstoffen,” voegt zijn Nederlandse partijgenoot Bas Eickhout eraan toe. “En de boodschap is duidelijk: voor biobrandstoffen die geen duurzaam karakter hebben en geen klimaatvoordelen met zich meebrengen is er geen toekomst in de Europese Unie.”

Vaart maken met klimaatonderhandelingen

“De wetten leggen ook een harde deadline op: eind 2018 moeten de onderhandelingen over het Nederlandse Klimaatakkoord worden afgerond,” zegt Gerben-Jan Gerbrandy (Alde). “Nederland en andere Europese lidstaten moeten vaart maken met het afronden van hun klimaatplannen. De onderhandelingen over het Klimaatakkoord moeten eind dit jaar afgerond zijn, want de lidstaten moeten voor 1 januari 2019 hun nationale klimaat- en energieplan opsturen naar de Europese Commissie. De Commissie zal deze plannen vervolgens beoordelen en per lidstaat aanbevelingen doen over het ambitieniveau en de voorgestelde maatregelen.”

Op basis van de afzonderlijke nationale plannen kan de Commissie de optelsom maken en kijken of energie- en klimaatplannen samen voldoende zijn om de gemeenschappelijke Europese doelstellingen te halen. Als dat niet het geval is, treedt de zogenaamde ‘gap filler’ in werking, een formule die berekent wat er moet gebeuren om het gat op te vullen tussen de doelstellingen van de lidstaten en die van de EU. Die gap filler stelt de Commissie in staat verplichtingen of aanbevelingen op te leggen aan lidstaten die een tandje moeten bijsteken.

De Europese energiewetten maken volgens Gerbrandy het behalen van de Nederlandse klimaatdoel van 49% ook makkelijker. “De energiebesparingswet verplicht energiebedrijven om consumenten te helpen bij het realiseren van een verplichte jaarlijkse energiebesparing van 0,8%.”

Voor de Belgische Anneleen Van Bossuyt (Europese Conservatieven en Hervormers) blijft de betaalbaarheid van de nieuwe doelstellingen het grootste aandachtspunt. ” Dit zal op korte termijn veel inspanningen vergen, maar ze mogen niet ten koste van onze burgers en bedrijven en van onze productiviteit gaan. We moeten ambitie aan realiteitszin koppelen. Het is cruciaal dat we de juiste balans hebben gevonden. We moeten in de eerste plaats inzetten op een lager verbruik. Tegen 2030 moet de EU 32,5% minder energie verbruiken. Hoe minder we verbruiken, hoe minder we moeten investeren in nieuwe energiecentrales of alternatieve bronnen. Concreet betekent dat meer renovatie van onze bestaande gebouwen, efficiëntere industriële processen en een vergroening van onze mobiliteit.”

“We mogen niet over één nacht ijs gaan, zoals in Duitsland. Daar heeft de snelle kernuitstap gezorgd voor een stijging van de uitstoot van broeikasgassen. Oude vervuilende bruinkoolcentrales moeten daar nu de elektriciteitstoevoer garanderen. Nieuwe faciliteiten bouwen kost tijd en geld. Daarbij hebben we nood aan een Europese aanpak. In de toekomst zal het voor de lidstaten niet meer lukken om zelf 100% van het eigen energieverbruik te leveren. Hernieuwbare energie kan in bepaalde lidstaten goedkoper en efficiënter geproduceerd worden. Denk maar aan zonne-energie in Spanje of Griekenland. Lidstaten zullen dus meer en beter moeten samenwerken. Met 28 energie-eilandjes zullen we nooit onze doelstellingen halen.”

Van Bossuyt vindt dat ook de andere internationale spelers hun verantwoordelijkheid moeten nemen: “We mogen niet naïef zijn. De Europese Unie is verantwoordelijk voor minder dan 10% van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen. Als we onszelf torenhoge doelstellingen opleggen, dan trekken de bedrijven weg naar landen buiten de EU waar de uitstootregels minder streng zijn. Met dit evenwichtig pakket komt Europa duidelijk zijn afspraken na om het Klimaatakkoord van Parijs uit te voeren. De rest van de wereld moet nu diezelfde ambitie aan de dag leggen.”

Op-Merkel-ijk

Socialistisch parlementslid Kathleen Van Brempt focust op de toespraak van de Duitse bondskanselier Angela Merkel. “Opmerkelijk was ook dat ze in haar pleidooi voor de herindustrialisering de nadruk legde op de productie van batterijen voor elektrische wagens in Europa. Om dat te horen uit de mond van de regeringsleider die de felste verdediger is geweest van ‘vuile dieselwagens’ is een opluchting.”

“Een Europa van solidariteit –waarop Merkel de nadruk legde– wil ook zeggen dat je in de noodzakelijke transitie iedereen mee neemt. Dat betekent dat je mensen die vrezen hun job te zullen verliezen, gerust kunt stellen. Het betekent dat je sociale rechten op Europees niveau wettelijk verankert en zorgt voor een ‘eerlijke transitie.’ Als Merkel het heeft over investeringen in nieuwe technologieën betekent dat ook dat we afscheid moeten nemen van het Europa van de besparingen en naar een Europa van investeringen moeten gaan. Omdat te kunnen doen, zijn ook eerlijke belastingen noodzakelijk voor multinationals en digitale platforms. Daarover heeft Merkel gezwegen.”

Energie-armoede

Volgens Van Brempt heeft België zich, op aansturen van Vlaanderen, flink verzet tegen ambitieuze energiedoelstellingen. “Nochtans moeten we die richting uit, willen we de klimaatdoelstellingen halen. We moeten er wel voor zorgen dat iedereen mee kan en daarom is het belangrijk dat de aanpak van energiearmoede verplicht wordt.”

“Voor de sociaaldemocraten is het energie- en klimaatverhaal in de eerste plaats een sociaal verhaal,” zegt Van Brempt. “Schone energie mag geen voorrecht zijn van mensen die het kunnen betalen. We zien dat vandaag vooral de meest kwetsbare groepen in de minst energie-efficiënte woningen wonen en de hoogste energierekeningen betalen. Daarom is het een absolute overwinning dat er nu, voor het eerst in een Europese wetgeving, maatregelen moeten genomen worden om energie-armoede de kop in te drukken.”

“Het is belangrijk dat we in heel Europa aan hetzelfde zeel trekken,” aldus nog Van Brempt. “Dat betekent dat we evolueren naar één Europees energielandschap waarmee we een duurzaam gebruik van energie stimuleren in de hele Unie. Niet alle landen zijn mee. België trachtte, op aansturen van Vlaanderen, samen met een groepje Oost-Europese steenkoollanden elke verhoging van het ambitieniveau af te blokken. Maar de lidstaten die wel vooruit wilden vonden een gekwalificeerde meerderheid om het ambitieniveau voor hernieuwbare energie tegen 2030 op te trekken van de 27% die door de Commissie was voorgesteld naar 32%.”

“Deze verhoogde ambitie zal er volgens het voortgangsrapport van de Commissie toe leiden dat we tegen 2030 geen 40% reductie van broeikasgasemissies halen (zoals afgesproken werd vóór het akkoord in Parijs) maar 45%. Deze extra klimaatwinst valt toe te juichen, maar is onvoldoende om de temperatuurstijging te beperken tot 1.5°C ten opzichte van het pre-industriële niveau. Daarvoor is een reductie met 55% tegen 2030 noodzakelijk.”

Auteur: Koen Mortelmans

Koen Mortelmans is freelance redacteur voor FluxEnergie en Nieuwsblad Transport.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.