Grootverbruikers tegen D66-plan voor verplichte energiebesparing

27 oktober 2016Het plan van D66 om de energie-intensieve industrie tot energie-besparing te verplichten is bij de grootverbruikers niet in goede aarde gevallen. De VEMW  ziet het plan ‘niet als een structurele bijdrage aan een koolstofarme energievoorziening’.

De VEMW is de belangenbehartiger van vooral grote zakelijke energiegebruikers.

Uit een bericht van VEMW
schermafdruk-2016-10-27-12-14-37‘(…) D66 heeft een Initiatiefnota opgesteld onder de titel ‘geen woorden, maar daden en energie besparen’ met voorstellen voor efficiënte energiebesparing in de energie-intensieve industrie. D66 stelt dat de energie-intensieve industrie achter loopt. Daarom stelt zij voor dat investeringen in energiebesparing die zich binnen vijf jaar terugverdienen verplicht moeten worden. Hierbij gaat het om maatregelen met betrekking tot energiegebruik die geen directe invloed hebben op de eigen broeikasgasemissies omdat die al onder het emissiehandelssysteem vallen. De bedrijven moeten elke vier jaar een energie-audit uitvoeren. Het is volgens de initiatiefnemer makkelijker en efficiënter om grote hoeveelheden energie te besparen in de industrie dan om extra maatregelen te nemen  bij huishoudens. Opmerkelijk is dat D66 met haar initiatief komt terwijl gesprekken tussen VNO-NCW en de minister nog niet zijn afgerond.

‘Energie-intensieve bedrijven hebben door de kosten al een natuurlijke prikkel tot besparing’

160123-Grunfeld.jpg
Hans Grünfeld (VEMW): ‘Kosten zorgen al voor natuurlijke prikkel om te komen tot energiebesparing

Hans Grünfeld (VEMW): ‘Kosten zorgen al voor natuurlijke prikkel om te komen tot energiebesparingHans Grünfeld (VEMW): ‘Kosten zorgen al voor natuurlijke prikkel om te komen tot energiebesparing’Algemeen directeur Hans Grünfeld van VEMW: “Energie-intensieve bedrijven hebben door hun kostenstructuur een natuurlijke prikkel om te komen tot energiebesparing. Benchmarkstudies laten zien dat veel energie-intensieve bedrijven in Nederland tot de top van de wereld behoren in hun sector als het gaat om energie-efficiëntie. De doelmatigste manier van energiegebruik is gelegen in het – waar mogelijk – vermijden van dat gebruik. De praktijk laat zien dat energiebesparingsprojecten zeer complex zijn omdat ze ingrijpen in zaken als productieprocessen en –logistiek met consequenties voor vergunningen en risico’s ten aanzien van resultaten, opbrengsten, kosten e.d. De Energie Efficiency Plannen (EEP) die bedrijven elke vier jaar opstellen in het kader van het MEE-convenant laten dit ook zien.

‘We betwijfelen de toegevoegde waarde van het D66-plan’
Wij juichen in principe iedere ondersteuning om tot verdere besparing te komen toe als het een toegevoegde waarde heeft. En dat betwijfelen we ten aanzien van de Inititiatiefnota van D66. De propositie die VEMW in juni onder de titel ‘samen op weg naar minder’ heeft gepresenteerd laat zien dat de vele relatief kleine investeringen in verdere optimalisatie van processen en producten niet noodzakelijk gaat leiden tot een grote sprong naar een koolstofarme energievoorziening. Daarvoor zijn structurele veranderingen nodig: in technische innovatie, in kennis, in regulering, organisatie en investeringsklimaat. Daar helpt deze initiatiefnota van D66 niet bij.” (…)’

Bronnen
VEMW, 27 oktober 2016: Initiatiefnota D66 geen bijdrage aan koolstofarme energievoorziening
Zie ook
FluxEnergie, 26 oktober 2016: D66: ‘Zware industrie verplichten tot energiebesparing
Foto: FluxEnergie/© Paul Tolenaar

Onderwerpen: , ,

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.