Helft hernieuwbare elektriciteit komt van windmolens

22 juni 2016Het aandeel windenergie stijgt flink. Vorig jaar kwam al meer dan de helft (52%) van alle hernieuwbare stroom van windenergie. In 2015 ging de elektriciteitsproductie van windmolens met 19% omhoog.

Schermafdruk 2016-07-22 06.10.57

Uit een bericht van het Compendium voor de Leefomgeving
‘(…) Windvermogen in 2015 toegenomen
De capaciteit van de Nederlandse windmolens steeg in 2015 met 520 megawatt tot ongeveer 3,4 duizend megawatt eind 2015. De uitbreiding was voor een belangrijk deel te danken aan het gereed komen van enkele grote parken op land en op zee. Op land steeg de capaciteit van 2637 megawatt naar 3031 megawatt en op zee van 228 naar 357 megawatt.

Subsidies cruciaal voor nieuwe windmolens
Elektriciteitsproductie uit windenergie is vooralsnog duurder dan het produceren van elektriciteit uit aardgas, kolen of nucleaire bronnen. Subsidies voor windenergie zijn daarom cruciaal voor investeerders in windmolens. In 2015 ontvingen de windmolenproducenten voor hun elektriciteitsproductie 332 miljoen euro.

Schermafdruk 2016-07-22 06.11.22

Schermafdruk 2016-07-22 06.11.44

In Flevoland staan de meeste windmolens
Bij de verdeling van de windmolens over het land valt op dat de meeste windmolens in de kustprovincies staan. Dat is niet verwonderlijk, gezien het grotere windaanbod. Bij de plaatsing van de windmolens is het windaanbod echter niet de enige factor. Ook de beleving over de inpasbaarheid in het landschap speelt een belangrijke rol. Dat verklaart waarom in Flevoland de meeste windmolens staan, ondanks dat Flevoland niet de meest gunstige windcondities heeft.

Toekomstplannen wind op land
In 2020 wil het Rijk 6 000 MW aan opgesteld windvermogen op land hebben gerealiseerd. Dit is inclusief de bestaande windturbines. In juni 2013 hebben de provincies afgesproken hoe ze deze 6.000 MW onderling willen verdelen. De provincies spelen vooral een rol bij de verlening van vergunningen. De subsidies blijven een taak van de landelijke overheid. RVO concludeert dat er veel projecten in voorbereiding zijn om de doelstelling te halen, maar dat het lastig zal worden om de doelstelling volledig te realiseren.

Wind op zee
In 2006 is het eerste windpark op zee in gebruik genomen en in 2008 het tweede.
In 2015 is het derde windmolenpark op zee (Luchterduinen met 129 MW) in gebruik genomen. De drie parken tezamen produceerden in 2015 ongeveer 15 procent van alle windenergie. Noordelijk van Schiermonnikoog en Ameland is in 2015 begonnen met de bouw van twee windparken (Gemini) met een gezamenlijk vermogen van 600 MW.
De windmolens op zee produceren meer elektriciteit per eenheid vermogen dan de windmolens op land. Daar staat tegenover dat windmolens op zee duurder zijn. Per saldo is elektriciteit uit wind op zee vooralsnog duurder dan wind op land. Echter, de uitkomst van de tender van de nieuwe parken op zee bij Borssele lijken erop te wijzen dat kosten voor wind op zee nu snel dalen.

Toekomstplannen wind op zee
In het Energieakkoord is een ambitieuze doelstelling voor wind op zee afgesproken: namelijk 4.450 MW totaal in 2023. Dat betekent dat er voor 3.450 MW extra aan windparken op zee gesubsidieerd moeten worden. Vanwege de hoge, te verwachte subsidiekosten besteedt het Energieakkoord veel aandacht aan een kostendaling voor wind op zee, welke bereikt zou moeten worden door innovaties en productiviteitswinst bij aanleg van de parken. Die kostendaling lijkt te lukken met de gegunde aanbesteding van het windmolenpark bij Borssele. Het windmolenpark dat naar verwachting van EZ halverwege 2020 gereed is, kost volgens de minister van EZ door de scherpe concurrentie tussen de windmolenbouwers 2,7 miljard euro minder dan begroot. Naast concurrentie hebben waarschijnlijk andere factoren ook invloed op de lagere prijs zoals technologische ontwikkelingen, lagere staalprijzen en een lage rentestand. (…)’

Bronnen
Compendium voor de Leefomgeving, 19 juli 29016: Windvermogen in Nederland, 1990-2015 (met bronnenverantwoording en interactieve kaartviewer)
Foto: FluxEnergie/© Paul Tolenaar

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.