‘Integratie Europese energiemarkten kan kosten transitie verlagen’

Het inbedden van nationaal energietransitiebeleid in de Europese context, kan leiden tot lagere productiekosten, meer concurrentie en meer leveringszekerheid, stelt hoogleraar Machiel Mulder. Om de integratie van Europese stroommarkten te realiseren moet de grensoverschrijdende transportcapaciteit groter en efficiënter worden, en moeten marktpartijen in meer landen actief kunnen zijn.

Als overheden bij de energietransitie rekening houden met grensoverschrijdende effecten, kunnen de totale kosten voor de energietransities in de EU gedrukt worden, concludeert hoogleraar Regulering van Energiemarkten Machiel Mulder in het economenvakblad ESB. Hij noemt verschillende voorbeelden waaruit blijkt dat de ambities van één land, die van een ander land kunnen ondermijnen. Om zulke effecten te voorkomen, kunnen landen verschillende maatregelen nemen, zoals het vergroten van hun transportcapaciteit.

Tegengestelde ontwikkelingen

Met de introductie van de marktwerking op de stroommarkt ontstond in Europa een tegengestelde ontwikkeling, constateert Mulder: richting Europese marktintegratie enerzijds en richting lokale verduurzaming van de energievoorziening anderzijds. Dat nationale maatregelen om de elektriciteitsproductie te verduurzamen de effecten van marktintegratie kunnen frustreren, is inmiddels wel bewezen, illustreert de hoogleraar met verschillende voorbeelden.

Zo heeft de Duitse vooruitstrevendheid om haar elektriciteit uit hernieuwbare te halen, veel effect op de Nederlandse markt. Doordat de stroomprijzen dalen, wordt de subsidie op duurzame energie duurder en de salderingsregeling onaantrekkelijker. Op het moment dat ook het Nederlandse net belast wordt door een Duitse piek aan windenergie, heeft Nederland bovendien minder transportcapaciteit over voor handel, waardoor minder geïmporteerd kan worden. Dat kan ertoe leiden dat de kolencentrale hier moet bijspringen. Nationale maatregelen om de productie door kolencentrales duurder te maken of te sluiten, ziet Mulder, kunnen de productie door kolencentrales in de buurlanden daardoor juist stimuleren.

Voordelen integratie van stroommarkten

Wanneer nationale overheden rekening houden met zulke grensoverschrijdende effecten, meent Mulder, kunnen de totale kosten van de energietransitie in de EU worden gedrukt. Deels is die integratie al doorgevoerd: door nieuwe verbindingen met Noorwegen ­(NorNed, 700 MW) en het Verenigd Koninkrijk (BritNed, 1100 MW) is de Nederlandse stroommarkt gekoppeld aan de stroommarkt in de buurlanden. De benutting van de transportcapaciteit is bovendien sterk verbeterd door de introductie van de zogenaamde flow-based marktkoppeling in Noordwest-Europa. Bovendien maakt de Nederlandse stroombeurs APX inmiddels deel uit van de Europese beurs EPEX-SPOT, waar onder andere stroom uit de Benelux, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk wordt verhandeld. Daardoor is de handel binnen Europa sterk toegenomen en zijn de stroomprijzen dichter bij elkaar komen te liggen.

De integratie van de Europese stroommarkten, heeft echter meer voordelen, denkt Mulder:

  1. Lagere ­productiekosten: efficiënte centrales op een grotere geografische schaal kunnen minder efficiënte centrales vervangen. Als de stuwmeren in Noorwegen bijvoorbeeld goed gevuld zijn, weet de hoogleraar, kan het bijvoorbeeld goedkoper zijn om stroom daar vandaan te importeren dan om gascentrales dit te laten produceren in eigen land.
  2. Meer concurrentie: op een grotere markt zijn meer marktpartijen. Voor de versterkte koppeling met buurlanden kenden veel Europese landen – waaronder Nederland – slechts enkele aanbieders. Door de koppeling zijn hun marktaandelen sterk afgenomen, waardoor ze veel minder invloed meer kunnen uitoefenen op de stroomprijzen
  3. Grotere ­leveringszekerheid: in een uitgebreider systeem is de kans kleiner is dat zich in een aanzienlijk deel van de markt tegelijkertijd aanbod- of vraagschokken voordoen. Bovendien leveren de koppelingen meer opties voor flexibiliteit: toen in de zomer van 2006 diverse Nederlandse centrales hun productie moesten verminderen omdat het rivierwater te warm dreigde te worden om voor koeling te gebruiken, reageerde de stroomprijs dramatisch. Nu zou zo’n gebeurtenis tot minder sterke prijseffecten leiden, voorziet Mulder, omdat deze aanbodschok in een grotere markt makkelijker kan worden opgevangen.

Bron:

  • EBS, 2 november 2017, Nationale energietransities in Europese energiemarkten

Lees ook:

Foto: Paul Tolenaar

Auteur: Redactie

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.