Miljoenennota – Alles over energie en klimaat op een rij

21 september 2016De redactie van FluxEnergie heeft alle passages die over de energievoorziening en het klimaatbeleid gaan op een rij gezet -zonder commentaar.

schermafdruk-2016-09-21-06-52-27De passages zijn afkomstig uit

  • De aanbiedingstoespraak van minister Dijsselbloem in de Tweede Kamer
  • De persberichten van de ministeries
  • De Miljoenennota zelf
  • De begrotingstoelichtingen

De passages uit de Troonrede over klimaat en energie zijn  gisteren op een rij gezet.


Aanbieding Miljoenennota aan de Tweede Kamer

Bij de aanbieding van de Miljoenennota 2017 aan de Tweede Kamer zei minister Dijsselbloem: ‘Na jaren van economisch herstel moet de aandacht nu verschuiven naar investeren in nieuwe kansen. Grote maatschappelijke uitdagingen zoals de energietransitie, verduurzaming en onderzoek & ontwikkeling, vragen om forse nieuwe investeringen.’


Uit het persbericht van het kabinet bij de Miljoenennota

‘(…) Het kabinet wil nog deze kabinetsperiode besluiten nemen om de investeringen in Nederland verder te stimuleren. Het gaat daarbij om de faciliteiten voor het bedrijfsleven en grote maatschappelijke uitdagingen zoals energietransitie, verduurzaming, infrastructuur en onderwijs. Het kabinet wil dat doen door investeringsmogelijkheden van de markt en de overheid beter op elkaar te laten aansluiten en de faciliteiten voor het bedrijfsleven efficiënter in te zetten. Het accent verschuift van subsidies naar ondersteuning van financiering. (…)’


Uit het persbericht van het ministerie van Economische Zaken over de EZ-begroting

‘(…) Het verduurzamen van de energievoorziening is een belangrijke doelstelling van het kabinet. Om de toekomst van ons energiebeleid vorm te geven is in 2016 een energiedialoog gehouden die komend jaar voortvloeit in de Energieagenda. In deze agenda worden de lijnen uitgezet voor het energiebeleid voor de langere termijn, na 2023. In 2017 zal gestart worden met de uitvoering van de acties uit de Energieagenda. Ook wordt aangegeven op welke manier, en op welke terreinen, de energiedialoog wordt voortgezet.

De uitvoering van het Energieakkoord gaat onverminderd door. Met de SDE+-regeling die is bedoeld voor nieuwe duurzame energietechnieken is in 2016 een stevige impuls gegeven aan het bereiken van de doelen. Dit jaar is daarmee in totaal 9 miljard euro subsidie beschikbaar voor projecten binnen deze regeling. In 2017 vindt er opnieuw een tender Wind op Zee plaats en wordt de innovatiekavel voor Wind op Zee aanbesteed. Daarnaast zal komend jaar ook het subsidiebudget voor de Demonstratieregeling Energie-innovatie (DEI) groeien naar 41 miljoen euro. Met deze regeling worden energie-innovaties ontwikkeld die potentie hebben voor verkoop in het buitenland of voor de Nederlandse economie. (…)’


Uit het persbericht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu

‘(…)  Bring Paris home
Een circulaire economie draagt bij aan de scherpe doelen van het historische klimaatakkoord dat vorig jaar in Parijs werd gesloten. Er werd vastgelegd dat de opwarming van de aarde in ieder geval ruim onder de twee graden moet blijven, met het streven dit tot anderhalve graad te beperken. In oktober 2016 wordt op initiatief van staatssecretaris Dijksma een Nationale Klimaattop gehouden onder het motto ‘Bring Paris home’. Mede op initiatief van Nederland wordt ook internationaal gewerkt aan het verbeteren van emissiehandelssystemen, die moeten zorgen dat het uitstoten van broeikasgassen zwaarder belast wordt. Nederland neemt ook het initiatief om internationale afspraken te maken ter vermindering van de uitstoot in de luchtvaartsector door ook hier het principe van carbon pricing in te voeren. Volgende week is staatssecretaris Dijksma hiervoor bij een bijeenkomst van de luchtvaartsector in Montréal.

Naar een recycle-economie in 2050
Het kabinet presenteerde onlangs de plannen om de Nederlandse economie in 2050 volledig te laten draaien op herbruikbare grondstoffen. Grondstoffen moeten opnieuw bruikbaar worden, door bij het ontwerpen van producten al na te denken hoe ze gerecycled kunnen worden. Ook moeten afgedankte producten gebruikt worden als nieuwe grondstof. Komende december wordt een grondstoffenakkoord getekend, waarin deze afspraken worden vastgelegd. In 2017 volgen actieplannen om de doelstelling van 50 procent minder grondstoffen in 2030 te halen, om uiteindelijk in 2050 tot die honderd procent circulaire economie te komen. Er wordt 27 miljoen euro vrijgemaakt voor de recycle-economie. (…)

Deltaprogramma 2017
Toenemende kans op wateroverlast en hitte/droogte door het veranderende klimaat kan grote (economische) gevolgen hebben. Alle betrokken overheden gaan daarom een gezamenlijk Deltaplan opstellen voor een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting van Nederland, staat in het Deltaprogramma 2017 dat vandaag ook is verschenen. Het Deltaprogramma bevat nu een Deltaplan waterveiligheid en een Deltaplan Zoetwater en vanaf volgend jaar komt daar dus een Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie bij. Voor waterveiligheid ligt de juridische verankering van de nieuwe normen op koers. Het streven is dat het wetsvoorstel per 1 januari 2017 in werking kan treden. (…)’


Miljoenennota – Passages die betrekking hebben op het klimaatbeleid en op de energievoorziening

De lichtgrijze tussenkopjes zijn door FluxEnergie aangebracht. De paginacijfers verwijzen naar de Miljoenennota zelf.

Invloed energieprijzen
‘(… pag 10…) De economie groeit weer gestaag, de overheidsfinanciën zijn stabieler en mensen hebben weer meer vertrouwen in de toekomst. Maar we kunnen onze ogen niet sluiten voor oude rekeningen van de crisis en nieuwe onzekerheden in de wereld om ons heen. De toegenomen migratiestroom, terreuraanslagen in onze buurlanden, de Brexit, spanningen in Turkije maar ook schokken in de energieprijzen zouden de komende tijd hun weerslag kunnen hebben op de ontwikkeling van de Nederlandse economie en dus op de overheidsfinanciën. (…)

Stimuleren energietransitie
(…pag 11…) Om het economisch herstel duurzaam te laten zijn, zijn voldoende investeringen nodig – dus van het kleinbedrijf tot grootschalige infrastructurele investeringen. Daar waar het marktaanbod tekortschiet stimuleert en ondersteunt het kabinet financiering en investeringen, bijvoorbeeld in energietransitie, verduurzaming, bereikbaarheid, onderwijs en ondernemerschap. (…)

Lagere gasbaten
(… pag 12…) Dankzij de aantrekkende economie en de stijgende werkgelegenheid nemen de belastingontvangsten toe en dalen de uitkeringslasten. Daarnaast heeft ook de aanhoudend lage rente een positief effect op de overheidsfinanciën. Hier staat een negatief budgettair effect tegenover, dat vooral wordt veroorzaakt door de lagere gasbaten en in mindere mate door hogere uitgaven als gevolg van de instroom van asielzoekers. (…) Onverwachte stijgingen van de olie- en grondstoffenprijzen of de rente kunnen de groei remmen. (…)
(…pag 14…) Ondanks de afname van de gasproductie en de onzekerheid als gevolg van de Brexit blijft de uitvoer – in lijn met de groei van de wereldhandel – in 2016 en 2017 sterker groeien dan het bbp. (…)

Belang van investeren in energietransitie en verduurzaming
(…pag. 24…)Na jaren van herstel van de economie moet de aandacht nu verschuiven naar investeringen in nieuwe kansen. Aan de ene kant vragen maatschappelijke uitdagingen een grote investeringsopgave, zoals de energietransitie, verduurzaming, bereikbaarheid en onderwijs. (…)

Energieakkoord
(…pag. 26 …) Hervormen om de economie te laten groeien was een van de drie pijlers van het Regeerakkoord. Met een omvangrijk pakket aan hervormingen heeft het kabinet gewerkt aan een toekomstbestendige groei voor de Nederlandse economie. Deze hervormingen zijn uitgewerkt in afspraken met fracties in de Eerste en Tweede Kamer en diverse maatschappelijke organisaties, zodat zij kunnen rekenen op breed maatschappelijk draagvlak. De hervormingen stimuleren ook de welvaart in de brede zin. Mensen hechten aan goed onderwijs, toegankelijke gezondheidszorg, een fijne leefomgeving en sociale contacten. Ook vinden ze het belangrijk dat welvaart vandaag in Nederland niet ten koste gaat van welvaart in de toekomst of elders in de wereld. Om deze reden wordt bijvoorbeeld met het Energieakkoord een duurzame ontwikkeling gestimuleerd, zodat er minder druk ontstaat op natuurlijke hulpbronnen en het klimaat. Toekomstige generaties in Nederland en in de rest van de wereld profiteren hiervan. (…)

Energietransitie en CO2-reductie
(…pag. 36…) 1.5.6 Energie en klimaat
In het Energieakkoord zijn afspraken gemaakt over energiebesparing en de overgang naar een duurzame energievoorziening.
Samen met burgers, bedrijven, overheidsorganisaties en maatschappelijke organisaties zijn inmiddels stappen gezet, bijvoorbeeld om energiebesparing in de gebouwde omgeving te bevorderen en verschillende soorten hernieuwbare energie op te wekken via de SDE+-regeling. Tegelijk realiseert het kabinet tijdens deze kabinetsperiode via aanbestedingen versneld windenergie op zee. De eerste aanbesteding voor het bouwen van een windpark op zee was een succes. Met de afspraken die in april dit jaar zijn gemaakt tussen alle Energieakkoordpartijen over aanvullende inspanningen zijn de doelen van 14 procent hernieuwbare energie in 202029 en 100 petajoule (PJ) energiebesparing binnen bereik. Ook liggen de partijen gezamenlijk op koers om het doel van 16 procent hernieuwbare energie in 2023 te halen. De energieconsumptie neemt inmiddels af, en de productie van duurzame energie neemt toe. In 2015 gebruikten burgers, bedrijven en overheid gezamenlijk 6,2 procent minder energie en werd er 15,0 procentpunt meer gebruikgemaakt van duurzame energie dan in 2012, toen het kabinet aantrad (zie figuren 1.5.7a en 1.5.7b).

CO2-reductie krijgt als doel een belangrijke plek in het beleid. De komende periode zullen de zogenoemde Energiedialoog en de evaluatie van het Energieakkoord samen met de Energieagenda zorgen voor de voortzetting van een daadkrachtig klimaat- en energiebeleid. De bevindingen van het Energierapport, het interdepartementaal beleidsonderzoek CO2 en het rapport van de Studiegroep Duurzame Groei vormen daarvoor een stevig fundament. Daarbij is het belangrijk om te onderstrepen dat energie- en klimaatvraagstukken – zoals CO2-reductie – om een internationale aanpak vragen (zie paragraaf 2.7). Het Klimaatakkoord dat eind 2015 in Parijs werd gesloten, biedt daarvoor een goede basis. Daarnaast wordt ruimtelijke adaptatie een belangrijker thema. Nederland wordt door klimaatverandering vaker geconfronteerd met extreem weer, zoals hevige regenval. Om ervoor te zorgen dat Nederland in 2050 klimaatbestendig is ingericht voor watervraagstukken, wordt in 2017 een zogenoemd Deltaplan ruimtelijke adaptatie vastgesteld.

schermafdruk-2016-09-20-16-30-29

Internationale samenwerking
(…pag. 41…) Nederland doet er goed aan zich stevig in te zetten voor internationale samenwerking, om problemen met grensoverschrijdende effecten op te lossen. (…) Denk aan beleid om internationale belastingontwijking en -ontduiking tegen te gaan, het probleem van mondiale klimaatverandering te beperken, en vluchtelingenstromen tussen landen beter beheersbaar te maken. Pogingen om dergelijke problemen aan te pakken in één land leiden niet tot een effectieve oplossing, maar tot verplaatsing van het probleem naar een ander land, terwijl de grensoverschrijdende effecten blijven bestaan. Deze vraagstukken vragen daarom om een international gecoördineerde aanpak. Nederland werkt op een proactieve manier mee aan oplossingen. (…)
(…pag. 42…) Het belangrijkste forum voor internationale samenwerking is voor Nederland de Europese Unie (EU). Binnen de EU heft Nederland op uiteenlopende terreinen, van internationale handel tot veiligheid, resultaten geboekt die het alleen niet had kunnen behalen. Het kabinet is er dan ook van overtuigd dat Europese samenwerking van strategisch belang is voor Nederland. (…)

CO2-reductie, klimaatverandering
(…pag. 59…) 2.7 Naar een CO2-armere economie
Menselijk handelen, met name de uitstoot van broeikasgassen, beïnvloedt het klimaat.
Er zijn sterke wetenschappelijke aanwijzingen dat als de huidige ontwikkelingen doorzetten, de gevolgen voor de biodiversiteit, de landbouwproductiviteit, de verspreidingspatronen van ziektedragers en voor de leefbaarheid in delen van de wereld groot zijn. In Nederland kan een toename van de zeespiegelstijging en van extreme neerslagpieken leiden tot overstromingsgevaar. Zonder aanvullende acties leiden de huidige trends in de mondiale welvaartstoename en bevolkingsgroei tot een sterke stijging van de uitstoot van broeikasgassen. De uitdaging is dus groot. Negatieve effecten van broeikasgasuitstoot op het klimaat worden door de markt niet vanzelf meegenomen in de heersende marktprijzen. Hiermee is sprake van een klassiek «marktfalen». Het beter laten functioneren van markten kan in zo’n situatie de maatschappelijke welvaart verhogen.
Wereldwijd spelen overheden een belangrijke rol bij het tegengaan van klimaatverandering door dit marktfalen tegen te gaan.
Hierbij staat de overheid voor een aantal uitdagingen. Ten eerste is er bij klimaatbeleid sprake van intergenerationele verdelingseffecten. Huidige generaties moeten extra kosten maken om de gevolgen van klimaatverandering voor volgende generaties te beperken. Er moet een goede verdeling van de kosten over de generaties gevonden worden. Daarnaast geldt dat alleen reductie van totale mondiale emissies effectief is om klimaatverandering te beperken. Er zijn dus internationale afspraken nodig om «free-ridergedrag» te voorkomen. Een internationale aanpak leidt bovendien tot de efficiëntste aanpak van het probleem. Dan kan reductie van CO2-uitstoot44 daar plaatsvinden waar deze de laagste kosten en het minste welvaartsverlies met zich meebrengt. De kosten zouden vervolgens wereldwijd eerlijk verdeeld kunnen worden.

Het klimaatakkoord dat in december 2015 in Parijs werd gesloten is een hoopgevende stap.
Het akkoord legt internationaal de ambities vast en biedt een kader voor de komende jaren. De afspraken zijn gericht op beperking van de mondiale temperatuurstijging tot ruim onder 2 graden Celsius, waarbij wordt gestreefd naar een maximale stijging van 1,5 graden Celsius. Bovendien is afgesproken dat in de tweede helft van deze eeuw een balans wordt bereikt tussen de emissie en de opname van CO2. Nagenoeg alle landen in de wereld hebben toezeggingen gedaan ten aanzien van de reductie van nationale emissies. De EU heeft zich in het klimaatakkoord gecommitteerd aan een reductie van de CO2-uitstoot met ten minste 40 procent in 2030, ten opzichte van 1990. De Nederlandse inspanningen zullen de komende jaren in het teken van dit doel staan. De EC zal analyseren wat de afspraken van Parijs betekenen voor de ambitie van de EU. In het akkoord wordt bevestigd dat onder leiding van ontwikkelde landen financiering beschikbaar komt voor klimaatgerelateerde mitigatie- en adaptatieprojecten in ontwikkelingslanden. Inzet en (co-)financiering vanuit de private sector is cruciaal om de afgesproken doelstellingen te halen. Ook in het kader van de zogenoemde Global Goals van de Verenigde Naties, waarin doelen voor duurzame ontwikkeling zijn geformuleerd, is het beheersen van de mondiale klimaatproblematiek een belangrijk thema.

Een langetermijnstrategie om klimaatverandering tegen te gaan is in de kern gericht op de reductie van CO2-uitstoot.
CO2-uitstoot is immers de grootste directe veroorzaker van klimaatverandering. Een focus op andere doelen, zoals een aandeel hernieuwbare energie of een percentage energiebesparing kan ertoe leiden dat niet de meest kostenefficiënte maatregelen worden getroffen. Het is dus het beste om maatregelen gericht op hernieuwbare energie of energiebesparing in te zetten in dienst van het CO2-doel, voor zover deze kostenefficiënt zijn.

ETS
CO2-reductie in Nederland vindt plaats binnen de context van het 
Europese klimaat- en energiebeleid, met tot 2023 het Energieakkoord als voornaamste (aanvullende) raamwerk.
Voor reductie van CO2 in de industrie en de energiesector is er het EU-Emissiehandelssysteem (ETS). Dit systeem stelt een maximum aan de CO2-uitstoot in deze sectoren en maakt het recht om CO2uit te stoten verhandelbaar. Hierdoor krijgt CO2-uitstoot een prijs. Dit leidt in principe tot een zo kostenefficiënt mogelijke transitie richting het Europese CO2-reductiedoel. Omdat de CO2-prijs, onder andere vanwege de economische crisis en subsidiëring van duurzame energie, lager blijft dan verwacht, is de financiële prikkel die het ETS afgeeft echter beperkt. Op dit moment is het ETS niet de drijvende kracht achter innovatie en investeringen in CO2-arme technologie in ETS-sectoren. Als blijkt dat het ETS ook op lange termijn onvoldoende prikkels geeft, moeten de mogelijkheden om hier verbetering in aan te brengen op Europees niveau worden onderzocht. Eventueel kan ook nationaal worden bijgestuurd. Buiten het ETS – in de gebouwde omgeving, landbouw- en transportsectoren – is Nederland zelf verantwoordelijk voor CO2-reductie. Voor deze sectoren kan het op korte termijn al een strategie ontwikkelen voor de periode na het Energieakkoord.

schermafdruk-2016-09-20-16-56-35

Wereldwijd moeten overheden op basis van een langetermijnvisie geloofwaardig beleid ontwikkelen om de transitie naar een CO2-armere economie te maken.
Heldere communicatie hierover is essentieel. Een duidelijke koers biedt investeringszekerheid aan de markt en beperkt de risico’s rond een mogelijke «koolstofzeepbel». Een koolstofzeepbel kan ontstaan als de verwachtingen van de markt rondom toekomstig klimaatbeleid niet overeenstemmen met de daadwerkelijk genomen beleidsmaatregelen. Wanneer marktpartijen niet weten waar ze aan toe zijn, of wanneer ze verrast worden door plotse beleidswijzigingen, kan dit leiden tot abrupte correcties in de waardering van CO2-gerelateerde activa. Dat kan repercussies hebben voor de balansen van financiële instellingen en uiteindelijk voor de economie. In het najaar van 2016 presenteert het kabinet in een Energieagenda stappen om de energietransitie op de middellange en lange termijn verder vorm te geven.

Onderzoek en innovatie
Onderzoek en innovatie zijn van groot belang voor een betaalbare energietransitie.

Wie mogelijkheden voor CO2-reductie zoekt, doet er goed aan om zowel aandacht te hebben voor het bestaande, generieke onderzoeks- en innovatiebeleid, als voor specifiek, voor Nederland relevante onderzoek en voor specifieke innovaties, bijvoorbeeld op het gebied van wind op zee. Ook is het belangrijk om bij de aanleg van infrastructuur rekening te houden met de uitrol van CO2-arme technieken, en te vermijden dat technieken met een hoge CO2-uitstoot langer rendabel blijven dan noodzakelijk (lock-in). Bij zowel het innovatie- als het infrastructuurbeleid is het nuttig in te zetten op een afgebakende, maar brede portefeuille CO2-reductietechnieken, die periodiek wordt geëvalueerd en zo nodig wordt herzien. Op deze manier wordt een optie genomen op zo veel mogelijk veelbelovende technieken. Tegelijk kan er meer aandacht uitgaan naar een techniek wanneer die zich onverwacht sneller ontwikkelt (zoals de afgelopen 10 jaar het geval was bij fotovoltaïsche zonnepanelen), of juist minder aandacht, als de beloften niet worden waargemaakt. Hiermee worden de kosten van de transitie op lange termijn zo laag mogelijk gehouden. In de Energieagenda zal een beeld worden gegeven van waar de focus voor energie-innovatie op zou kunnen liggen. Ook zal per functionaliteit gekeken worden naar de innovatiebehoefte en de mogelijkheden voor versnelling.

CO2-arm binnen 35 jaar haalbaar
Met een consistent, transparant langetermijnbeleid is een 
transitie naar een CO2-arme Nederlandse economie binnen ongeveer 35 jaar haalbaar.
Dit vergt dan wel een significante aanpassing van de Nederlandse energiemix. Op dit moment is nog een zeer groot deel van de energiemix gebaseerd op fossiele energiedragers. Er zullen gevolgen zijn voor de economie, in termen van veranderende activiteiten en veranderende aard van de werkgelegenheid. Hoe meer Nederland vooroploopt in de transitie, hoe groter de kans dat er bijvoorbeeld werkgelegenheid, innovatie of export ontstaat in groene sectoren. Het is echter zeker niet zo dat overheidsbeleid om voorop te lopen altijd optimaal is. Het is zeer waarschijnlijk dat Nederland als klein land kan profiteren van technologische vooruitgang ten aanzien van verschillende CO2-reductietechnieken in het buitenland. Beleid dat gericht is op vooroplopen met deze technologieën kan dan vanuit het oogpunt van de samenleving een dure investering zijn, los van de vraag of het doel überhaupt bereikt zou worden. Hierbij is de uitdaging om energie- en klimaatbeleid zo vorm te geven dat het klimaatverandering op een effectieve manier tegengaat, en dat het tegelijkertijd het verdienvermogen van de Nederlandse economie versterkt. (…)

Aardgasbaten
(… pag. 68…) Ook de aardgasbaten vallen op. Ten opzichte van de raming uit de Miljoenennota 2016 dalen de aardgasbaten voor de overheid in 2016 en in 2017 met 0,4 procent van het bbp. Dat verslechtert het EMU-saldo. Dat komt bovenop de eerdere daling van de gasbaten van de afgelopen jaren. De schatkist ontvangt daardoor in 2017 7,5 miljard euro minder gasbaten dan bij de start van de kabinetsperiode de verwachting was. (…)
(…pag. 75…) Teruglopende gasinkomsten
De inkomsten die de overheid ontving uit de gaswinning waren jarenlang een belangrijke factor in de rijksbegroting. Het kabinet ging er bij zijn start in 2012 weliswaar van uit dat de gasbaten terug zouden lopen, maar dat de gasbaten in 2017 toch altijd nog goed zouden zijn voor 10,0 miljard euro53, zoals figuur 3.4.2 laat zien.
schermafdruk-2016-09-21-06-43-10

Volgens de huidige ramingen bedragen de inkomsten uit de gaswinning in 2017 2,6 miljard euro. De schatkist loopt dus een bedrag van 7,5 miljard euro mis ten opzichte van de verwachting in de Startnota van eind 2012. Achteraf bezien lagen de gasinkomsten in 2013 op het hoogste niveau in deze kabinetsperiode. Ze bedroegen toen in totaal 13,3 miljard euro, door zowel een hogere productie als een hogere prijs dan werd voorzien. Het kabinet heeft de afgelopen jaren in verband met de aardbevingen in Groningen bewust gekozen voor een lagere gasproductie. Om de veiligheid van Groningers te waarborgen en verdere schade aan huizen te voorkomen, heeft het kabinet de afgelopen jaren de winning drastisch verlaagd. De productie in Groningen daalt daarom volgend jaar naar 24 miljard m3. Mede daardoor daalt de verwachte totale gasproductie volgend jaar tot 44 miljard m3, terwijl in 2012 nog 74 miljard m3 en in 2013 80 miljard m3 gas gewonnen werd. Ten opzichte van 2012 ligt de productie volgend jaar ruim 40 procent lager.
De gedaalde productie is slechts een deel van het verhaal. Tijdens de kabinetsperiode daalde de gasprijs op de beurs54 met ruim 30 procent van gemiddeld 24 eurocent per m3 gas in 2012 tot naar verwachting bijna 17 eurocent per m3 in 2017. De scherpe daling van de gasbaten tussen 2014 en 2016 heeft ook te maken met de vaste kosten van de gaswinning. De vaste kosten nemen niet evenredig af met de productie en dat drukt de opbrengst voor de overheid. (…)


Begroting Infrastructuur en Milieu (Klimaat)

schermafdruk-2016-09-21-06-16-03

Ad artikel 19 Klimaat:
Het hogere budget in 2016 en 2017 is het gevolg van herschikking van budgetten binnen de begroting voor het bereiken van de doelstellingen uit het Energieakkoord en het uitvoeren van extra maatregelen om klimaatverandering tegen te gaan. Daarnaast is er sprake van extra inzet voor de programma’s Partnership for Market Readiness (PMR) en Carbon Pricing Leadership Coalition (CPLC).


Begroting Economische Zaken (Energievoorziening)

schermafdruk-2016-09-21-06-20-45

Ad artikel 4 Een doelmatige en duurzame energievoorziening
De uitgaven op dit artikel stijgen door de oplopende uitgaven aan de SDE+-regeling (Stimulering Duurzame Energieproductie+). Deze uitgaven stijgen doordat in het Energieakkoord voor duurzame energie is afgesproken dat Nederland in 2020 een aandeel van 14% hernieuwbare energieproductie heeft (en in 2023 16%). De totale ontvangsten op artikel 14 worden voornamelijk bepaald door de aardgasbaten en de ODE (Opslag Duurzame Energie). De aardgasbaten zijn gemiddeld 2,5 mld. De ODE – waarmee de uitgaven aan de SDE+ worden gefinancierd – stijgt van 0,5 mld. in 2016 naar 2,3 mld. in 2020 in verband met toenemende uitgaven aan de SDE+ zoals vastgelegd in het Energieakkoord.

Ad artikel 5 Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen
Voor de aanpak van de aardbevingsproblematiek als gevolg van de gaswinning in de provincie Groningen is een meerjarenprogramma opgezet dat tot doel heeft te voorzien in een duurzame versterking van de leefbaarheid en het economisch perspectief in de provincie Groningen. Voor dit doel wordt in totaal 244,2 mln. uit de gasbaten beschikbaar gesteld voor uitvoering van het meerjarenprogramma in de jaren 2016 tot en met 2024. Dit geld zal in aanvulling op de 1,2 mld. uit het bestuurlijk akkoord worden ingezet voor Groningen samenhangend met aardbevingen.


Uit de ‘verticale’ begrotingstoelichtingen

Ministerie Infrastructuur en Milieu (Klimaat)

ETS-veilingopbrengsten
De raming van de veilingopbrengsten van het Emission Trading System (ETS) ging ervan uit dat de niet geveilde emissierechten uit de jaren 2014 tot en met 2016 in latere jaren alsnog geveild konden worden. De Europese Raad en het Europees Parlement hebben echter besloten van deze mogelijkheid af te zien. Dit leidt tot een verlaging van de ontvangstenraming in de jaren 2019 en 2020. De opbrengsten voor ETS lopen via de begroting van IenM maar tellen mee in het inkomstenkader van het Rijk.

Ministerie van Economische Zaken (Energievoorziening)

ETS
De ETS regeling is een regeling om de energie intensieve bedrijven te ontzien. Door de introductie van het Europese Emissiehandelssysteem (ETS) wordt de CO2-prijs door de elektriciteitsproducenten aan de elektriciteitsgrootgebruikers doorberekend. De ETS regeling voorziet in compensatie hiervan. De CO2-prijs is lager dan eerder geraamd, daardoor hoeven bedrijven minder gecompenseerd te worden en zijn er lagere uitgaven in 2016 en 2017. Tegelijkertijd worden de niet bestede middelen aan ETS in 2015 toegevoegd aan de begroting 2016, waardoor er in 2016 per saldo een stijging plaatsvindt.

Fundamenteel en toegepast onderzoek
De niet bestede middelen in 2015 worden toegevoegd aan de begroting 2016. De regeling die voor Smart Industry wordt uitgewerkt wordt gefinancierd vanuit het Toekomstfonds. Daarom worden de middelen van het amendement Smart Industry (5 mln.) overgeheveld van artikel 12 naar artikel 19 (omdat het mutaties in 2016 betreffen wordt hier nog de oude artikelindeling gebruikt).

Innovatiekrediet
Er wordt een ramingsbijstelling toegepast, omdat er jaarlijks minder aan innovatiekrediet wordt verstrekt dan geraamd. De niet bestede middelen van 2015 worden toegevoegd aan de begroting 2016.

SDE
De uitgavenraming aan de SDE subsidies wordt in het juiste kasritme gezet in verband met het later uitbetalen van duurzame energie subsidies.

Verduurzamingsopgave Groningen
Voor het verduurzamen van 10.000 te versterken woningen in Groningen trekt EZ in de periode 2016 t/m 2020 40 mln. uit.

Meerjarenprogramma Nationaal Coördinator Groningen
Eenmalig wordt 244 mln. in de jaren 2016 tot en met 2024 uit de gasbateningezet. Dit geld zal in aanvulling op de 1,2 mld. uit het bestuurlijk akkoord worden ingezet voor Groningen samenhangend met aardbevingen.

Diversen (technische mutaties niet tot een ijklijn behorend uitgaven)
Dit betreft onder andere een mutatie waarbij de beschikbare kasmiddelen voor de rentedragende lening aan ECN met 20 mln. worden verhoogd. De totale hoofdsom van maximaal 82 mln. blijft ongewijzigd.

Diversen (technische mutaties RBG eng ontvangsten)
Dit betreft onder andere de garantstelling aardwarmte waarvoor meer provisies worden verwacht dan nu geraamd.

Bijstelling aardgasbaten
De aardgasbaten zijn naar beneden bijgesteld door macro-economische ontwikkelingen en volumebeperking.


Advies Raad van State op ontwerp Miljoenennota 2017

(Passage over ‘Klimaat- en energiebeleid’) (MJN = Miljoenennota)
‘(…) CO2-reductie krijgt een belangrijke plek als doel in het beleid, zo vermeldt de MJN. Het op 12 december 2015 gesloten klimaatakkoord van Parijs wordt daarvoor als basis gebruikt. Dit verdrag bevat voor alle landen die partij zijn – waaronder zowel de EU als Nederland – de inspanningsverplichting om na ratificatie maatregelen te treffen om de broeikasgasuitstoot in 2050 te beperken tot 80-95%. De EU heeft zich hieraan gecommitteerd met als doel een broeikasgasreductie van ten minste 40% in 2030 ten opzichte van 1990. Het kabinet heeft te kennen gegeven de doelstelling voor 2030 onverkort uit te voeren en verdere stappen te zetten om de ambitie van Parijs in 2050 te realiseren. Om deze doelstellingen te bereiken, is samenhangend EU- en nationaal beleid gericht op lange-termijndoelen nodig, aldus de MJN. Het huidige Nederlandse Klimaatbeleid is nu evenwel vooral gericht op het halen van de doelen van het Energieakkoord voor 2023. De MJN kondigt een energieagenda aan die in het najaar van 2016 zal verschijnen.
De Afdeling merkt op dat met de maatregelen zoals die zijn afgesproken in het Energieakkoord slechts voor de periode tot 2023 is voorzien in het zetten van concrete stappen. Wat vooralsnog ontbreekt is een concreet, consistent en geloofwaardig beleid voor het klimaat voor de langere termijn, bijvoorbeeld op het terrein van innovatie. Nederland loopt daarmee niet alleen achterop in de Europese Unie bij het maken van de omslag naar een meer duurzame economie, maar ook is duidelijk dat nog aanzienlijke intensiveringen nodig zijn om de doelen die Nederland zich heeft gesteld te kunnen halen, ook als het Klimaatverdrag niet in werking zou treden. Het daadwerkelijk behalen van die doelen vormt dan ook een grote opgave. Bij het formuleren van een beleidsagenda voor de lange termijn, acht de Afdeling het noodzakelijk dat beter inzicht wordt gegeven in de effectiviteit van dit beleid. In de thans gevolgde weg ligt besloten dat burgers en bedrijven worden geconfronteerd met lastenverzwaringen ter financiering van wenselijk geachte projecten. De vraag rijst waarom het stimuleren van meer private investeringen niet verder van de grond zou kunnen komen. Klimaat en energie zijn immers bij uitstek sectoren waarin investeringen en innovatie kunnen zorgen voor groeimogelijkheden, ook voor bedrijven. Daarmee kan op de langere termijn economische groei worden bevorderd, ook al vormen dergelijke investeringen op de korte termijn wellicht vooral een kostenpost. De aanmerkelijke kloof tussen wat nodig is om de gestelde doelen te halen en wat tot nu toe is bereikt, betekent dat hierin voor de komende periode een grote opgave ligt, die tegelijkertijd ook kansen biedt voor innovatie en investeringen in toekomstige groei. In het bijzonder is beleid gericht op het stimuleren en ondersteunen van private investeringen van belang. (…)’


Bronnen
Rijksoverheid, 20 september 2016: Miljoenennota 2017: Nederland staat er een stuk beter voor
Rijksoverheid, 20 september 2016: Prinsjesdag 2016: meer ruimte voor ondernemerschap en duurzame groei
Rijksoverheid, 20 september 2016: Financiering infrastructuur is voor de toekomst zeker gesteld
Rijksoverheid, 20 september 2016: Miljoenennota 2017 (pdf, 196 pagina’s)
Rijksoverheid, 20 september 2016: Internetbijlagen bij de Miljoenennota 2017
Rijksoverheid, Raad van State, 20 september 2016: Advies Raad van State op ontwerp Miljoenennota 2017 (pdf, 16 pag.)

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.