‘Mythes over CO2-opslag vertroebelen debat’

Waar dagblad Trouw afgelopen maand het failliet van de ondergrondse CO2-opslag aankondigde, vestigt het Global Carbon Capture and Storage Institute de aandacht op 12 veelgehoorde opvattingen die het debat rondom CO2-opslag zouden vertroebelen. Hun lessen kunnen ook het Nederlandse debat ten goede komen, denkt Wim Turkenburg, hoogleraar Science, Technology & Society aan de Universiteit van Utrecht.

Bange burgers en huiverende politici die CO2-opslag hooguit een dure, tijdelijke noodmaatregel noemen, iets wat nodig is om je aan de uitstootafspraken te houden, terwijl je overschakelt op technieken waar nauwelijks broeikasgassen bij vrij komen. Het beeld dat CO2-opslag in Nederland oproept na de protesten rond de afgelaste projecten in Barendrecht en de Maasvlakte, is toch wat anders dan het beeld dat het Global Carbon Capture and Storage (CSS) Institute wil verspreiden. Als een internationale vereniging van bedrijven en regeringen die de toepassing van ondergrondse CO2-opslag wil versnellen, vertegenwoordigt het de Aziatische OntwikkelingsBank, bedrijven als Shell, ExxonMobil, BHP, Gassnova, China Steel Corporation, Mitsui, Kawasaki en Toshiba en regeringen van het Verenigd Koninkrijk, de Verenigde Staten, Canada, Australië, China en Japan.

‘Gebruik fossiele brandstoffen neemt nog altijd toe; CO2-opslag is onvermijdelijk’

Volgens het Global CCS Institute heeft de CO2-opslag sector te maken met een aantal hardnekkige misverstanden die het debat bepalen. In een bericht van 28 juli stellen zij twaalf veelgehoorde opvattingen aan de orde, en geven zij aan waarom deze stellingen in hun beleving niet kloppen:

  1. ‘CO2-opvang en opslag is geen klimaatveranderende technologie’
    Uit bewijs van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en het International Energy Agency (IEA) blijkt dat internationale doelstellingen niet gehaald kunnen worden zonder CO2-opslag, schrijft het instituut. Om de Parijs-doelstellingen voor 2060 te halen, zou het IEA berekend hebben, moet 14% van alle CO2-reductie van CO2-opslag komen.
  2. ‘CO2-opslag is onveilig en onvoldoende getest’
    Ondergrondse CO2-opvang en -opslag wordt inmiddels ruim 45 jaar getest, aldus het Global CSS Institute. Momenteel opereren wereldwijd 17 grootschalige faciliteiten, die samen meer dan 30 miljoen ton CO2 per jaar zouden opslaan.
  3. ‘CO2-opslag veroorzaakt aardbevingen’
    Net als andere geologische ondernemingen, kan de injectie van CO2 micro-seismische activiteit veroorzaken, erkent het instituut, maar die is zo beperkt dat die niet gevoeld kan worden op het aardoppervlak.
  4. ‘CO2-opslag is duur’
    CO2-opslag kan goedkoper zijn dan periodieke duurzame bronnen, weet het instituut, en de kosten dalen naarmate meer faciliteiten commercieel opereren.
  5. ‘CO2-opslag is niet commercieel’
    Wereldwijd zouden 17 grootschalige faciliteiten bewijzen dat CO2-opslag wel commercieel rendabel kan zijn, aldus het instituut.
  6. CO2-opslag dient als façade om de fossiele brandstofindustrie in het leven te houden’
    CO2-opvang en -opslag is volgens het Global CCS Institute de enige schone technologie die je zo breed in kan zetten dat je emissies uit verschillende grote industriële sectoren kan aanpakken – inclusief staal, chemie, kunstmest en plastic.
    Bovendien, stelt het instituut, is het de enige technologie die de emissies uit ’s werelds 500 nieuwe kolencentrales aan banden kan leggen, terwijl er wereldwijd nog 100 nieuwe kolencentrales gepland staan. Zonder CO2-opslag kunnen die niet als ‘schoon’ aangemerkt worden. Waar anderen dit zouden kunnen zien als een reden waarom deze ‘mythe’ en stelling nummer 7 juist wel kloppen, acht het Global CSS Institute de CO2-opslag als een onvermijdelijk transitiemiddel (zie stelling 1). De mogelijkheid om oude kolencentrales met CO2-opvang aan de gang te houden, zorgt er volgens hen voor dat bestaande banen en economieën niet instorten terwijl de wereld overschakelt naar een lagere CO2-uitstoot.
  7. ‘CO2-opslag concurreert met de toepassing van duurzame energiebronnen, en beperkt de inzet daarvan’
    CO2-opslag complementeert duurzame bronnen door emissies terug te brengen in industrieën waar duurzame energiebronnen niet door kunnen stoten, meent het instituut – opnieuw noemt het daarbij met name staal, chemie, kunstmest en plastic. Ook het IPCC en het IEA zouden bevestigen dat CO2-opslag de enige manier is om uitstoot uit deze grote industriële sectoren te verminderen.
  8. ‘Er is te weinig ondergrondse opslagcapaciteit om CO2 op te slaan’
    Gedetailleerde surveys in de VS, Canada, Australië, Japen, China, Noorwegen en het VK hebben veel potentiële opslagplaatsen hebben aangetoond, weet het instituut.
  9. ‘Als CO2-opslag zou werken, zou het al lang geleden omarmd zijn’ 
    Fout, zegt het instituut: CO2-opslag wordt al breed opgenomen en de huidige ontwikkelingen in de industrie bevestigen dat. De CO2-opslag heeft echter last van beperkte bewustwording, vindt het: het ontbeert de marketingmogelijkheden waar duurzame energiebronnen wel van genieten.
  10. ‘CO2-opslag is niet nodig, want het gebruik van fossiele brandstoffen neemt af’
    De hoeveelheid fossiele brandstoffen die we gebruiken neemt nog altijd toe, benadrukt het instituut. Vorig jaar bereikten ze een record met record 83.6 miljard olievaten, vergeleken met 73.3 miljard 10 jaar geleden, en het instituut ziet geen signalen dat dat gaat afnemen. Sinds 1960 zijn de CO2-emissies elk jaar toegenomen, de afgelopen twee jaar boekten ze zelf records. Het aandeel duurzame energieproductie is nog geen 5%, weet het instituut, en het aandeel fossiele brandstoffen zal in 2040 nog altijd 50% zijn.
  11. ‘De Kemper Power Plant is een voorbeeld dat CO2 opslag duur is en niet werkt’:
    De moeilijkheden van de Kemper gasenergiecentrale in Mississippi hadden niets te maken met haar CO2-opslag capaciteiten, zegt het instituut. De Petra Nova CO2-opslag faciliteit in Texas en de Boundary Dam in Canada zouden de mogelijkheden van CO2-opslag en haar winstgevendheid in de energiesector bewijzen.
  12. tot slot stelt het instituut haar eigen rol ter sprake met stelling nummer 12: ”Het Global CCS Institute is een staatsgesteunde spreekbuis voor de grote industrie’:
    Ook fout, zegt het Global CCS Institute, wij zijn een onafhankelijke organisatie voor klimaatverandering, in handen van onze 55 leden, waaronder regeringen, kleine en grote bedrijven, onderzoekers, academici en ongebonden maatschappelijke organisaties. Als ’s werelds autoriteit op het gebied van CO2 opvang en -opslag, maken we deel uit van hoogaangeschreven klimaatveranderingsorganisaties als het United Nations Framework Convention on Climate Change en het IPCC.

Ook Uniper en Engie trokken zich terug

Dat het Global CCS Institute te maken heeft met een moeilijk te marketen verhaal, blijkt ook uit de bevindingen van dagblad Trouw. Nadat Nederlands laatste plan voor opslag van CO2 afgeblazen werd, concludeerde de krant dat de Nederlandse ondergrondse CO2-opslag failliet was: op land, maar ook op zee. De informatievoorziening naar de burgers was inderdaad buitengewoon slecht verlopen, maar behalve door slechte communicatie rondom de ondergrondse CO2-opslag, werden Rotterdamse opslagpogingen gefrustreerd doordat bedrijven zich terugtrokken uit het plan hun CO2 op te slaan in leeg gasveld onder de Noordzee. Dit ondanks 330 miljoen subsidie die de Rijksoverheid en Europa in de opslag staken.

Energiebedrijven Uniper en Engie, die inmiddels kolen verstoken op de Maasvlakte, zeggen dat het financieel niet rond te krijgen is. Zolang CO2-emissierechten hun constant lage prijs behouden, zal dat niet veranderen, constateert Trouw: investeringen in opslag beginnen pas interessant te worden bij minimaal 30 euro per ton broeikasgas. De centrales hebben ruimte om een afvanginstallatie te plaatsen, maar gebruiken die niet.

Bronnen:
Trouw, 8 juli 2017, ‘Het failliet van de ondergrondse CO2-opslag’
Global CCS Institute, 28 Jul 2017, ‘Busting the myths and misconceptions about CCS: 12 Key Facts’
Global CSS Institute, 1 augustus 2017, ‘Who we are’

Foto: Protesten tegen CO2-opslag onder Barendracht – 2010 (foto FluxEnergie/Paul Tolenaar)

Auteur: Redactie

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.