foto: REC

Nederland bij zes grootste Europese zonnelanden

In 2018 kan Nederland zich ontwikkelen tot een markt van meer dan 1 GW aan nieuwe projecten voor zonne-energie. Dat zegt Ivano Zanni, ondervoorzitter voor de zone Europa, Afrika en Midden-Oosten bij de Noorse fabrikant van zonnepanelen REC Group.

“Het voorbije jaar is de Europese markt weer gegroeid, met groepsaankopen en autoconsumptie als sterkste motoren,” aldus Zanni. “We schatten dat dit jaar goed zal zijn voor 11 GW aan extra capaciteit en 2019 zelfs voor 16 GW. Dat komt neer op een groeiritme van 45%. Om de Europese doelstelling voor 2030 (32% zonne-energie) te realiseren moeten we ongeveer het aantal nieuwe installaties tijdens het jaar 2017 nagenoeg verdubbelen.”

Volgens Zanni zullen de zes grootste Europese zonnelanden –Duitsland, Frankrijk, Italië, Turkije, Spanje en Nederland– in 2018 samen goed zijn voor 7 GW extra opgestelde productiecapaciteit.

De Spaanse markt zal een boost krijgen door de geplande aanbesteding van zonneprojecten uitgeschreven door de overheid. De winnaars moeten dan voor 2020 voor 3,6 GW krachtcentrales op zonne-energie bouwen. Er is ook sprake van het schrappen van de bestaande Spaanse ‘zonnetaks.’ Dit kan de huishoudelijke markt aanzwengelen.

“In Italië verwachten we eveneens een groei van de huishoudelijke markt, maar ook een toename van grote installaties, via publieke-private samenwerkingsprojecten. In Frankrijk ondervond onze eigen afzet een behoorlijke boost door het verwerven van het Certisolis-certificaat voor ons Twinpeak 2-paneel. De ecologische voetafdruk van de productie zelf en het transport van zonnepanelen is in Frankrijk –en in sommige andere landen– een thema dat zwaar doorweegt.”

Rotterdam

In Nederland draagt de uitbouw van grote zonneweiden de groei van de PV-markt. De groei van de Europese markt als geheel is er ook goed nieuws voor Rotterdam. REC Group, dat zijn zonnepanelen laat maken in Singapore, heeft er zijn Europese distributiecentrum ondergebracht.

België

De Belgische markt is kleiner, maar veert weer op. “België was één van de eerste landen waar de overheid de plaatsing van zonne-installaties fors ondersteunde,” legt Zanni uit. “Toen die steun wegviel kreeg de markt er een serieuze opdoffer. Intussen wordt de regelgeving er weer voordeliger. Dat beïnvloedt de verkoop.”

Prijzenslag

Zanni vermoedt dat de prijsdaling van zonnepanelen ongeveer zijn limiet heeft bereikt. “We zijn nu aanbeland op een punt waarbij de prijs van de panelen zelf slechts een fractie bedraagt van die van de installatie. De arbeidsuren voor het ontwerpen en plaatsen van de installaties, staanders en ballasten voor platte daken, transport wegen zwaar door. En die kosten zijn dezelfde voor goedkope Chinese panelen als voor kwaliteitsmerken.”

Zanni verwacht dat de kwaliteitsmerken zich zullen handhaven. “Individuele gebruikers kijken almaar meer naar kwaliteit. Ze willen zonnepanelen die hen na plaatsing zo weinig mogelijk zorgen zullen opleveren. De waarborgperiode is dan ook belangrijk. Industriële afnemers kijken niet naar de absolute prijs, maar naar de verhouding van de prijs tot de efficiëntie, in de vorm van geproduceerde energie.”

Onderwerpen: ,

Auteur: Koen Mortelmans

Koen Mortelmans is freelance redacteur voor FluxEnergie en Nieuwsblad Transport.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.