Ook CBS neemt de klimaatverandering al waar

11 december 2015 – Het CBS ziet in de metingen die het instituut bijhoudt met betrekking tot de natuur dat de klimaatverandering al is vast te stellen in het leefpatroon van planten en dieren.

Het Centraal Bureau voor de Statistiek houdt een groot aantal indicatoren bij rond de natuur in Nederland. Het CBS doet dat voor het Compendium van de Leefomgeving.

Uit het persbericht van het CBS over de klimaatverandering
‘(…) Het leefpatroon van planten en dieren verschuift steeds vaker als gevolg van klimaatverandering. (…) Vooral de groei- en bloeiperiode van planten verschuift naar een eerder tijdstip. Ook beginnen libellen en vlinders eerder te vliegen en wat ook opvalt is dat het eerste kievitsei eerder gevonden wordt dan voorheen, schrijft CBS. De indicator ‘eerste eileg zangvogels in Nederland’ laat zien dat het broedseizoen van zangvogels nog nooit zo vroeg is begonnen als in 2014. In de jaren tachtig legde deze groep vogels nog halverwege mei het eerste ei. Tegenwoordig is dat begin mei, een vervroeging van 8 dagen. (…) Het vroege tijdstip waarop het voorjaar begint kan toegeschreven worden aan de verandering van het klimaat. De gemiddelde jaartemperatuur voor Nederland is in de afgelopen eeuw met 1,5 graden gestegen. De tien warmste jaren sinds de weersmetingen vallen allemaal in de laatste 25 jaar, waarbij 2015 wereldwijd zeer waarschijnlijk het warmste jaar gaat worden.

Het voorjaar van 2014 viel op door een extreme vroege start. 2013 was juist een extreem koud voorjaar met temperaturen beneden nul tot in begin april. Zoals de KNMI-klimaatscenario’s laten zien, gaat de verdergaande klimaatverandering gepaard met toenemende weersextremen. (…) Niet alleen het leefpatroon van dier- en plantensoorten verschuift naar een eerder tijdstip, ook verandert het verspreidingspatroon binnen Nederland. Sommige veranderingen kunnen toegeschreven worden aan de klimaatverandering. Zo hebben de afgelopen eeuw tientallen planten- en diersoorten zich in Nederland gevestigd die voor een groot deel afkomstig zijn uit warmere, zuidelijke streken. Daarentegen zijn er maar weinig soorten van noordelijke herkomst verschenen. Op basis van huidige verschuivingen in verspreidingspatronen en relaties met habitat en klimaat zijn voor vogels en vlinders reeds klimaatscenario’s doorgerekend die grootschalige veranderingen binnen Europa laten zien. Een deel van de voorspellingen van deze modelstudies zijn conform de klimatologische veranderingen reeds uitgekomen. (…)’

 

Uit een bericht van het KNMI over de klimaatverandering (bericht over het weer in de afgelopen novembermaand)
‘(…) De aarde warmt op, sinds 1950 grotendeels door broeikasgassen zoals CO2 die door de mens in de atmosfeer gekomen zijn. Nederland warmt ook op, anderhalf tot twee keer zo snel als het wereldgemiddelde. Dit geldt ook voor de maand november, die nu gemiddeld twee graden warmer is dan een eeuw geleden. Hierdoor is de kans op een één, vijf, tien of vijftien warme dagen zoals we die dit jaar gemeten hebben veel groter geworden. Een wiskundige beschrijving van die kans is zelfs bijna nul aan het begin van de twintigste eeuw, tegen eens in de 20–40 jaar nu. De kans is in deze beschrijving meer dan een factor 100 toegenomen. Voor een formele attributie aan het versterkte broeikaseffect zijn modelstudies nodig die voor deze extremen nog niet gedaan zijn. Gegeven dat de gemiddelde opwarming van de wereld en van Europa wel aan de uitstoot van broeikasgassen is toegeschreven ligt dit echter wel heel erg voor de hand. (…)’

 

Bronnen
CBS, 11 december 2015: CBS: Klimaatverandering: in april leggen alle vogels een ei?
Compendium voor de Leefomgeving: Dossier klimaatverandering in Nederland 
KNMI, 1 december 2015: Achtergrond – Bijdrage klimaatverandering aan zachte novemberdagen
Foto FluxEnergie/© Wil de Jonge

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.