‘Ook voor wind-op-land snel gaan werken met tendersysteem’

14 december 2016Alleen wanneer we voor wind-op-land hetzelfde tendersysteem als voor wind-op-zee toepassen én we meer investeringszekerheid aan de bouwers bieden, kan het nog lukken: 6000 MW aan wind-op-land in 2020. Maar dan moeten we wel razendsnel zijn. Aldus Jan Willem Zwang van Greencrowd.

In het Energieakkoord, ondertekend in 2013, is vastgelegd dat Nederland 6.000 MW wind op land moet hebben staan in 2020. Eind 2015 was 3.000 MW bereikt. Dat betekent dat het op land opgesteld vermogen in vier jaar moet verdubbelen. Gaat dat lukken?
Jan Willem Zwang van Greencrowd (financiering duurzame-energieprojecten) denkt dat dat een heel zware opgaaf wordt.
Hij noemt een aantal van de beren op de weg:

  • Er zijn te weinig aanvragen in 2016 voor SDE+ subsidie (558 MW aan aanvragen).
  • 99% van de SDE+ vergunde projecten uit 2015 zijn in 2016 nog niet gerealiseerd.
  • Er worden ondertussen ook nog oude turbines ‘uitgefaseerd’.
  • Er worden, door bijvoorbeeld Noord-Holland, strengere eisen gesteld dan landelijk.
  • Er is her en der heel veel weerstand (bijvoorbeeld De Drentse Monden en Oostermoer) en dat leidt soms tot inkrimping van de plannen.
  • De rendementen staan onder druk door de lage elektriciteitsprijzen. Lang niet alle vergunde projecten zullen daardoor worden gerealiseerd.
Jan Willem Zwang: ‘Zo’n tender zou al in 2018 kunnen’

Jan Willem Zwang: ‘Het behalen van 2020 doelstellingen wordt daardoor nog lastiger dan deze al is. Maar hoe dan wel?’ Volgens hem kan het als wind-op-land net zo aangepakt wordt als wind-op-zee.

Jan Willem Zwang op de website van Greencrowd
‘(…) Het huidige subsidiestelsel werkt wel wanneer we kijken naar wind op zee. Het Rijk bespaart 2,7 miljard euro, volgens Kamp, dankzij de messcherpe bieding van DONG op het windpark Borssele. Waar partijen subsidie konden aanvragen tot en met 12,4 cent per kilowattuur, vroeg Dong 5,1 cent minder. Dat is bijna voor de helft!

Tenders voor wind-op-land
Voor wind op land moet dezelfde methodiek worden toegepast als wind op zee: het Rijk wijst aan en verzorgt de gehele voorbereiding en marktpartijen mogen bieden. Degene met de laagste prijs wint en moet binnen twee jaar klaar zijn met bouwen. Wanneer Kamp hier de komende maanden even de tijd voor neemt, kan hij dit voor de verkiezingen nog doorvoeren en kan 2017 benut worden om het verder uit te werken en voor te bereiden. Het Rijk houdt vervolgens in 2018 een tender en in 2019 en dan kunnen de doelstellingen voor 2020 alsnog worden behaald.

Met meer investeringszekerheid
Maar een andere aanpak op het gebied van sturing is niet het enige dat moet veranderen. In aanvulling hierop moet er meer investeringszekerheid worden geboden.
De basisenergieprijs schommelt nu rond de marktprijs waardoor er geen buffer omlaag is. Iedere prijsdaling van elektriciteit leidt bijna direct tot een lager rendement. Wanneer de basisenergieprijs wordt verlaagd, bijvoorbeeld naar 50% van de huidige Endex-forwards, hebben de investeerders in de windparken in ieder geval een buffer voor het geval de marktprijs verder daalt. Hiermee krijgen niet alleen de investeerders meer zekerheid maar ook de financiers van de windparken zoals banken en pensioenfondsen. Met meer zekerheid zullen zij eerder geneigd zijn te financieren én zullen ze wellicht ook een hogere leverage accepteren waardoor de investeerders niet alleen meer zekerheid krijgen, maar ook meer rendement op hun eigen vermogen kunnen halen. (…)’

Bronnen
Greencrowd, 9 december 2016: Vol is vol
Foto: Eneco (bouw windpark Houten)

Onderwerpen: , ,

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.