‘Overheid moet meer durven; een nationale prijs op CO2 bijvoorbeeld’

12 januari 2017 – De oude manier van beleid ontwikkelen werkt niet meer in de veranderende wereld, aldus Maarten Camps, secretaris-generaal van het ministerie van Economische Zaken in zijn nieuwjaarsartikel. De overheid moet meer durven en experimenteren; met een nationale prijs op CO2 bijvoorbeeld. 

Als de oude manier van beleid ontwikkelen niet meer werkt in een steeds veranderende wereld, hoe moet het dan wel? In drie stappen, stelt Camps in zijn nieuwjaarsartikel, een ‘economische Troonrede, in Economische Statische Berichten: ‘betrekken van burgers en bedrijven om tot ­gezamenlijke doelen te komen, beginnen met concrete doelgerichte instrumenten, en bijsturen op basis van feitelijke informatie’. Hij werkt het idee uit voor een experiment met een nationale prijs op CO2 om CO2-reductie te stimuleren.

Camps in een interview met NRC Next
‘(…) „We hebben nu een Europees handelssysteem voor rechten op CO2-emissies. Dat functioneert nu niet optimaal, omdat de prijs voor de uitstoot van een ton CO2 te laag is om bedrijven te prikkelen duurzamer te produceren. Het is 5 à 6 euro per ton, terwijl het 60 tot zelfs 300 euro zou moeten zijn om het gewenste effect te hebben. Er wordt wel gepraat over prijsverhoging in Brussel, maar ja, niet iedereen in Europa is enthousiast over een fors hogere CO2-prijs. Als we in Nederland zélf een norm of minimumprijs instellen, in combinatie met steun voor innovaties om CO2-uitstoot te verminderen, kunnen we de industrie stimuleren en koploper worden.” (…)’

Uit het nieuwjaarsartikel in Economische Statische Berichten
‘(…) Gedacht kan worden aan de introductie van een CO2-norm of een gedifferentieerde nationale CO2-minimumprijs, gecombineerd met innovatiesteun en compensatie voor sectoren waar de effecten te groot worden geacht vanwege internationale concurrentie (zie bijvoorbeeld Ministerie van Economische Zaken, 2016b). Weglek van CO2-emissies naar het buitenland kan zo ook worden verminderd. Idealiter trekt Nederland hierbij op met landen die eveneens ambitieus zijn, zodat ­mogelijke weglek en negatieve impact op de concurrentiepositie van Nederland en andere deelnemende landen ook langs die weg wordt beperkt. De kern is dat thans onrendabele innovatieve ­business cases alsnog rendabel kunnen worden.
De effecten van deze maatregelen zijn vooraf niet ­volledig te voorspellen. Bijsturen zal noodzakelijk zijn, ­bijvoorbeeld door de norm, de CO2-prijs of de compen­satie aan te passen. Om te bepalen op welke wijze bijgestuurd moet worden, dienen de ontwikkelingen goed te worden gemonitord, in het bijzonder in industriële sectoren, vanwege de mogelijke gevolgen voor de concurrentiepositie en de werkgelegenheid.
De hiervoor geschetste aanpak vergt durf – durf om risico te nemen. We gaan het immers niet in één keer goed doen. Maar door te beginnen en te leren, kan de overheid een aanpak ontwikkelen die de juiste prikkels geeft om te innoveren, die het Nederlandse bedrijfsleven helpt om emissies te reduceren en die hen tot koplopers maakt die hun innovaties in het buitenland kunnen afzetten. (…)
Experimenten maken het mogelijk om te leren, prikkelen tot nieuwe ideeën en brengen de gewenste effecten dichter­bij. En daar gaat het uiteindelijk om. Want om de maatschappelijke doelen te realiseren moeten we nieuwe wegen ­durven verkennen. (…)’


Bronnen
Economische Statische Berichten, 12 januari 2017: Durf te leren (registratie)
NRC Next, 12 januari 2017: ‘De overheid moet niet bang zijn om te falen’ (via Blendle)

Foto: Rijksoverheid

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.