Overschakelen op ander aardgas mogelijk te duur

14 januari 2016 – Het is nog maar de vraag of het overschakelen op een ander soort aardgas (hoogcalorisch) door kan gaan. Minister Kamp vreest dat de omschakelkosten veel te hoog worden.

Dat blijkt uit de beantwoording van de 419 kamervragen over de aardgaswinning in Groningen.
Het aardgas uit Groningen dat nu in heel Nederland gebruikt wordt is ‘laagcalorisch gas’ (L-gas). Het gas dat we (uit Noorwegen en Rusland en via de aanlanding van LNG) importeren is hoogcalorisch gas (H-gas). Dat gas heeft andere verbrandingseigenschappen en kan niet zomaar ons net in, omdat dat andere eisen stelt aan alle apparaten. In een goed bewaakte menging met Gronings gas gaat het wel.
Maar als we veel meer gas gaan importeren is het beter om in heel Nederland over te schakelen op H-gas. Dat betekent wel dat alle apparatuur bij huishoudens en die industrie aangepast of vervangen moet worden.
Aan de voorbereiding van die operatie wordt al hard gewerkt.

Minister Kamp begint te twijfelen
Minister Kamp begint nu echter te twijfelen of het wel zo’n goed idee is. Hij schrijft de Tweede Kamer: ‘Een overgang is echter duur en complex, terwijl de marktvraag naar gas naar verwachting daalt en in de resterende gasvraag mogelijk zou kunnen worden voorzien door hoogcalorisch gas naar laagcalorisch gas te converteren. Het is daarom onzeker of deze overstap daadwerkelijk zal worden gemaakt.’

Hoe complex is de overgang naar H-gas?
Kamp: ‘Alle gastoestellen in Nederland die zijn aangesloten op het laagcalorische gasnet zullen bij een omschakeling geschikt moeten zijn voor het gebruik van hoogcalorisch gas. Alle toestellen waarbij dit niet het geval is, zullen moeten worden vervangen of aangepast. (…) Overigens beperkt een ombouw zich niet alleen tot de gastoestellen, maar moeten er ook aanpassingen aan de infrastructuur worden gedaan.’
Kamp schat dat de helft van alle toestellen vervangen moet worden en de andere helft kan worden aangepast.
Kamp beschrijft hoe ingrijpend de overgang wordt: ‘Een overstap naar H-gas vergt een lange voorbereidingstijd, omdat alle gastoestellen die zijn ingesteld op L-gas moeten worden aangepast dan wel moeten worden vervangen alvorens de overstap kan worden gemaakt. Daarnaast dient er voldoende personeel met de juiste kwalificaties beschikbaar te zijn om de ombouw feitelijk te realiseren, dit ook omdat gehele dorpen of stadswijken in één keer dienen te worden omgebouwd, waarbij het dus om honderden aansluitingen met daarachter meerdere gastoestellen kan gaan. Uit oogpunt van veiligheid mag daarbij geen aansluiting en geen gastoestel worden gemist. Verder geldt dat tijdens een conversie ieder huis/gebouw ten minste driemaal moet worden bezocht voor: (1) inventarisatie aanwezige gastoestellen om te bepalen of aanpassing mogelijk is dan wel vervanging noodzakelijk is; (2) de feitelijke ombouw; en (3) controle op goede werking. Daarbij geldt dat geen huis/gebouw mag worden overgeslagen en dat voor het goed kunnen uitvoeren van de ombouw over de bevoegdheid wordt beschikt om deze binnen te treden, ook bij weigering of afwezigheid van de bewoners. Verder geldt bij industriële aangeslotenen dat veelal niet kan worden volstaan met het aanpassen of vervangen van gastoestellen; vaak zal het opnieuw inrichten en eventueel certificeren van bedrijfsprocessen noodzakelijk zijn.’

Kamp heeft geen zicht op de kosten
Op de vraag wat de ombouwoperatie kost, schrijft Kamp aan de Tweede Kamer: ‘Deze kosten zijn onbekend. Door te eisen dat nieuw te verkopen toestellen zowel laagcalorisch als hoogcalorisch gas aan moeten kunnen, kunnen zoveel mogelijk van deze kosten voorkomen worden. De kosten van de ombouw van installaties van laagcalorisch naar hoogcalorisch gas zijn afhankelijk van het moment waarop tot zo’n ombouw wordt besloten en het aantal toestellen dat op dat moment nog niet geschikt is voor hoogcalorisch gas. Overigens beperkt een ombouw zich niet alleen tot de gastoestellen, maar moeten er ook aanpassingen aan de infrastructuur worden gemaakt.’
De kosten van vervanging dan wel ombouw moeten door de eigenaar van de apparatuur gedragen worden.

In 2011 bleek uit een onderzoek van Arcadis, Kema en Kiwa dat een snelle ombouw zeer hoge kosten met zich meebrengt en dat, schrijft Kamp, ‘om die reden veruit te prefereren is om ombouw via de vervangingsmarkt te doen plaatsvinden’.
Volgens dat onderzoek moeten in Nederland 14,4 toestellen vervangen worden (deels via ‘natuurlijk verloop’). De kosten per eenheid zouden zo’n € 1.250 zijn (en de hele operatie zou dan opgeteld € 9 mrd vergen).

Voorbereiding loopt al wel
De voorbereiding is al wel in volle gang. Vanaf 1 januari volgend jaar mogen alleen nog apparaten worden verkocht die beide soorten gas kunnen verbranden. Kamp: ‘Om te zorgen dat zo veel mogelijk toestellen geschikt zijn voor omzetting naar verbruik van hoogcalorisch gas, is met de gastoestellensector afgesproken dat alle toestellen die vanaf 1 januari 2017 nieuw verkocht worden, zowel laagcalorisch als hoogcalorisch gas aan moeten kunnen.’

Onduidelijkheid over de beslissing
Minister Kamp schept geen duidelijkheid over de beslissing. Hij schrijft de Kamer niet hoe hij die wil nemen en wanneer. Het is ook niet duidelijk of de kwestie aan de orde komt in het binnenkort te verschijnen Energierapport.

 

Bronnen
Brief minister van Economische Zaken aan de Tweede Kamer, 12 januari 2016:  Beantwoording schriftelijke vragen gaswinning Groningen en meerjarenprogramma NCG (pdf, 107 pag.)

 

Onderwerpen: ,

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.