Regelgeving frustreert kleine windmolens en miniwind

Miniwind en kleine windmolens hebben het moeilijk in Nederland, constateert de Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA). Provincies stellen bovenwettelijke eisen aan installaties, gemeentes hebben koudwatervrees, producenten gingen over de kop. Om die situatie te veranderen, biedt NWEA gemeentes een Handreiking miniwind en kleine molens en de Afvinklijst voor plaatsingseisen, en is het op zoek naar een stimuleringsregeling en een onafhankelijke certificerende partij. 

Ze zijn er in uiteenlopende maten en soorten, maar om miniwind genoemd te worden, hebben windenergieinstallaties een rotordiameter van minder dan 2 meter. Je ziet ze meestal op daken van gebouwen. De ‘kleine windmolens’ zijn iets groter: ze hebben een rotordiameter van tussen de 2 en 14 meter. Hun beperkte omvang lijkt ze ideaal te maken voor wie van eigen dak of achtertuin wat wind wil oogsten, maar onduidelijke regelgeving maakt dat vaak onnodig moeilijk, schrijft Karen Kooi-de Bruijne, branchespecialist Wind op Land bij het NWEA.

Nieuwe tools voorkomen lange trajecten en bovenwettelijke eisen

Als voorbeeld noemt Kooi-de Bruijne de provincie Friesland, die verschillende bovenwettelijke eisen aan de windinstallaties stelde. Proefopstellingen moesten bijvoorbeeld na vijf jaar worden verwijderd, ook als ze op dat moment nog duurzame stroom leverden. Vaak ontstaan dit soort situaties door het ontbreken van goede regelgeving, constateert de branchespecialist. Daardoor is voor elk nieuw project een apart, ellenlang, overlegtraject nodig.

Om het gemeentes makkelijker te maken te beslissen welke installaties wel of niet geplaatst mogen mogen, heeft de NWEA twee tools ontwikkeld: de Handreiking miniwind en kleine molens en de Afvinklijst voor plaatsingseisen. In de afvinklijst zijn ook de wettelijke eisen ten aanzien van plaatsingseisen zoals geluidbelasting, mogelijke hinder door slagschaduw en locatiegebonden risico’s opgenomen.

Inschatting lokale energieopbrengst

Met de aanwijzingen van de RVO kan een inschatting gemaakt worden van de aanwezige gemiddelde windsnelheid op de beoogde ashoogte van de windmolen. Om vooraf in te kunnen schatten wat de energieopbrengst van een miniwindturbine of een kleine windmolen kan zijn, moet je daarnaast weten wat het rendement van de gekozen windmolen is, maar bijvoorbeeld ook of er op de gekozen lokatie windschaduw en turbulentie van de wind is. Op een dak kan het bijvoorbeeld veel uitmaken of een installatie direct op het dakoppervlak geplaatst wordt, of een paar meter hoger – buiten de schaduw en turbulentie van de dakranden en omringende bomen.

Bronnen:

NWEA, 13 juli 2017, ‘De slag om miniwind en kleine windmolens’

NWEA, ‘Vuistregels bij het bepalen van de geschatte energieopwekking’

Foto: KT.de

Auteur: Redactie

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.