Twee toekomstscenario’s voor Nederland; beide niet goed voor klimaat

2 december 2015 – Gisteren hebben twee planbureaus twee toekomstscenario’s voor Nederland gepresenteerd. Beide zijn niet goed voor het klimaat (meer dan twee graden opwarming), één is er zelfs ronduit slecht.

Schermafdruk 2015-12-02 08.49.36Het PBL (Planbureau voor de Leefomgeving) en het CPB (Centraal Planbureau) hebben gisteren de studie ‘Nederland in 2030-2050: twee referentiescenario’s’ gepubliceerd. In die scenario’s wordt gekeken naar de welvaart en het leefmilieu. Veel beleidsbeslissingen worden op zulke scenario’s gebaseerd. Beide scenario’s zijn niet goed voor het klimaat, omdat ze bijdragen tot meer dan twee graden opwarming. Het ene scenario draagt bij aan  2,5 tot 3 graden opwarming van de aarde, het andere zelfs 3,5 tot 4 grtaden.
Bij de COP21-onderhandelingen is alles gericht om maximaal twee graden, maar er zijn steeds meer aanwijzingen dat dat ook al te veel is voor het klimaat.
In aanvulling op de twee scenario’s kijken de planbureau in een aparte studie naar het realiseren van de tweegradendoelstelling.

Scenario ‘Hoog’ en scenario ‘Laag’
De planbureaus noemen het ene scenario ‘Hoog’ en het andere ‘Laag’.
Scenario Hoog combineert een relatief hoge bevolkingsgroei met hoge economische groei; scenario Laag kent een meer gematigde demografische ontwikkeling en een meer bescheiden economische groei.

.
Kenmerken scenario Hoog:
– in 2050 2 miljoen Nederlanders meer dan nu
– vergrijzing
– beperkte economische groei (2%)
– sterke groei steden, krimp in Limburg, Zeeland en Groningen
– meer vervoerskilometers
– verbeteringen infrastructuur

Kenmerken scenario Laag:
– bevolkingskrimp vanaf 2030
– vergrijzing
– beperkte economische groei (1%)
– groei steden zwakt af
– veel meer krimp in Limburg, Zeeland en Groningen; elders groei niet zeker
– meer vervoerskilometers
– minder verbeteringen infrastructuur

Wat betekenen deze scenario’s voor energie en klimaat?
Uit het persbericht van de planbureaus
‘(…) De internationale klimaatafspraken zijn leidend. Op basis van de bestaande toezeggingen van landen om hun broeikasgasemissies te reduceren, gaan de onderzoekers van PBL en CPB in scenario Hoog uit van een vermindering van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met 65% in 2050 ten opzichte van 1990. De opwarming van de aarde komt dan op termijn uit op 2,5 tot 3 graden. In scenario Laag is vanwege een minder effectief klimaatbeleid een vermindering van de broeikasgasemissies voorzien van 45% ten opzichte van 1990. De opwarming van de aarde komt dan op termijn uit op 3,5 tot 4 graden.

Nederland en Europa staan aan de vooravond van een trendbreuk in het energiegebruik en de daarbij behorende energieproductie. Toch zal de energievoorziening nog lang sterk blijven leunen op fossiele energie. Voor maatregelen als de afvang en ondergrondse opslag van CO2 (CCS) is vooral in scenario Hoog een belangrijke rol voorzien. In scenario Hoog is een forse verhoging van de CO2-prijs onvermijdelijk. (…)’

Uit het rapport
‘(…)  Een oplopende CO2-prijs
De CO2-prijs is een maat voor de strengheid van klimaatbeleid. In een stelsel van emissiehandel, zoals ETS, staat het voor de prijs die betaald moet worden om een ton CO2-uit te stoten. Als de emissieruimte klein is, zal de prijs oplopen. De CO2-prijs kan andersom ook gezien worden als de (marginale) kosten om de emissies met één ton te beperken. Bij strenger beleid moeten duurdere technologieën worden ingezet met hogere kosten tot gevolg. De CO2-prijs in het scenario Laag loopt op van 4 euro per ton CO2 in 2013 via 15 euro per ton CO2 in 2030 tot 40 euro per ton CO2 in 2050. In het scenario Hoog loopt de CO2-prijs op van 4 euro per ton CO2 in 2013 via 40 euro per ton CO2 in 2030 tot 160 euro per ton CO2 in 2050. In scenario Hoog convergeren de CO2‑prijzen in ETS- en niet-ETS-sectoren, in Laag blijven regionale en sectorale verschillen in CO2‑prijzen bestaan.

Steeds zuiniger met energie
Een grote bijdrage aan de vermindering van emissies wordt geleverd doordat de samenleving in beide scenario’s zuiniger met energie omspringt. Als gevolg van het gevoerde klimaatbeleid is er in beide scenario’s sprake van een absolute ontkoppeling: terwijl de economie groeit, daalt het energieverbruik. Die daling is met name in scenario Hoog sterker dan in het verleden; als historische besparingstrends zouden worden doorgetrokken, zou het energiegebruik in Hoog in 2050 ongeveer 75 procent hoger uitkomen, in Laag ongeveer 35 procent.

Sterke groei hernieuwbare energie
Het aandeel hernieuwbare energie in het totaal verbruik neemt in beide scenario’s toe tot ongeveer 25 procent in 2030. In 2050 loopt dit verder op tot ongeveer 35 procent in scenario Laag en bijna 50 procent in scenario Hoog. In beide scenario’s neemt de energieproductie uit hernieuwbare bronnen toe, van een schamele 5 procent in 2013 naar bijna de helft in 2050 in het Hoge scenario. Zelfs in Laag is het aandeel hernieuwbaar in 2050 bijna 40 procent. Welke – mix van – emissiearme technologieën hierbij uiteindelijk dominant zal worden is op dit moment onzeker. Wel ligt het voor de hand dat investeringskosten hoog zullen zijn. Daar staat tegenover dat verbruikskosten naar verwachting zullen gaan dalen; gebruik van emissiearme technologieën, zoals windmolens, zonnepanelen en aardwarmte vergen hoge investeringskosten, maar leiden tot relatief lage brandstofkosten.

Afvang en opslag van CO2 is een belangrijke technologie
Ook in de toekomst blijft de Nederlandse energievoorziening sterk leunen op fossiele energie. Om toch aan de strenge emissiedoelstellingen in scenario Hoog te voldoen, speelt afvang en opslag van CO2 (CCS) een belangrijke rol. In dit scenario wordt ongeveer 33 megaton CO2 afgevangen en opgeslagen in 2050, bijna een derde van de totale emissies. De technische opslagcapaciteit voor CO2 in de Nederlandse ondergrond (in de Noordzee en op het vaste land) is toereikend om gedurende zo’n 40 jaar deze hoeveelheid CO2 op te slaan. Overigens biedt de Noordzee nog meer mogelijkheden voor CCS, bijvoorbeeld in Noorse gasvelden. Vooralsnog is de maatschappelijke weerstand groot. CCS is vooral belangrijk bij de warmtevoorziening in de industrie, bij de productie van transportbrandstoffen en bij elektriciteitscentrales. CCS in combinatie met energie uit biomassa verwijdert per saldo CO2 uit de lucht (negatieve emissies). (…)’

Over het probleem van de opwarming in beide scenario’s
Uit het persbericht
‘(…) De internationaal gehanteerde tweegradendoelstelling valt buiten de bandbreedte die de scenario’s Hoog en Laag omspannen. In een aparte onzekerheidsverkenning zijn de gevolgen voor Nederland van de tweegradendoelstelling uitgewerkt. Daarbij is voor 2050 uitgegaan van een vermindering van de broeikasgasemissies met 80%-95%. (…)’
In een afzonderlijk ‘Cahier Klimaat en Energie’ worden ook de tweegradenscenario’s uitgewerkt.

Schermafdruk 2015-12-02 09.13.37Uit het Cahier
‘(…) [De scenario’s Hoog en Laag komen dus hoger uit] dan het tweegradendoel dat de stip op de horizon is voor het nationale en internationale klimaat- en energiebeleid. Daarom hebben we een aanvullende onzekerheidsverkenning uitgevoerd. In twee zogenoemde ‘tweegradenscenario’s’ schetsen we denkbare realisaties van het tweegradendoel. In deze aanvullende scenario’s brengt Nederland in 2050 een vermindering van de broeikasgasemissies tot stand van 80 procent ten opzichte van 1990. (…) Het grote verschil tussen de tweegradenscenario’s en het Hoge scenario is de extra beperking op de broeikasgasemissie. Om de extra 15 procent emissiereductie te realiseren (65 procent → 80 procent) zijn er ingrijpender en duurdere maatregelen nodig, wat zijn weerslag zal hebben op de CO2-prijs. (…) De CO2-prijzen die bij dit doel passen, zijn zeer onzeker en lopen naar schatting uiteen van 200 tot 1.000 euro per ton CO2 in 2050. Ter vergelijking: 200 euro per ton CO2 leidt tot ongeveer 50 eurocent extra kosten per liter benzine. Om het tweegradendoel te halen, moet het klimaatbeleid zo snel mogelijk worden aangescherpt. In de onzekerheidsverkenning van het tweegradendoel zijn de CO2-prijzen in 2030 – 100 tot 500 euro per ton CO2 – dan ook veel hoger dan die in de WLO-scenario’s (15 euro per ton CO2 in scenario Laag en 40 euro per ton CO2 in scenario Hoog). Het tweegradendoel is voor het Nederlandse energiesysteem uitgewerkt in een minimumvariant waarin de emissies in 2050 met 80 procent dalen ten opzichte van 1990. De onzekerheid over de ontwikkeling van nieuwe technologieën en de maatschappelijke acceptatie daarvan wordt geïllustreerd met twee ruimtelijk verschillende beelden. Hierin wordt uitgegaan van dezelfde economische groei als in het Hoge scenario, maar wordt aanzienlijk meer ingezet op energiebesparing en hernieuwbare energie. In het tweegradenscenario Decentraal is dit nog meer dan in het tweegradenscenario Centraal. Daartegenover staat dat CCS in scenario Centraal een grotere rol en in Decentraal een kleinere rol speelt ten opzichte van scenario Hoog.
In scenario Centraal ligt het accent in de energiemix op centrale energieopwekking met een grote inzet van CCS, energie uit biomassa en collectieve warmtenetten voor de glastuinbouw en de gebouwde omgeving, en met transport van aardwarmte en restwarmte uit de industrie. Scenario Decentraal verschilt van Centraal door nog meer energiebesparing; onder andere door verdergaande elektrificatie, minder fossiele brandstoffen en een andere technologiemix van hernieuwbare energiebronnen.
In 2050 kan een broeikasgasemissiereductie van 80 procent worden gerealiseerd, met een aandeel hernieuwbare energie van ongeveer 60 tot 70 procent van het finale energiegebruik, in combinatie met ondergrondse opslag van enkele tientallen megatonnen CO2 per jaar. (…)’

Bronnen
Centraal Planbureau, persbericht, 1 december 2015: Nederland verandert; toekomstscenario’s voor beleid
Rapport, 1 december 2015: Nederland in 2030 en 2050: Twee referentiescenario’s (pdf, 42 pag.)
Rapport: 1 december 2015: Cahier Klimaat en Energie (pdf, 56 pag.)

Foto: FluxEnergie/© Paul Tolenaar

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.