foto: Paul Tolenaar

Veel reacties op Hoofdlijnen Nederlands Klimaatakkoord

Dinsdagmiddag heeft Ed Nijpels, als voorzitter van het Nederlands Klimaatberaad, de Hoofdlijnen van het Nederlandse Klimaatakkoord voorgesteld. Nog voor het zover was regende het, al dan niet onder embargo, reacties van diverse stakeholders.

Dat was niet verrassend, want de meeste ervan hadden meegewerkt aan het opstellen van het 89 bladzijden dikke document en onderschrijven het Voorstel voor hoofdlijnen van het Klimaatakkoord. Het is nu aan de regering en de Tweede Kamer om met richtinggevende keuzes te komen. Dat gaat over de aspecten die in de praktijk het gevoeligst zullen liggen, zoals de concrete uitvoeringsmaatregelen, de financiering en vooral de fiscaliteit. Daarna kunnen de betrokken partijen de hoofdlijnen uitwerken in concrete en bindende afspraken. Als het tempo erin blijft, ligt er eind dit jaar een akkoord met handtekeningen.

“De aanpak en de concreetheid van voorstellen verschillen per tafel. De belangen zijn groot en de standpunten verschillend. Belangrijk is dat iedereen deze hoofdlijnen ondersteunt. Niemand is van de onderhandelingen weggelopen. Er zijn geen blokkades,”, aldus Nijpels. “Iedereen is nodig om de uitstoot van broeikasgas in 2030 met minstens 49% te reduceren. Niemand kan het alleen. De overheid niet, het bedrijfsleven niet en de maatschappij niet. We presenteren eind dit jaar alleen een akkoord als de voorstellen daarin minstens de gewenste 49% reductie opleveren.”

Veel meer hernieuwbaar

De productie van hernieuwbare energie moet vervijfvoudigen. Het meeste op zee, maar voor een deel met zon en wind op land. De ambitie is dat omwonenden kunnen meeprofiteren. Energieopslag en andere maatregelen zorgen dat er ook voldoende stroom is als er weinig zon en wind is. Om het over zeven jaar zonder subsidie te kunnen, moeten de kosten van energie uit zon en wind flink omlaag.

Wijk voor wijk verduurzamen

Woningen en gebouwen worden wijk voor wijk verduurzaamd. Dat kan bijvoorbeeld met warmtenetten, helemaal elektrisch, met warmtepompen of met duurzaam gas. Dit wordt lokaal maatwerk. De gemeentes maken daar plannen voor en doen dit in overleg met bewoners. Met een verschuiving in de energiebelasting wordt het gebruik van aardgas ontmoedigd en het gebruik van schone stroom aangemoedigd. Met een nieuw soort lening, de gebouwgebonden financiering, wordt het voor huizenbezitters eenvoudiger om ook maatregelen te nemen. Isoleren moet zo’n 25 procent goedkoper worden.

De woningbouwverenigingen krijgen een rol als startmotor. Zij bezitten veel huizen waardoor de verduurzaming grootschalig kan. Dan dalen de kosten en wordt het ook aantrekkelijk voor mensen met een koopwoning.

Industrie schakelt om

De industrie zet in op efficiëntere processen en efficiënt gebruik van warmte. Ook vervangt schone stroom op termijn fossiele brandstof als energiebron. Daarnaast worden grondstoffen hergebruikt of vervangen door duurzame grondstoffen. Zo wordt de industrie toekomstbestendig. Deze omschakeling kost tijd en geld. Ondergrondse opslag van CO2 is nodig om in 2030 genoeg CO2 uit de lucht te houden. Dat is meteen een opstap om later CO2 als grondstof te kunnen hergebruiken. De industrie investeert zelf in de ombouw, maar heeft ook een bijdrage van de overheid nodig. Daarmee kan de omschakeling op gang komen zonder dat de fabrieken zich internationaal uit de markt prijzen.

Slimmer verduurzamen

Met slimmer voer, betere stallen voor koeien en een warme sanering van de varkensstapel kan broeikasgas vermeden worden. De tuinbouwkassen kunnen van het aardgas af door met aardwarmte te werken en CO2 van de industrie te gebruiken om planten te laten groeien. De uitstoot van broeikasgassen vermindert ook door meer bomen te laten groeien, het land anders te bewerken en een deel van de veenweides natter te maken dan nu. Landbouwmachines schakelen over duurzame energie. Tot slot helpt een halvering van de voedselverspilling en een verschuiving naar minder vleesconsumptie ook CO2 te reduceren

Vergroening vervoer

Mobiliteit wordt schoner, vooral door een omslag naar elektrisch vervoer. Voor lichter vervoer en bussen is het technisch al mogelijk. Voor zwaar vrachtvervoer zijn nog innovaties nodig. Biobrandstof kan een tijdelijke oplossing zijn op de weg naar groene waterstof als brandstof. Reductie kan ook door de bestaande transportcapaciteit beter te benutten. De manier waarop we reizen kan ook CO2-reductie opleveren bijvoorbeeld met spitsmijden, thuiswerken, combinaties van auto, ov en fiets en zuiniger rijden. Dit vraagt veel samenwerking en verandering van iedereen die een rol speelt van begin- tot eindpunt van de reis. Pilots met alternatieven van vervoer en betaling van reizen zijn nodig om hier meer kennis van op te doen.

De hoofdlijnen gewagen ook van een streven naar de hoogste blend van duurzame geavanceerde biobrandstoffen voor vrachtauto’s. Er zijn diverse opties om het prijsverschil met fossiele diesel te overbruggen: hogere bijmengverplichting, accijnsdifferentiatie op transportbrandstoffen. De kilometerheffing kan worden ingezet om de meerkosten terug te dringen. De versnelde vervanging van dieselbusjes door elektrische voertuigen kan via een masterplan plaatsvinden. Op het spoor moeten er 150 diesellocomotieven worden vervangen door elektrische exemplaren.

Waterstof en biomassa over alle tafels heen

Van waterstof wordt veel verwacht als groene energiebron voor vervoer, industrie, gebouwen en als opslag van duurzame energie. Dan moet het wel meer beschikbaar zijn en veel goedkoper worden. Dat kan met een gerichte programmatische aanpak. Als biomassa duurzaam wordt geproduceerd kan het dienen als brandstof of als groene grondstof voor de industrie. Voor de lange termijn heeft dat laatste de voorkeur.

NVDE

“In 2030 zullen we dan tenminste zeven keer zoveel zon- en windenergie hebben dan nu, tegen 40% lagere kosten,” reageert de Nederlandse Vereniging voor Duurzame energie (NVDE). “Ruim een kwart van de huizen is dan duurzaam verwarmd, zonder aardgas. De kosten daarvoor liggen in 2030 een kwart tot de helft lager en zijn ook tot die tijd betaalbaar met een combinatie van belastingverschuiving, gebouwgebonden financiering en subsidie.”

De hoofdlijnen van het klimaatakkoord zijn voor de NVDE een belangrijke tussenstap op weg naar een volledig duurzame energievoorziening. “De tafels geven een gemengd beeld en er moeten nog belangrijke keuzes worden gemaakt. Het is nog te vroeg voor champagne maar zeker nog geen tijd voor azijn. De NVDE heeft er zin in om ook in het najaar bij te dragen aan een mooi akkoord dat zorgt voor een definitieve omslag naar een CO2-vrije samenleving. Zeker de resultaten bij elektriciteit en gebouwde omgeving bieden hoop dat dat gaat lukken,” zegt directeur Olof van der Gaag. “Die groei en kostprijsverlaging komen er niet vanzelf. Afgesproken is dat de succesformule van wind op zee wordt voortgezet en zoveel mogelijk wordt toegepast op land, met betrokkenheid van omwonenden. In het najaar moet dit samen met andere randvoorwaarden verder worden uitgewerkt.”

“In 2030 verwarmen we twee miljoen woningen duurzaam en de overige woningen gebruiken fors minder aardgas. Aardgasvrij wordt aantrekkelijker dan aardgas door een combinatie van maatregelen. Het verhogen van de belasting op aardgas en het verlagen van die op elektriciteit maakt alle duurzame oplossingen rendabeler. De industrie ziet net als de NVDE forse kansen voor elektrificatie. In combinatie met energiebesparing en fors verlaagde inzet op CO2-opslag is dit pakket nu meer in balans. De vormgeving van het ‘vervuiler betaalt’-principe in combinatie met aandacht voor de concurrentiepositie moet nog verder worden uitgewerkt.”

Glastuinbouw

“Uitdagend, maar zeker realistisch,” noemt Sjaak van der Tak, voorzitter van LTO Glaskracht Nederland, de hoofdlijnen. “De uitdagingen voor de glastuinbouw liggen op verschillende terreinen. Te weten: een uitbreiding van zeventien naar vijftig aardwarmtebronnen, de aanleg van warmtenetten voor rest- en aardwarmte, voldoende externe CO2, jaarlijkse nieuwbouw van 300 hectare energiezuinige kassen, een gestructureerde gebiedsaanpak in alle glastuinbouwregio’s, een koplopersaanpak voor innovators en intensivering van het programma Kas als Energiebron. Hiermee streeft de glastuinbouwsector naar een extra CO2-reductie van 1,8 megaton. Ten opzichte van de huidige CO2-uitstoot levert dit een totale reductie van 3,4 megaton op. In alle tuinbouwregio’s zijn ondernemers samen met warmtecoöperaties, gemeenten en provincies bezig de klimaatdoelstellingen te vertalen naar hun bedrijfsvoering. Om deze gedreven houding van de glastuinbouw verder vooruit te krijgen, is het behoud van de huidige stimuleringskaders én gerichte inzet en ondersteuning van de rijksoverheid voor warmtenetten en CO2-afvang noodzakelijk.”

Stroomversnelling

“De richting van het Klimaatakkoord is goed, maar het moet allemaal concreter, zodat afspraken toetsbaar en narekenbaar worden,” stelt Leen van Dijke, voorzitter van Stroomversnelling, de organisatie die zich vooral bezighoudt met energie-efficiënte woningen. “De eerste stap naar energieneutrale woningen is het terugbrengen van de warmtevraag. In de volgende fase wordt vastgesteld wat de norm wordt voor de energievraag van woningen. Stroomversnelling vindt dat standaard een norm van 50 Kilowattuur (kWh) per vierkante meter moet gelden, met uitzondering van specifieke woningtypes zoals monumenten.”

Ze pleit ook voor realisme over het potentieel van duurzame bronnen zoals geo- en aquathermie. “De verwachtingen over bronnen als geothermie en aquathermie zijn hooggespannen, maar de wens lijkt hier de vader van de gedachte. Er zijn nog zoveel onduidelijkheden over geothermie dat het realistischer is om uit te gaan van een bescheiden schatting. Aquathermie heeft ook beperkingen, omdat er warmtepompen nodig zijn, waardoor aanbod en vraag fysiek dicht bij elkaar moeten liggen.”

Auteur: Koen Mortelmans

Koen Mortelmans is freelance redacteur voor FluxEnergie en Nieuwsblad Transport.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.