Vier toekomstbeelden voor energietransitie in Nederland

In het nieuwe rapport Toekomstbeelden van de energietransitie beschrijft SodM, de toezichthouder op de mijnbouw in Nederland, vier mogelijke richtingen voor het Nederlandse energiesysteem. Iedere richting beschrijft een andere manier waarop de overheid op energie stuurt en wat dit vraagt van de technische infrastructuur.

Tot de taken van SodM behoort ook het uitoefenen van toezicht op veel onderdelen van de technische infrastructuur voor energie. De richtingen waarover het rapport gaat geven de mogelijkheid om na te denken over toekomstige risico’s bij iedere soort infrastructuur. SodM baseert zich hiervoor op meerdere bronnen. De vier richtingen of scenario’s komen van Netbeheer Nederland, de informatie over de techniek en de technische infrastructuur van ECN-TNO, CE-Delft en uit verschillende wetenschappelijke publicaties. Voor alle vier de scenario’s grijpt SodM terug naar een toekomstrapport van Netbeheer Nederland uit 2017.

Op basis van dit rapport gaat SodM samen met het ministerie van economische zaken en klimaart risico’s benoemen die komen kijken bij de energietransitie. Volgens de toezichthouder kan de uitwerking van de toekomstbeelden ook nuttig zijn voor andere organisaties. Daarom biedt het Toekomstbeelden aan op zijn website.

Generieke sturing

In het scenario Generieke sturing In dit scenario komt de toekomstige energievoorziening via een organisch proces tot stand, deels gestuurd door een CO2-prijs, maar zonder verdere regie van de overheid. De energievoorziening is een mix van lokale en internationale opties, zonder gerichte sturing op een specifiek energiesysteem.

In dit scenario worden veel energiedragers geïmporteerd, zoals waterstof, biomassa en groen gas. Er wordt tevens in windenergie en zonne-energie geïnvesteerd, maar veel minder dan in de andere scenario’s. Als energiedrager voor mobiliteit wordt een mix gehanteerd van elektriciteit, waterstof en biobrandstoffen. De industrie maakt gebruik van fossiele energiebronnen, in combinatie met het afvangen van CO2 om die ondergronds op te slaan. Verder worden lokale warmtebronnen benut, vooral met warmtepompen.

Als gevolg van de marktwerking blijft Nederland afhankelijk van geïmporteerde energiedragers. Er zijn ontwikkelingen naar het gebruik van meer windenergie en zonne-energie, maar overall zijn er de veranderingen ten opzichte van het huidige energiesysteem relatief beperkt. Kenmerkend zijn de rol die aardolie als grondstof blijft spelen en de belangrijke rol van methaan, zowel in de vorm van aardgas als groen gas. Deze energiedragers worden in dit scenario voor het grootste deel geïmporteerd.

Internationaal

In het scenario Internationaal is Nederland een mondiaal georiënteerd land dat verschillende vormen van hernieuwbare energie importeert en daarmee voor de energievoorziening sterk afhankelijk blijft van het buitenland.

Ook in dit scenario is er een relatief beperkte ontwikkeling van windenergie en zonne-energie. De industrie schakelt deels over naar biobased grondstoffen. Voor mobiliteit worden elektriciteit, waterstof en biobrandstoffen ingezet. Voor de productie van lage temperatuurwarmte (ruimteverwarming) worden warmtepompen ingezet op basis van waterstof en groen gas. Dit scenario neemt aan dat Nederland zich ontwikkelt binnen de bredere Europese economie en dat er veel energie-uitwisseling blijft. Er wordt ingezet op waterstof en biomassa als belangrijke energiedragers. Beide worden vooral geïmporteerd. Het bestaande aardgasnet wordt benut voor de transporten.

Regie Nationaal

In het scenario Regie Nationaal neemt de rijksoverheid de regie en stuurt op energie-autonomie voor Nederland via een mix van vooral centrale energiebronnen, met name wind op zee. Hier is geen import van energie nodig, maar er is wel behoefte aan veel opslagcapaciteit, omdat vraag en aanbod niet gelijk plaatsvinden. Het medium hiervoor is waterstof, want opslag in accu’s biedt onvoldoende capaciteit.

Ruimtebeslag

Omzetting van elektriciteit naar die waterstof gebeurt, wegens het grote ruimtebeslag (naar schatting 50 km²) van de elektrolysers, aan de kust of zelfs op zee. Het aanleggen van kunstmatige eiland is een dure oplossing, maar de nodige beschikbare en geschikte ruimte langs de kust vinden is niet vanzelfsprekend.

Ook in de energiebehoefte voor transport wordt deels voorzien door waterstof en industriële processen schakelen voor een deel over naar waterstof. Opvallend zijn hier de grote hoeveelheid offshore wind op en de verzwaarde elektriciteitstransportnetten om de geproduceerde elektriciteit naar de eindgebruikers te brengen.

De elektriciteit wordt grootschalig opgewekt in windparken op land –goed voor 5% van het landoppervlak– en in zonneparken –goed voor 2 % van het grasland. Het grootste deel wordt echter in windparken op zee geproduceerd. Voor dit laatste is een oppervlak van ongeveer 13% van het Nederlandse deel van de Noordzee nodig.

Regie Regionaal

In het vierde scenario, Regie Regionaal, hebben provincies en gemeenten veel regie. Er wordt ingezet op zoveel mogelijk lokale productie van elektriciteit. Verder wordt veel warmte benut uit lokale energiebronnen, zoals zon, wind, biomassa en geothermie. Grootschalige productie blijft overigens nodig, bijvoorbeeld in de vorm van windenergie op de Noordzee. Doordat elektriciteit veel meer lokaal wordt geproduceerd dan in het scenario Regie nationaal is er minder behoefte aan een heel zwaar elektriciteitstransportnet.

Waar mogelijk worden warmtenetten aangelegd om bronnen (geothermie, bodemwarmte) te verbinden met afnemers. Warmtebronnen zijn lokale restwarmte uit de industrie en geothermie. Via warmtenetten wordt dit naar de afnemers gebracht. Vanwege de afstandsbeperkingen bij het transport van warmte hebben zulke warmtenetten een regionaal en lokaal karakter. Verder wordt er warmte opgeslagen in ondergrondse warmte/koudeopslag (om de seizoenfluctuaties op te vangen). Ten slotte zijn piekketels op waterstof beschikbaar om in de piekvraag naar warmte te voorzien.

Door de aard van de regionale initiatieven zullen de energie-oplossingen in elke regio anders uitvallen. De omvang van dergelijke regio’s is nog niet duidelijk. Mogelijk zullen er twintig tot honderd ervan kunnen ontstaan in Nederland.

Auteur: Koen Mortelmans

Koen Mortelmans is freelance redacteur voor FluxEnergie en Nieuwsblad Transport.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.