Klimaat – ‘Onze economie moet drastisch op de schop’

23 juni 2016 – De klimaatdoelen van de klimaattop in Parijs vragen om een drastische aanpassing van onze economie. We moeten omwille van het klimaat naar andere producten en andere productiewijzen. Het terugdringen van de CO2-uitstoot vergt gigantische investeringen en enorme des-investeringen en versnelde afschrijvingen in de fossiele economie. Aldus een studie van CE Delft.

Uit een persbericht van CE Delft
160623-CEDelftrapport‘(…) De gevolgen van een voorgenomen 80-95% CO2 reductie in 2050 zijn door CE Delft doorgerekend in de studie ‘Investment challenges of a transition to a low-carbon economy in Europe’. Daaruit blijkt dat er jaarlijks investeringen in CO2-reductie nodig zijn tot wel 2% van het BNP van de Europese Unie. Dat is jaarlijks vijf keer zoveel als in 2013 werd geïnvesteerd in CO2-besparing- en reductie. CE Delft schetst vier manieren om die enorme investeringen mogelijk te maken:

  1. CO2 prijs met sprongen omhoog 
    Om investeerders voor deze enorme transitie te interesseren is nu al een CO2-prijs van 40 euro per ton nodig (is nu € 6) en een verdere stijging naar 100 euro per ton in 2030 en 250 euro in 2050. Zo’n hoge prijs voor CO2 zal tot enorme verschuivingen van de vraag naar producten en diensten leiden waardoor bestaande investeringen versneld afgeschreven moeten worden (denk aan fossiele infrastructuur, wagenparken, gebouwen, machines en productieprocessen). En het maakt investeringen in nu nog dure technieken, zoals carbon capture and storage (CCS) rendabel. Het betekent ook dat de CO2-prijs in ieder product en dienst verdisconteerd moet zijn.
  2. Koolstofbelasting op producten 
    Om eerlijke concurrentie op de Europese markt te garanderen zou er een systeem van bruto toegevoegde koolstofbelasting kunnen worden ingevoerd op producten en diensten, zowel van binnen als buiten de EU. Deze trekt het concurrentieverschil tussen bedrijven binnen en buiten het EU-ETS gelijk. Deze koolstofbelasting kan werken zoals de huidige BTW, waardoor een gelijk speelveld voor bedrijven en dienstverleners van binnen en buiten de EU wordt gecreëerd.
  3. Bestaande investeringen versneld afschrijven
    De benodigde investeringen zullen alleen plaatsvinden als de huidige investeringen in fossiele industrieën hun winstgevendheid verliezen. In de Oost-Europese landen na 1989 maakte de totale instorting van de lokale valuta’s de bestaande activa vrijwel waardeloos geworden. De overgang naar een koolstofarme economie heeft een vergelijkbaar mechanisme nodig om een versnelde afschrijving van de huidige investeringen te realiseren. Het beste middel is een snel stijgende koolstofprijs die doorwerkt in alle produkten en diensten. Daarnaast kan het nodig zijn om een herstructureringsplan op te stellen voor gebieden die nu heel erg leunen op werkgelegenheid in de fossiele industrie.
  4. Groene groei
    De gigantische investeringen in de CO2-arme economie zijn niet alleen maar kosten voor de samenleving, maar leiden ook tot economische groei. Euro’s stromen bijv. niet naar olie- en gaslanden maar naar hernieuwbare energie. En koolstofbelasting op producten van buiten de EU versterkt de groene concurrentiepositie van Europa. (…)’

De studie van CE Delft is verricht in opdracht van de European Climate Foundation.

Bronnen
CE Delft, 23 juni 2016: Klimaatafspraken Parijs vragen om gigantische investeringen. Jaarlijks 2% van het BNP nodig.
CE Delft, rapport: ‘Investment challenges of a transition to a low-carbon economy in Europe’ (pdf, 139 pag.)
Foto: FluxEnergie/© Paul Tolenaar

Onderwerpen:

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.