Nederland: ‘Energievraagstuk niet erg urgent’

19 januari 2016 – Het gevoel van urgentie met betrekking tot het energievraagstuk is op dit moment  onder Nederlanders nog relatief laag, zo blijkt uit onderzoek. Toch zegt driekwart (zeer) positief te staan tegenover het stimuleren van duurzame energie. Slechts 2% is daar tegen.

Deze gegevens komen uit een onderzoek van Motivaction in opdracht van Economische Zaken. Het onderzoek is een bijlage bij het Energierapport 2016.

Uit een persbericht van EZ
‘(…) Slechts 18% van de Nederlanders plaatst het energievraagstuk in zijn top 5 van te adresseren maatschappelijke onderwerpen.  Nederlanders schatten het huidige aandeel hernieuwbare energie in de  totale energievoorziening daarnaast veel hoger (33%) in dan het op dit moment daadwerkelijk is (5,6%). Tegelijkertijd onderschatten mensen het aandeel gas in de energiemix. Slechts  een kwart van de energie wordt geleverd door gas, zo denken mensen, terwijl dit in werkelijkheid 42% is. (…) Nederlanders houden zichzelf in beperkte mate verantwoordelijk voor  de energietransitie. Een kleine meerderheid is gemotiveerd om zelf bij te dragen. (…)’

Uit de management summary van het onderzoek van Motivaction
‘(…) Overschatting feitelijk aandeel duurzame energie Nederlanders denken al een heel eind op weg te zijn in de transitie naar een duurzaam energiesysteem. Het aandeel duurzame energie in het totale actuele energieverbruik wordt sterk overschat. Zo denken Nederlanders dat maar ongeveer de helft van het huidige verbruik energie uit fossiele bronnen betreft, terwijl dat circa 90% is. En ze denken dat ruim een derde duurzaam is, terwijl dat nu 5,6% is*. De overschatting van het huidige aandeel duurzame energie kan het gevoel van urgentie verzwakken en zo een drempel vormen voor het behalen van de doelstellingen. Deze schatting maakten Nederlanders trouwens vóórdat onlangs – naar aanleiding van de Nationale Energieverkenning 2015 – groot in het nieuws kwam dat Nederland ver achter blijft bij de doelstellingen.

Een ruime meerderheid staat positief tegenover duurzame energie
Zo’n driekwart van de Nederlanders staat (zeer) positief tegenover het stimuleren van duurzame energie en slechts 2% staat er negatief tegenover. Als voordeel wordt gezien dat de reductie van CO2-emissies klimaatverandering tegengaat. Daarnaast verwacht een meerderheid dat Nederland door de ontwikkeling van duurzame energie onafhankelijker wordt van andere landen en zijn economische concurrentiepositie verbetert.

Wens tot verdere verduurzaming bij een meerderheid aanwezig
Ook al overschatten Nederlanders het aandeel duurzame energie in hoge mate, zij wensen nog steeds dat dit aandeel de komende jaren flink stijgt. Een meerderheid is voor sterke groei van het aandeel energie uit zon, wind en water. Naast het aanboren van duurzame bronnen is er ook veel draagvlak voor het verminderen van energiegebruik. Zo staan Nederlanders over het algemeen positief tegenover het beter isoleren van woningen en gebouwen, het energiezuiniger maken van huishoudelijke apparaten, het stimuleren van het Nieuwe Rijden, het stimuleren van fietsgebruik en de beperking van CO2-uitstoot door bedrijven. Niet alle CO2-reducerende oplossingen kunnen op een breed draagvlak rekenen; er is bijvoorbeeld weinig steun voor het beperken van vliegvakanties, voor ondergrondse opslag van CO2 en voor kernenergie – voor zover dit überhaupt als verduurzamingsoptie gezien wordt.

Schermafdruk 2016-01-18 22.13.12

Een kleine minderheid plaatst energie in de top-5 van thema’s waarop dringend veranderingen nodig zijn
Als Nederlanders zich afvragen op welke maatschappelijke thema’s dringend veranderingen nodig zijn, plaatst circa een vijfde het huidige energiesysteem in zijn top-5. Ter vergelijking: circa twee derde rekent de gezondheids- en ouderenzorg tot zijn top-5, samen met de omgangsvormen zijn dit de absolute topprioriteiten van Nederlanders sinds we dit in 2005 systematisch begonnen te meten in onze Maatschappelijke Barometer. Andere thema’s die vaker terugkomen in de huidige top-5 zijn: veiligheid, immigratie en integratie, en werkgelegenheid.

Besef van ecologisch probleem wel aanwezig, transitie naar duurzame energie wordt gezien als oplossing
Een ruime meerderheid is ervan overtuigd dat CO2-emissies schadelijk zijn voor het milieu en dat klimaatverandering een groot probleem is. Bijna de helft maakt zich zorgen over de uitputting van fossiele bronnen. Slechts een beperkt deel noemt de aandacht voor klimaatverandering sterk overdreven. Men beseft ook dat de transitie naar duurzame energie CO2-emissies kan reduceren. Daarbij geeft men prioriteit aan veranderingen in de industrie in het algemeen, energieopwekking, mobiliteit en afval. Minder urgent vindt men veranderingen op het gebied van voedsel, landbouw en veeteelt, woningen en gebouwen, en huishoudelijke apparaten. Slechts één op de tien Nederlanders vindt de energietransitie nutteloos.

Nederlanders houden zichzelf in beperkte mate verantwoordelijk voor de energietransitie
Als Nederlanders nadenken over wie zij het meest verantwoordelijk vinden voor de verduurzaming van het energiegebruik, komen ze in de eerste plaats uit bij de Rijksoverheid en de energiebedrijven. Pas in tweede instantie leggen ze de verantwoordelijkheid bij bedrijven in het algemeen, de bewoners van Nederland en specifiek bij zichzelf.

Een kleine meerderheid is gemotiveerd om zelf bij te dragen en ziet handelingsperspectief
Iets meer dan de helft van de Nederlanders geeft aan een bijdrage te willen leveren aan een duurzame energievoorziening. Een even grote groep denkt klimaatverandering ook te kunnen tegengaan door de keuzes die men zelf maakt. Slechts één op de vijf zegt geen idee te hebben wat men kan doen.

Nederlanders zijn iets vaker bereid tot energiezuinig gedrag dan tot het afnemen of opwekken van duurzame energie
Circa zes op de tien Nederlanders geeft aan bereid te zijn bij te dragen aan verduurzaming van ons energiesysteem door zelf minder energie te gebruiken. De helft geeft aan bereid te zijn bij te dragen door duurzame energie af te nemen of op te wekken. De bereidheid verschilt per specifieke gedragsoptie. Een meerderheid is in ieder geval bereid de woning te isoleren, energiezuinige apparaten te kopen, de verwarming lager te zetten dan men eigenlijk prettig vindt, het Nieuwe Rijden toe te passen, vaker de fiets in plaats van de auto te nemen en lokale producten te eten. Ook geeft een meerderheid aan bereid te zijn zonnepanelen aan te schaffen (of de verhuurder te vragen deze te plaatsen). De bereidheid tot het toepassen van sommige verduurzamingsoplossingen is veel kleiner, zoals het afnemen van stroom van een kerncentrale, vaker het openbaar vervoer nemen in plaats van de auto, het aanschaffen van een elektrische auto en het minder vaak een vliegvakantie te ondernemen.

Borging van de waarden veiligheid, ecologie, betaalbaarheid en beschikbaarheid krijgt prioriteit
De belangrijkste waarden die Nederlanders geborgd willen zien in hun (ideale) energiesysteem zijn veiligheid, ecologie, betaalbaarheid en beschikbaarheid. De overgrote meerderheid van de bevolking vindt dit belangrijk. Maar ook andere waarden vindt een meerderheid belangrijk: beperking van hinder voor omwonenden, behoud van landschappelijke kwaliteit, autarkie (als consument of bedrijf, en als land), innovatie en positieve impact op economie en werkgelegenheid. Deze waarden vinden Nederlanders in het algemeen belangrijk als ze een oordeel vormen over hun energiesysteem, maar ook als ze het perspectief aannemen van een omwonende van een energie-installatie én in hun rol als energieconsument.

Weerstand tegen CO2-reducerende maatregelen ontstaat vaak als kernwaarden in het geding zijn
Twijfels over veiligheid zorgen voor verzet tegen kernenergie en ondergrondse opslag van CO2. Twijfels over de ecologische gevolgen roepen verzet op tegen kerncentrales en soms ook de elektrische auto, waarbij sommige Nederlanders twijfelen of de productie ervan wel zo duurzaam is. Kostenoverwegingen temperen het enthousiasme over het openbaar vervoer, de elektrische auto, de plaatsing van zonnepanelen, deelname aan een windcollectief en de installatie van elektrische verwarming thuis. Overige waarden en argumenten die relatief vaak weerstand oproepen zijn bijvoorbeeld de beknotting van keuzevrijheid (rond het beperken van vliegvakanties), een te beperkt of onbekend aanbod (stroom afnemen van een kerncentrale, afnamen van groen gas uit biomassa, aansluiting van je woning op een net voor industriële restwarmte, deelname aan een lokale energiecoöperatie), gering comfort (openbaar vervoer) en twijfel over effectiviteit (boycotten van milieubelastende producten).

Borging van de waarden veiligheid, ecologie, betaalbaarheid en beschikbaarheid krijgt prioriteit
De belangrijkste waarden die Nederlanders geborgd willen zien in hun (ideale) energiesysteem zijn veiligheid, ecologie, betaalbaarheid en beschikbaarheid. De overgrote meerderheid van de bevolking vindt dit belangrijk. Maar ook andere waarden vindt een meerderheid belangrijk: beperking van hinder voor omwonenden, behoud van landschappelijke kwaliteit, autarkie (als consument of bedrijf, en als land), innovatie en positieve impact op economie en werkgelegenheid. Deze waarden vinden Nederlanders in het algemeen belangrijk als ze een oordeel vormen over hun energiesysteem, maar ook als ze het perspectief aannemen van een omwonende van een energie-installatie én in hun rol als energieconsument.

Weerstand tegen CO2-reducerende maatregelen ontstaat vaak als kernwaarden in het geding zijn
Twijfels over veiligheid zorgen voor verzet tegen kernenergie en ondergrondse opslag van CO2. Twijfels over de ecologische gevolgen roepen verzet op tegen kerncentrales en soms ook de elektrische auto, waarbij sommige Nederlanders twijfelen of de productie ervan wel zo duurzaam is. Kostenoverwegingen temperen het enthousiasme over het openbaar vervoer, de elektrische auto, de plaatsing van zonnepanelen, deelname aan een windcollectief en de installatie van elektrische verwarming thuis. Overige waarden en argumenten die relatief vaak weerstand oproepen zijn bijvoorbeeld de beknotting van keuzevrijheid (rond het beperken van vliegvakanties), een te beperkt of onbekend aanbod (stroom afnemen van een kerncentrale, afnamen van groen gas uit biomassa, aansluiting van je woning op een net voor industriële restwarmte, deelname aan een lokale energiecoöperatie), gering comfort (openbaar vervoer) en twijfel over effectiviteit (boycotten van milieubelastende producten).

Dilemma’s brengen afweging van kernwaarden in beeld
Vaak gaan CO2-reducerende opties gepaard met conflicterende waarden en is er sprake van dilemma’s. In het onderzoek zijn diverse dilemma’s aan de burgers voorgelegd om een gevoel te krijgen welke waarden het zwaarst tellen bij de deelname aan de energietransitie in Nederland. Het is onmogelijk om binnen de opzet van het onderzoek alle pro’s en contra’s van de duurzame energietransitie af te wegen, alleen al omdat het aantal opties en het aantal mogelijke voor- en nadelen zeer groot is. De selectie van voorgelegde dilemma’s, waarbij steeds twee kernwaarden tegen elkaar zijn uitgespeeld, biedt een aantal concrete indicaties.

Betaalbaarheid en onafhankelijkheid worden sterk bewaakt Over de gehele linie blijkt betaalbaarheid in deze selectie van dilemma’s een waarde die sterk bewaakt wordt. Betaalbaarheid prevaleert vaak boven waarden als behoud van het landschap, beschikbaarheid of ecologie. Opvallend is dan wel dat het aandeel dat aangeeft bereid te zijn meer te betalen voor groene stroom, groter is dan het aandeel dat kiest voor goedkopere stroom uit fossiele brandstoffen.
Naast betaalbaarheid zorgt ook de waarde onafhankelijkheid van andere landen ervoor dat een eerder als belangrijk bestempeld aspect als beschikbaarheid vaker op de tocht komt te staan. Dit aspect moet vaak het onderspit delven bij de dilemma’s als het wordt afgezet tegen betaalbaarheid of internationale onafhankelijkheid.

Behoud van Nederlands landschap buiten directe woonomgeving vaak onder druk bij dilemma’s
Behoud van het Nederlands landschap buiten de directe woonomgeving moet opvallend vaak het onderspit delven: niet alleen als de veiligheid in het geding is, maar ook de onafhankelijkheid van het buitenland en het uitzicht vanuit de eigen woning.

Toekomstperspectief van belang voor burgers
Burgers lijken zich in grote mate te committeren aan een toekomstperspectief. Men is in zeer grote mate voorstander van een wat lagere welvaart voor de korte termijn door duurzame energie als dit op lange termijn meer welvaart oplevert. Het aandeel dat zich duidelijk uitspreekt voor de korte termijn (meer welvaart nu door energie uit fossiele brandstoffen) en daardoor minder welvaart op de lange termijn is slechts 6%.

Grote verdeeldheid wanneer leefcomfort en gemak in gedrang komen
Grote verdeeldheid is er wanneer persoonlijk leefcomfort en gemak in het gedrang komen. Zo zien we dit terug bij het scenario dat men eigen energie opwekt om onafhankelijk te zijn van energiemaatschappijen versus duurzame energie opgewekt door een energiemaatschappij zodat men er zelf minder omkijken naar heeft. Eenzelfde verdeeldheid zien we op het punt van het inleveren van leefcomfort in de vorm van een lagere kamertemperatuur dan gewend ten opzichte van een lagere energierekening.

Innovatie aspect zorgt voor verdeeldheid
Een ander aspect waarover men sterk verdeeld is, betreft innovatie. Het feit dat Nederland zich kan profileren als koploper op het gebied van duurzame energie blijkt voor verdeeldheid te zorgen. Het aandeel dat dit van belang vindt, is even groot als het aandeel dat dit niet als reden ziet om af te stappen van fossiele brandstoffen.

Nederlanders zijn gevoelig voor hinder voor omwonenden
Driekwart van de Nederlanders vindt dat de exacte locatie van een energie-installatie met omwonenden moet worden afgestemd. Een krappe meerderheid vindt verder dat omwonenden financieel gecompenseerd moeten worden.
De feitelijke hinderbeleving – in termen van bijvoorbeeld geluid, stank en horizonvervuiling – van omwonenden in ruime zin (binnen een straal van 10 kilometer!) verschilt per voorziening. Relatief veel hinder ervaren omwonenden van een kerncentrale. Daarbij moet gezegd worden dat Nederlanders soms de perceptie hebben dat zij in de buurt van een kerncentrale wonen, terwijl dit niet het geval is. Ook relatief veel hinder ervaren omwonenden van gaswinningslocaties en windmolens. Hiervan heeft men nog net iets meer last dan van een nabije snelweg. Relatief weinig hinder ervaren omwonenden van een elektriciteitscentrale en van hoogspanningslijnen die vergelijkbaar is met de overlast van een discotheek of nachtclub. Nog minder last ervaren omwonenden van een tankstation, een oplaadpaal voor een elektrische auto en zonnepanelen.

Omwonenden van windmolens zijn niet negatiever over windenergie
Ondanks dat Nederlanders die relatief dichtbij windmolens wonen daar enige overlast van zeggen te ondervinden, zijn zij ongeveer even positief over het stimuleren van windenergie in Nederland als Nederlanders die er verder vandaan wonen. Omwonenden die op minder dan 5 kilometer van windmolens wonen zijn zelfs iets positiever over het stimuleren van duurzame energie in het algemeen en willen iets vaker zelf een bijdrage leveren aan een duurzame energievoorziening. Zij zien bovendien de klimaatverandering vaker als een groot probleem. (…)’

Bronnen
Rijksoverheid, persbericht, 18 januari 2016: Nederland op weg naar betaalbare CO2-arme energievoorziening

Onderzoek Motivaction
Energievoorziening 2015-2050: publieksonderzoek naar draagvlak voor verduurzaming van energie & Profielen – Duurzame opties (deel a) (pdf, 61 pagina’s)
Energievoorziening 2015-2050: publieksonderzoek naar draagvlak voor verduurzaming van energie & Profielen – Duurzame opties (deel b) (pdf, 81 pag.)

Foto: Eneco

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.