Foto: Vlaams Agentschap Onroerend Erfgoed

Nieuw leven voor oude elektriciteitscentrale Zwevegem

Vlaams minister-president Geert Bourgeois (N-VA) trekt als minister bevoegd voor onroerend erfgoed bijna 3,2 miljoen euro uit voor de verdere restauratie van de voormalige elektriciteitscentrale Transfo, langs het kanaal Bossuit-Kortrijk in Zwevegem.

Transfo werd opgetrokken vanaf 1911, toen de elektriciteitsnetten grote delen van Vlaanderen begonnen te bestrijken. Zwevegem was één van de eerste gemeenten in België die haar openbare verlichting met behulp van elektriciteit verzekerde en tevens in deze nieuwe energievorm voorzag voor haar inwoners. De bouw van de elektriciteitscentrale gaf een enorme impuls aan de lokale economie. De ligging aan het kanaal Bossuit-Kortrijk was noodzakelijk voor de vlotte bevoorrading met grote hoeveelheden koelwater.

Tijdens beide Wereldoorlogen bleef de centrale onder toezicht van het Duitse leger in bedrijf. Tussen beide Wereldoorlogen werd ze uitgebreid en gemoderniseerd. Kort na de Tweede Wereldoorlog bereikte de Zwevegemse centrale het toppunt van elektriciteitsactiviteit (56 kW). In 1946 startte ze met het voeden van een stoomnet. Een belangrijke klant was Bekaert, de lokale, maar wereldwijd toonaangevende fabrikant van metaaldraad.

De ligging maakte een verdere uitbreiding van de centrale onmogelijk. Daarom werd er een nieuwe gebouwd in Kluisbergen, langs de Schelde. Die werd in 1958 in dienst genomen. De Transfo-centrale in Zwevegem bleef beschikbaar als reserve-eenheid. In 1959 werden de ketels volledig omgeschakeld op stookolie, om de exploitatie te vergemakkelijken. De activiteiten van de centrale richtten zich meer en meer op het voeden van een stoomverdelingsnet voor industriële toepassingen en verwarmingsdoeleinden. Transfo is sinds 1999 niet meer in gebruik en is nu eigendom van de gemeente Zwevegem en de intercommunale Leiedal. Samen met de vzw Transfo werken ze aan een duurzame en gedragen herbestemming van alle gebouwen.

“Er is een beheersplan voor de site opgemaakt, waarin een visie voor de komende twintig jaar is opgenomen. De site is erkend als open erfgoed. Dat betekent dat ze een inspirerend voorbeeld is voor de ontwikkeling en openstelling van andere sites waar men een evenwicht tracht te zoeken tussen de erfgoedwaarden en de openstelling. De site is een model voor bezoekers die op zoek zijn naar kwaliteitsvolle, toegankelijke, opengestelde erfgoedsites,” aldus minister Bourgeois.

Duiken in de stookolietank

Transfo is door de erfgoedwaarde van bepaalde gebouwen, zoals de machinezaal en door de gaafheid van de site als geheel een unieke erfgoedsite in Vlaanderen. Het project heeft ook een belangrijke maatschappelijke betekenis. De bezoeker krijgt een beeld van de manier waarop een historische elektriciteitscentrale functioneerde. Een belangrijk deel van de herbestemming is al gerealiseerd: de centrale doet tegenwoordig dienst als evenementhal, de stookolietank is een duiktank en het transfogebouw is binnenkort een bedrijfsgebouw.

Tussen 2019 en 2023 verleggen de restauratiewerken de focus van de centrale gebouwencluster (machinezaal, ketelhuizen en het nieuwe transfogebouw) naar de rest van de site, zoals de watertoren (die een uitkijktoren wordt), het mechaniekersgebouw, het ventilatorengebouw, de opzichterwoning, het brandweerarsenaal en het locomotiefgebouw.

De site Transfo fungeerde in 2018 als gastheer voor de uitreiking van de Vlaamse onroerenderfgoedprijs en is sinds 1999 beschermd als monument.

Auteur: Koen Mortelmans

Koen Mortelmans is freelance redacteur voor FluxEnergie en Nieuwsblad Transport.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.