NRC: ‘Klimaat? D66, GL en CU scoren best’

17 februari 2017De NRC concludeert dat slechts drie partijen voldoen met hun partijprogramma’s aan de eisen die het Parijse klimaatakkoord aan Nederland stelt: D66, GroenLinks en de ChristenUnie. Het naleven van het Klimaatakkoord van Parijs wordt dan dus een probleem voor Nederland.

De krant staat in de analyse van de CPB/PBL-berekeningen stil bij de kansen van ‘Parijs’:
‘(…) Het PBL is daarover niet expliciet, maar uit de cijfers blijkt dat [VVD, PvdA, noch de SP] de belofte waarmaakt die Nederland op de klimaattop in 2015 in Parijs heeft gedaan. ChristenUnie en D66 en GroenLinks doen dat wel. Het zal voor Nederland nog een hele opgave worden om in een coalitie met veel partijen, waarvan de meeste niet zo ver willen gaan, de doelstelling van ‘Parijs’ te halen. (…)’

Opmerkelijke verschillen in CO2-uitstootreductie

De NRC staat ook stil bij de vraag hoe het kan dat de wereldwijde CO2-uitstoot bij het D66-programma daalt met 36 megaton en bij GroenLinks niet meer dan 26 megaton.
Dat is gek, vindt de krant. ‘Want GroenLinks wil veel meer geld uitgeven aan klimaat- en milieubeleid dan D66: 16,4 miljard euro, ten opzichte van 9,5 miljard door D66.’
Uit de analyse van de NRC
‘(…) Dat komt door Brussel. Klimaatbeleid is Europees geregeld. De invloed van de nationale politiek op de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd is beperkt. In het klimaatakkoord van Parijs is Nederland weliswaar officieel partij, maar de Nederlandse emissies worden opgeteld bij die van de hele EU. Vervolgens onderhandelen de lidstaten over wie welk deel van de afgesproken reductie voor zijn rekening neemt.
Via het Europese emissiehandelssysteem ETS zijn die reducties nog veel nauwer met elkaar verknoopt. Voor de uitstoot door energiebedrijven en vervuilende industriesectoren geldt een (langzaam dalend) plafond. Zolang ze daar gezamenlijk niet overheen gaan, is uitstoten geoorloofd. Dus als Nederland een kolencentrale sluit, of een windmolenpark op zee aanlegt, kunnen andere partijen daarvan profiteren doordat er uitstootrechten beschikbaar komen. Vandaar dat de rekenmeesters van het PBL emissiereducties in partijprogramma’s niet meetellen voor het verminderen van de mondiale uitstoot als ze binnen het ETS vallen. Voor de VVD was dat bijvoorbeeld een aanleiding om geen extra klimaatbeleid in het programma op te nemen. Omdat het voor de optelsom van Europese emissies toch niets uit zou maken.
Maar uit de cijfers van het PBL blijkt dat die redenering niet helemaal opgaat. Want de uitstoot van met name GroenLinks, D66 en de ChristenUnie daalt wel degelijk dankzij hun extra klimaatbeleid. Weliswaar is het mondiale effect veel kleiner dan het nationale effect, maar het is nog steeds substantieel.

D66 wil emissierechten opkopen
Dat D66 er bij de wereldwijde emissies beter vanaf komt dan GroenLinks heeft te maken met het feit dat D66 17 megaton aan emissierechten wil opkopen. Dat is ongeveer de hoeveelheid CO2 die wordt gereduceerd bij de sluiting van de kolencentrales. Door die emissierechten uit de markt te halen, kunnen ze niet meer elders in Europa worden gebruikt. Daar staat tegenover dat het opkopen van rechten structureel nauwelijks iets bijdraagt aan de enorme maatschappelijke veranderingen die de komende dertig tot veertig jaar ook in Nederland nodig zijn om het doel van het klimaatakkoord van Parijs (zorgen dat de wereld minder dan twee graden opwarmt ten opzichte van de tijd voor de industrialisering) te bereiken. Ook al helpt het zeker, het opkopen van emissies is eerder een boekhoudkundig plan dan beleid dat leidt tot verandering. (…)’

Bronnen
NRC Next, 17 februari 2017: Klimaat? D66, GL en CU scoren best (via Blendle)

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.