Akademic Lomonosov (foto FleishmanHillard Vanguard)

Rusland stuurt drijvende kerncentrale de IJszee op

Akademic Lomonosov (foto FleishmanHillard Vanguard)

Het drijvende nucleaire ponton Akademik Lomonosov heeft de Baltische Scheepwerf in Sint-Petersburg verlaten en is nu op weg naar de Noordelijke IJszee. De eerste stop is Moermansk, waar beide kernreactoren op het ponton zullen worden voorzien van nucleaire brandstof.

De Akademik Lomonosov moet instaan voor de elektriciteitsbevoorrading van afgelegen delen van Noord-Siberië. Het ponton kan het equivalent van 200.000 mensen stroom leveren. Het kan eveneens warmte leveren en instaan voor de ontzilting van zeewater. Vanaf de zomer van volgend jaar wordt het naar Pevek gesleept, Ruslands meest noordoostelijke haven. De belangrijkste tests van de reactoren moeten in de herfst van 2018 plaatsvinden. Intussen zijn ook de bouwmaterialen voor de pier, de hydraulisch en andere installaties en gebouwen op weg naar Pevek. Die infrastructuur moet af zijn tegen de aankomst van het ponton.

Milieuorganisaties uiten felle kritiek op de bouw en het transport van het 144 m lange en 30 m brede ponton. Voor Rusland is het echter een paradepaardje, omdat het wereldwijd de eerste drijvende kerncentrale is. De bouw ervan ging al in 2007 van start. Intussen werkten al 136 bedrijven eraan mee. Volgens Vitaly Trutnev, afdelingsdirecteur bij uitbater Rosatom, is het wereldwijd een mijlpaal. Hij onderstreept dat de veiligheid van het concept berust op de uitgebreide Russische ervaring met door kernenergie aangedreven ijsbrekers. De twee reactoren hebben elk een vermogen van 35 MW, vergelijkbaar met die van een ijsbreker.

CO2-emissies verminderen

Trutnev gewaagt ook van “duurzame ontwikkeling.” De Akademik Lomonosov moet in Pevek de oudere kerncentrale Bilibino en de steenkoolgestookte elektriciteitscentrale Chaunsk vervangen. Dit zal de CO2-uitstoot in de regio doen dalen. Bovendien is het veel goedkoper –in, puur op transportgebied, minder milieubelastend– om nucleaire brandstof naar afgelegen regio’s te transporteren dan grote hoeveelheden steenkool. De aankoop en de aanvoer van fossiele brandstoffen is er goed voor tot 40% van de werkingskosten van elektriciteitscentrales, terwijl de pontons slechts om de drie tot vijf jaar extra uranium nodig hebben.

Trutnev gewaagt dan ook van een stimulans voor duurzame groei. De harde cijfers zijn echter minder indrukwekkend. Een vermogen van 70 MW is minder dan een zesde van dit van Doel 1 en 2, de oudste Belgische kernreactoren (elk 433 MW, bouwjaar 1975) en amper een dertigste van Tihange 3 (1046, 1985). Met de Belgische reactoren hebben ze een vooropgestelde levensuur van veertig jaar gemeen, uitbreidbaar tot vijftig jaar.

Intussen werkt Rosatom wel aan de ontwikkeling van een tweede generatie drijvende kerncentrales, uitgerust met kleinere, maar meer performante reactoren van 50 MW.

Auteur: Koen Mortelmans

Koen Mortelmans is freelance redacteur voor FluxEnergie en Nieuwsblad Transport.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.