WEC pleit voor hybride systeem op Noordzee-wind

Om Noordwest-Europa op een betaalbare en betrouwbare manier van energie te kunnen voorzien, moeten de Noordzeelanden investeren in een hybride systeem waarin duurzaam opgewekte elektra en waterstof samenkomen. Dat concludeert het World Energy Council in het rapport ‘Bringing North Sea Energy Ashore Efficiently’. Grootschalige investeringen in elektrolyse-capaciteit, zouden op termijn in ruim 12 procent van de industriële energievraag in de Noordzeelanden kunnen voorzien en jaarlijks een uitstoot van 32 MT CO2 kunnen voorkomen.

Het succes van off shore wind en andere duurzame energiebronnen op de Noordzee hangt af van de snelheid en efficiëntie waarmee de op zee gewonnen energie naar de consument gebracht kan worden, stelt Jeroen van Hoof, voorzitter van het Nederlandse WEC-committee. Dat bepaalt of we aan de klimaatafspraken van Parijs kunnen voldoen, de benodigde energieopslagcapaciteit kunnen waarborgen en schone energie kunnen bieden aan de industrie en transportsector rond de havens.

Moleculen en elektronen

De windenergie van de Noordzee kan op verschillende manieren naar de eindgebruiker gebracht worden: in de vorm van elektronen, of in de vorm van moleculen zoals waterstof. De radicale prijsdalingen in zonne- en windenergie bewijzen hoe moeilijk het is om te voorspellen wat toekomstige kosten zullen zijn, benadrukken de onderzoekers, maar uitgaande van de bestaande situatie hebben ze zich toch aan een voorspelling gewaagd. Om in te kunnen schatten wat het kost om windenergie aan land te krijgen, vergeleken ze drie mogelijkheden: via elektriciteitskabels, via elektrolyse op land en via elektrolyse op zee.

Op dit moment is het veel goedkoper om windenergie met elektriciteitskabels aan land te brengen. Groene waterstof is duur, veel duurder dan de ‘grijze’ waterstof die je momenteel voor ongeveer 1,50 euro per kilo kan krijgen. Maar de kosten van ‘grijze’ waterstof gaan stijgen zodra er een serieuze prijs komt te staan op de CO2-uitstoot die bij de productie uit aardgas vrijkomt. Zodra de prijs van haar groene zuster daalt tot ongeveer drie euro per kilo, wordt die competitief, verwachten de onderzoekers. Dat kan rond 2030 het geval zijn.

2030

In hoeverre de prijs van waterstof uit wind gaat dalen, hangt af van technologische ontwikkelingen en de schaalvergrotingen die de sector kan realiseren. Het WEC maakte een model waarbij tot 2030 5 tot 7,5 miljard euro geïnvesteerd moet worden, en voor 2050 27 tot 37 miljard. Dat zijn kosten die de meeste landen niet alleen kunnen dragen, dus zullen de Noordzeelanden samen moeten werken. Ze krijgen er wel wat voor terug: met die investeringen zouden ze in 2050 in 12.5% van hun industriële energievraag moeten kunnen voorzien, en jaarlijks 32 MT CO2 minder uitstoten.

Nederland zal daarvoor nauw samen moeten werken met landen als het Verenigd Koninkrijk, Denemarken, Frankrijk, België en Duitsland. De EU kan daar een centrale rol in spelen: niet alleen door de EU ETS emissierechtenwetgeving waarmee het de prijs van fossiel opgewekt waterstof beïnvloedt, maar ook door de maatregelen die het neemt voor haar 2009 Third Energy Package en haar 2016 Clean Energy Package.

Havens ombouwen

Verschillende havens in de Noordzeelanden dienen al als knooppunt waar de elektriciteitskabels de windenergie aan land brengen. Daarnaast hebben havens als Rotterdam een rol in de op- en overslag van het gas uit de Noordzee. Naarmate de energietransitie zich voltrekt, ontkomen deze havens er niet aan zich om te vormen naar havens waar hernieuwbare energie wordt opgevangen, denken de onderzoekers. Ze zullen faciliteiten moeten bieden om energie op te slaan, bijvoorbeeld in enorme batterijen en vloeibaar waterstof van -253 graden Celsius. In gasvorm kan het waterstof opgeslagen worden in ondergrondse zouttavernes, iets verder van de haven.

Daarnaast zullen de havens een rol spelen in het transport naar andere opslagpunten. Zo heeft Rotterdam al een pijplijn liggen die de haven verbindt met België, Noord-Frankrijk en het Ruhrgebied. Veel van zulke bestaande buizen om aardgas te transporteren, zullen opnieuw gebruikt kunnen worden om waterstofgas te vervoeren, concludeerde certificeringsorganisatie DNV GL onlangs.

Hergebruik gasinfra

Als de olie- en gaswinning op de Noordzee straks niet meer rendeert, moet die opgeruimd worden – wat naar verwachting zo’n 7 miljard euro zal kosten. Olie- en gasbedrijven, toeleveranciers, juridische adviseurs en kennisinstituten als TNO, het Energy Delta Institute (EDI) en de landbouwuniversiteit van Wageningen, bekijken daarom al of ze die infrastructuur kunnen hergebruiken voor waterstof uit wind, en welke effecten dat bijvoorbeeld zal hebben op de biodiversiteit onder de platforms. 

Van de circa 150 platforms die er nu staan, zouden er 5 tot tien gebruikt worden om een overschot wind om te zetten in waterstof, verwacht TNO directeur gastechnologie Rene Peters. Het gaat dan met name om de grotere platforms, verder op zee, maar dat zijn tegelijk de duurste om te ontmantelen. Op het geraamde 7 miljard voor het opruimen van de uitgerangeerde gasinfra, zou dat wellicht 500 miljoen of 1 miljard kunnen besparen, verwacht hij.

Auteur: Klaartje Jaspers

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.