foto: Colruyt

Kleurrijke coalitie ijvert voor opname groene waterstof in Klimaat- & Energieakkoord

“Om de klimaatdoelen van Parijs te halen, CO2-reductie te realiseren en de Nederlandse economie te vergroenen, is het opnemen van groene waterstof in het voor de zomer te sluiten Klimaat & Energieakkoord noodzakelijk,” luidt de oproep van de Waterstof Coalitie. Ze gaat er daarbij van uit dat groene waterstof een wezenlijk onderdeel is van een betrouwbare én betaalbare energietransitie in Nederland. Om ook energieminister Eric Wiebes (VVD) hiervan de overtuigen heeft de coalitie hem hierover een manifest overhandigd.

De Waterstof Coalitie is wel een initiatief van Greenpeace Nederland, maar bundelt ook talrijke andere partijen uit de energiewereld: netbeheerders, industriële en energiebedrijven, milieuorganisaties en wetenschappers. AkzoNobel, Alliander, Engie, Eneco, Enexis, Gasunie, Groningen Seaports, Havenbedrijf Rotterdam, Innogy, Natuur & Milieu, Natuur & Milieufederaties, New Energy Coalition, Nuon, OCI Nitrogen, Stedin, Tata Steel, Tennet, ThyssenKrupp, TU Delft, TU Eindhoven, VNO-NCW en Yara maken er (al) deel van uit.

De drieëntwintig bedrijven en organisaties die de Waterstof Coalitie vormen roepen de regering op juist nu groene waterstof te stimuleren voor verdere verduurzaming van de energievoorziening. Vergroening van de industrie, energie opslag en flexibilisering van het net zijn speerpunten in dit manifest.

“Dankzij groene waterstof kunnen we windenergie gebruiken op elk moment dat het ons uitkomt,” zegt Hans de Boer, voorzitter van VNO-NCW. “Daardoor kunnen we heel veel vliegen in één klap slaan. Een aantrekkelijke energietransitie, schone mobiliteit, een sterke economie én we kunnen er de doelen van het Parijsakkoord mee halen.”

Vergroening industrie en transport

Voor een snelle en kostenverlagende groei van groene waterstof pleit de Waterstof Coalitie in haar manifest voor een programmatische aanpak, zoals die ook zeer succesvol door de overheid wordt gebruikt bij de ontwikkeling van windparken op zee.” “Het is nu essentieel om de productie van groene waterstof te stimuleren om zo opslag van de energie opgewekt door de windturbines in de Noordzee voor een langere periode te creëren en de industrie en het transport sterk te vergroenen,” aldus Mel Kroon, CEO van Tennet.

Kostenreductie

De coalitie acht het van groot belang is dat de productiekosten van groene waterstof door middel van zogenoemde elektrolyzers omlaag gaan. Elektrolyzers gebruiken elektrische stroom om watermoleculen (H2O) te ontbinden en zuurstof- (O2) en waterstofmoleculen (H2) te vormen. Op dit moment is groene waterstof een duurdere oplossing dan het grijze of blauwe alternatief. Een forse kostenreductie van elektrolyzers, samen met een daling van de kosten van hernieuwbare elektriciteit, moet haalbaar zijn; volgens de coalitie in 2030 met circa twee derde bij een elektrolyse capaciteit van 3 tot 4 GW.

Han Fennema, CEO van Gasunie, wijst op het belang van robuuste en kostenefficiënte verbindingen tussen aanbieders en afnemers van waterstof: “De kracht van waterstof is dat de netwerken voor stroom én moleculen met elkaar via nieuwe technologieën verbonden worden, ook internationaal. In 2030 kunnen we concrete resultaten laten zien. We willen richting 2030 een landelijk dekkend hoofdnet voor waterstof realiseren.”

Opslag

Efficiënt gebruik van zeer grote hoeveelheden duurzame elektriciteit kan met groene waterstof worden bereikt, vindt de Waterstof Coalitie. Zo kan energie betaalbaar en efficiënt in grote hoeveelheden worden opgeslagen. Ook kunnen tekorten of overschotten aan elektriciteit worden opgevangen waarmee het elektriciteitssysteem in balans blijft. Dit voorkomt het afschakelen van windmolens in situaties van een productieoverschot.

Han Blokland, CEO van Engie Nederland merkt op dat waterstof een allround antwoord is voor de verduurzaming van de energievoorziening. “Het kan makkelijk grote volumes wind- en zonne-energie opslaan voor seizoensoverbrugging. Het kan flexibel het netwerk in balans houden, direct aardgas vervangen en is makkelijk te transporteren. Waterstof biedt hierdoor de unieke mogelijkheid om de elektriciteitssector en de industriesector te koppelen en beide te verduurzamen.”

Volgens het manifest kan de overheid jaarlijks tenders met oplopende volumes organiseren tot en met 2030. Ze kan ook financiële middelen beschikbaar stellen die de onrendabele top –het verschil tussen groene waterstof en het grijze alternatief– afdekken. De tender-winnaar ontvangt dan van de overheid een vergunning, subsidie en een elektriciteitsnetaansluiting plus een aansluiting voor een waterstofpijpleiding Elektrolyzers worden op land opgeschaald, nabij de kust vanaf een stopcontact op zee. Tranportnetbeheerder Tennet levert de aansluiting en Gasunie zal voor het transport van het waterstof insdtaan, bij voorkeur doorheen aangepaste aardgaspijpleidingen via een in fasen te realiseren waterstof backbone infrastructuur door Nederland. Na 2030 moet dan de verdere grootschalige ontwikkeling van elektrolyzers op de Noordzee (op eilanden of platformen) en waterstoftransport vanaf zee volgen.

TNO

Onderzoeksinstelling TNO denkt al verder. “De offshore productie van windenergie ontwikkelt zich snel,” bevestigt TNO in een eerder deze week gepubliceerde studie. “In 2023 zullen vijf grote Nederlandse windparken van 700 MW elk een vermogen van 4,5 GW leveren. In de jongste plannen streeft het kabinet in 2030 een opgesteld vermogen van 11,5 GW te hebben. Het einde van offshore gasproductie is voorzien tussen 2030 en 2050. Dat zou de komende twintig jaar betekenen dat 156 platforms, 3.000 km pijpleiding en 700 putten moeten worden ontmanteld en opgeruimd. Dit kost naar schatting een kleine vier miljard euro.”

Om de energietransitie te kunnen versnellen pleit TNO voor systeemintegratie. Die kan de vorm aannemen van de productie van groene waterstof op bestaande platforms en transport via bestaande pijpleidingen, de opslag van groene waterstof in bestaande velden en pijpleidingen en de opslag van CO2 in bestaande gasvelden. “Daarbij is het nodig de opbouw van offshore wind dusdanig te versnellen dat er voldoende elektriciteit beschikbaar is voor omzetting naar groene waterstof om te voldoen aan de benodigde opslagcapaciteit.”

Grootverbruikers

Grootverbruikers van deze waterstof zijn volgens TNO raffinaderijen, andere chemische industrie en producenten van kunstmest en ammoniak. Zo’n 50% van het huidige waterstofgebruik komt voor rekening van het industriecluster van Rotterdam. Dit biedt mogelijk de kans om de energie die is opgewekt door offshore wind direct aan land te gebruiken, zowel in de vorm van duurzame elektronen (stroom) of moleculen (waterstof). “Op die manier zou de noodzaak tot verzwaring van het transportnet voor elektriciteit aan land beperkt kunnen blijven.”

Of de marktvraag naar waterstof gelijk blijft dan wel groeit hangt af van een groot aantal ontwikkelingen binnen de industrie, mobiliteit
en huishoudens, menen de TNO-onderzoekers. “Keuzes voor onze energiedragers van de toekomst zullen mee de schaal van groene waterstofproductie op zee bepalen. Daarnaast is, de aanleg van offshore energie-eilanden zeer waarschijnlijk nodig om de benodigde waterstofproductie in 2050 te realiseren.”

Auteur: Koen Mortelmans

Koen Mortelmans is freelance redacteur voor FluxEnergie en Nieuwsblad Transport.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.