‘Omwonenden betrekken bij wind-op-land helpt nauwelijks voor draagvlak’

24 maart 2016 – Het betrekken van omwonenden bij projecten voor wind-op-land leidt nauwelijks tot meer ‘draagvlak’, hooguit tot wat meer ‘acceptatie’. Bij felle tegenstanders lijkt het verzet door ‘participatietrajecten’ juist toe te nemen. Aldus een onderzoek naar de gedragscode die draagvlak wil bevorderen.

Adviesbureau Bosch & Van Rijn heeft de naleving van de ‘Gedragscode draagvlak en participatie wind op land’ onderzocht. De gedragscode is in september 2014 opgesteld op initiatief van Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA), de Natuur- en Milieufederaties,  Stichting Natuur & Milieu, Greenpeace Nederland. Milieudefensie en ODE Decentraal sloten zich later aan bij het initiatief. Met de code wilden de opstellers bevorderen dat de betrokkenheid van burgers bij nieuwe projecten voor windenergie groter zou worden.

De resultaten
De resultaten van het onderzoek van Bosch & Van Rijn naar de toerpassing van de gedragscode:

  • De algemene conclusie luidt dat projectontwikkelaars de toepassing van de Gedragscode serieus nemen. Het grootste gedeelte van de projectontwikkelaars is er actief mee bezig. Ze zijn bereid om te investeren in participatie en communicatie om de acceptatie van windprojecten te vergroten.
  • Vooral financiële participatie wordt vrijwel altijd toegepast. Het toepassen van financiële participatie vergroot de acceptatie. Tegelijktijdig wordt vastgesteld dat de sector in een leerproces zit en er zeker ruimte is voor verbetering.
  • Bij omwonenden ontstaat door de participatie- en communicatietrajecten ‘enige acceptatie’ bij de groep mensen die behoefte heeft aan informatie en neutraal-kritisch in het proces staat. Deze ‘middengroep’ geeft aan dat ze door het participatie- en communicatietraject beter geïnformeerd is en beter snapt waarom windenergie nodig is en waarom de specifieke locatie aangewezen is. Er wordt aangegeven dat niet van ‘vergroten van draagvlak’ gesproken kan worden, maar enkel van ‘acceptatie’.
  • Bij de groep omwonenden die van begin af aan faliekant tegen windenergie is, is geen acceptatie ontstaan door enig participatie- of communicatietraject. Vaker is de weerstand alleen maar toegenomen.
  • Alle natuur- en milieuorganisaties zijn actief bezig met de Gedragscode, maar vooral op landelijk niveau. Natuur- en milieuorganisaties zijn slechts weinig actief op projectniveau, enkele uitzonderingen daargelaten.
  • Bij de gemeenten is het beeld wisselend. Alle gemeenten vinden acceptatie van de Gedragscode belangrijk en alle gemeenten willen de winsten vooral ‘onder de molen’ laten landen. Een aantal gemeenten is actief bezig met de Gedragscode, veel gemeenten zijn alleen reactief en kaderstellend bezig. Gemeenten die aan de slag zijn met participatie- en communicatietrajecten zijn zoekende hoe dit het beste kan. Dit maakt het participatietraject complex en het werkt vertragend.

De adviezen
De adviezen van Bosch & Van Rijn:

Voor de projectontwikkelaars

  • Nog eerder met omwonenden overleggen, bij voorkeur onder regie van het bevoegd gezag
  • Duidelijker maken hoe en wanneer  omwonenden invloed kunnen hebben.
  • Meer samenwerken met natuur- en milieuorganisaties.

Voor de natuur- en milieuorganisaties

  • Lokaal actieveer zijn.
  • Omwonenden die positief zijn een stem geven.
  • ‘Best practices’ delen
  • ODE Decentraal kan energieco¨peraties steunen met kennis en geld.

Voor het bevoegd gezag

  • Gedragscode alsnog onderschrijven
  • Meer werk maken van regierol
  • Meer nadruk leggen op draagvlak
  • Meer openheid over locatiekeuze
  • Van projectontwikkelaars eisen dat ze de Gedragscode onderschrijven

AD: ‘Overheid faalt’
Het Algemeen Dagblad concludeert uit het onderzoek vooral dat de overheid faalt rond de bnouw van windparken.
Uit het bericht van het AD
‘(…) De overheid neemt onvoldoende regie bij de bouw van windparken en communiceert te weinig met omwonenden. Rijk en provincie houden zich afzijdig, gemeenten zijn vaak incompetent. Daardoor voelen burgers zich niet serieus genomen. (…) Burgers geven in het onderzoek aan dat ze te weinig horen over de noodzaak van windenergie, dat uitleg over de locatiekeuze vaak ontbreekt en dat er ook niet genoeg bekend is over de procedure en meebeslismogelijkheden. Zowel de rijksoverheid, provincies als gemeenten moeten beterschap tonen. Het is immers de overheid die heeft besloten dat in 2020, verspreid over de provincies, windmolens met een gezamenlijk vermogen van 6.000 Megawatt moeten staan. (…) Het rapport ziet wel wat verbetering bij het rijk. Provincies zien windenergie volgens Bosch en Rijn vooral als een ‘probleemdossier’ (…) En gemeentes, die doen vaak maar iets, vooral de kleinere. Het ontbreekt hen volgens de onderzoekers aan concrete kennis. (…)’

Bronnen
Bosch & Van Rijn, rapport, 10 maart 2016: Evaluatie Gedragscode draagvlak en participatie wind op land (pdf, 55 pag.)
NWEA, 23 maart 2016: Grote meerderheid ontwikkelaars laat omwonenden participeren in windenergie
AD, 23 maart 2016: Omwonenden windpark niet serieus genomen (via Blendle)
Tekst Gedragscode (oktober 2015) (pdf, 8 pag.)
Website Bosch & Van Rijn

Foto: Eneco

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.