Biofuel testfield. the friendly friend CC2.0 SA

Pitpoint: ‘beoordeling biobrandstoffen vergt ketentransparantie’

Om de inzet van biobrandstoffen echt een positieve impact op het klimaat te laten hebben, moet de gehele keten van die biobrandstoffen goed onder de loep worden genomen. Met behulp van dat inzicht kunnen er stappen worden gezet richting het uiteindelijke doel van Zero Emissie Busvervoer. Dat betoogt Jan Theo Hoefakker, Manager Public Transport bij PitPoint, in zijn column voor OVPro.

COLUMN – Bij PitPoint ondersteunen we OV-bedrijven op de weg naar volledig emissievrij vervoer. We zien hierbij dat het nog niet in alle gevallen haalbaar is om volledig over te stappen naar Zero Emissie Busvervoer (ZEB). In deze gevallen kiezen bedrijven voor een transitiepad naar ZEB door het gebruiken van hernieuwbare brandstoffen zoals groengas en ‘Hydrotreated Vegetable Oil’, HVO.

Dit was de aanleiding voor ons om de duurzaamheid van deze biobrandstoffen onder de loep te nemen en de verschillende factoren te bekijken die hiervoor van belang zijn. De komende tijd brengen we een serie whitepapers uit over deze verschillende factoren. De eerste whitepaper richt zich op de CO2-impact van groengas en HVO. De belangrijkste conclusies van ons onderzoek zal ik hierna bespreken.

Herkomst erg divers

Om de duurzaamheid van de inzet van groengas en HVO te bepalen zijn de herkomst van de biobrandstof en het verbruik allesbepalend. De Nederlandse Emissieautoriteit geeft inzicht in de huidige situatie. Groengas komt over het algemeen uit Nederland en wordt voornamelijk geproduceerd uit Nederlands stedelijk afval.

Van het HVO dat in Nederland wordt verbruikt, komt grofweg tweederde uit gebruikte bleekaarde en een derde uit gebruikt frituurvet. Dit is bijna allemaal afkomstig uit het buitenland. De herkomst van deze brandstoffen is dus erg divers. Om een goed beeld te krijgen van de CO2-impact van de brandstoffen is meer informatie nodig dan alleen het land van herkomst. Deze infographic legt dit stapsgewijs uit.

De productie van biobrandstoffen

Om de duurzaamheid van de biobrandstof te bepalen, is het belangrijk om de schadelijke uitstoot in de hele keten- van energiebron tot voertuig- te bekijken; de zogenaamde ‘well-to-wheel’ (WTW) CO2eq-uitstoot. Groengas en HVO uit afvalstromen hebben over het algemeen de laagste CO2-uitstoot in de productieketen van de brandstof. De manier waarop de biomassa wordt verwerkt tot brandstof heeft grote invloed op de WTW CO2-uitstoot.

In de verwerking kunnen soms ook nog broeikasgassen (vooral methaan) vrijkomen. De mate waarin deze gassen worden opgevangen in plaats van uitgestoten, bepaalt de uiteindelijke uitstoot. Daarnaast spelen verschillende indirecte effecten een rol in het bepalen van de CO2-impact. Dit is voornamelijk bij biobrandstoffen afkomstig uit voedselgewassen het geval. Groengas en HVO uit voedselgewassen kunnen een indirect effect hebben op landgebruik en daarmee bijdragen aan ontbossing: vooral plantaardige oliën en dan voornamelijk palmolie kunnen zo de gehele CO2-besparing tenietdoen. Bij voedselgewassen buiten Europa is de kans op ontbossing van oerwouden groter dan in Europa.

Geheel of gedeeltelijk ingezet

Naast de productiefactoren van biobrandstoffen zijn er nog twee factoren van belang om de CO2-impact van een brandstof te bepalen. Dit zijn het aandeel van de duurzame brandstof in de geheel verbruikte brandstof en het totale energieverbruik.

Zowel groengas als HVO kunnen geheel of gedeeltelijk worden ingezet. Hierbij geldt: hoe groter het aandeel van de duurzame brandstof in de totale brandstofmix, hoe minder CO2-uitstoot. Groengas wordt vaak voor 100 procent ingezet, waarbij CNG-voertuigen worden aangeschaft. HVO wordt juist vaker ten dele ingezet, waarbij het wordt bijgemengd met gewone diesel.

Tot slot moet ook rekening worden gehouden met het totale energieverbruik. Om 100 kilometer te rijden zijn niet bij elke brandstof evenveel megajoules benodigd. Het energieverbruik voor HVO is vrijwel gelijk aan diesel. Voor groengas is het energieverbruik echter ongeveer 10 tot 25 procent hoger. Dit betekent uiteindelijk dat er meer groengas nodig is om dezelfde afstand te rijden.

Conclusie

De belangrijkste conclusie die we kunnen trekken is dat biobrandstoffen (en daarmee groengas en HVO) niet per definitie goed of slecht voor het klimaat zijn. De inzet van biobrandstoffen om CO2-emissies te reduceren vergt een nauwkeurige kijk op de gehele keten. Om een realistisch beeld te krijgen van de totale CO2eq-besparingen moeten we kijken naar de herkomst van biobrandstoffen, de WTW, de factoren in het productieproces, het aandeel van de biobrandstof in het totale brandstofverbruik en de hoeveelheid energie die nodig is ten opzichte van diesel.

De whitepaper over dit onderwerp met uitgebreidere informatie en inzichten kan hier worden gedownload.

Deze column verscheen eerder op OVpro.nl

Foto: Biofuel testfield, by the friendly friend CC2.0 SA

Lees ook:

Auteur: Vincent Krabbendam

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.