waterstofstation Rhoon, Tom van Gurp

Energietransitie vraagt infrastructuur voor groene waterstof

Ook langs de weg wordt de energietransitie zichtbaar: naast laadpalen, verschijnen de eerste tankstations voor groene waterstof. Om daarop te kunnen overschakelen, moeten ook havens en transportbedrijven zich voorbereiden. Waterstof hoeft echter niet altijd over de weg aangevoerd worden, het kan ook lokaal geproduceerd worden, bewijzen verschillende regionale initiatieven. 

Wie aan waterstof denkt, denkt vaak aan explosie. Was de waterstofbom niet de krachtigste die we hadden? In theorie kan er vanalles misgaan, maar in praktijk blijkt dat erg mee te vallen. De risico’s van het wegvervoer van waterstof ontstaan vooral als de vloeibare waterstof opwarmt door een naburige brand, voedingsstroom of zonnestralen, weet de Amsterdamse Brandweer, wanneer het een schok krijgt, met chemische reacties in contact komt of wanneer met een plotseling drukverlies te maken krijgt. De stof in de tankwagen kan dan gaan koken, wat kan leiden tot een zogenaamde BLEVE, een ‘Boiling Liquid Expanding Vapour Explosion’: een grote vuurbal.

Tankbare batterij

De effecten zijn echter te voorkomen door een aantal maatregelen te nemen, en anders dan bij veel andere grondstoffen, leidt een explosie van waterstof niet tot allerlei giftige stoffen, maar vooral tot water. Bij waterstof denken veel politici dan ook niet meer aan een bom of aan een belangrijke grondstof voor de industrie, maar vooral aan soort tankbare batterij: door water in een electrolyse-apparaat op hernieuwbare energie in waterstof om te zetten, ontstaat een stof die bij verbranding opnieuw energie en water oplevert. Het waterstof is dan in feite in opslagmedium voor wind- en zonne-energie geworden, waarmee auto’s, vrachtwagens en heftrucks zich CO2-neutraal kunnen voortbewegen. Ook over toepassingen voor de lucht- en zeevaart wordt gedacht.

De techniek is er, wat vaak nog mist is de infrastructuur. De Britse Minister van Transport, John Hayes, wil daarom alle grotere tankstations en tankstations langs snelwegen verplichten om laadpalen voor elektrische auto’s en waterstofpompen te plaatsen. Zijn regering investeert bovendien 1,2 miljard pond om de huidige infrastructuur voor te bereiden op elektrisch vervoer en waterstofauto’s. Ook Duitsland investeert flink: tegen het eind van het jaar hoopt het honderd waterstofstations te hebben.

Groningen

In Nederland lijken we nog niet zo ver, maar dat kan snel veranderen. Momenteel zijn er enkele locaties, onder meer in Helmond en Rhoon. Pitpoint bouwt daarnaast een waterstoftankstation aan in het Groningse Delfzijl. De initiatiefnemers krijgen daarvoor geld van de EU, dat steun geeft om honderd waterstofbussen in Nederland te laten rijden. Ook in Amsterdam, Rotterdam en Noord-Brabant zijn proeven gestart.

Partijen als de Gasunie, tankbedrijven Pitpoint en Green Planet en autofabrikanten Toyota en Hyundai verwachten de komende jaren veel meer waterstoftankstations te gaan bouwen in noordelijk Nederland. De regio hoopt het afscheid van het Groningergas te combineren met de introductie van een groene waterstofeconomie: waterstof uit electrolyse die wordt aangedreven met energie van windmolens op zee. De oude gasinfrastructuur kan voor een groot deel gebruikt worden om het waterstofgas te vervoeren, concludeerde certificeringsorganisatie DNV-GL al.

Hydrogen Council

Behalve door overheden, wordt de ontwikkeling van waterstofstations aangejaagd door multinationals als Shell en Daimler, die de ontwikkeling van waterstof als brandstof willen versnellen. Tijdens het World Economic Forum in Davos in 2017 richten 13 multinationals daarom het ‘Hydrogen Council’ op, waarmee ze tot 2023 gezamenlijk 10 miljard euro in de waterstofontwikkeling investeren.

Anders dan het opladen van elektrische batterijen, duurt het tanken van waterstof slechts een paar minuten. Dat maakt het een aantrekkelijke optie voor bedrijven waar tijd een belangrijke factor is. Zo heeft het Amerikaanse Wallmarkt al 5500 wagens overgeschakeld op waterstof. De brandstofcel aan boord zet de waterstof tijdens het rijden om in elektriciteit, en water.

Kip of ei

Het gebruik van groene waterstof als brandstof stelt de wagens niet alleen in staat gebruik te maken van hernieuwbare energie op het moment dat wind en zon het af laten weten, maar draagt ook bij aan een schone leefomgeving. Dat kan zowel voor de kwaliteit van de getransporteerde producten als voor medewerkers en omwonenden belangrijk zijn. Bovendien vergen de brandstofcellen minder onderhoud, wat bedrijven onderhoudskosten scheelt.

Hoewel de voordelen van waterstof als drager van groene energie duidelijk lijken, vergt het grote investeringen om de benodigde infrastructuur neer te zetten. Nederlandse bedrijven lijken terughoudend om te investeren in overschakeling zolang er onvoldoende tankpunten zijn, en potentiele aanbieders van tankpunten blijven huiverig zolang er nog onvoldoende vraag naar de waterstof is. Behalve door subsidiering, zou die kip-ei situatie doorbroken kunnen worden door klanten te bundelen of het benodigde waterstof lokaal op te wekken, weet Willem Stehouwer van Toyota Nederland.

Schaalgrootte

Voor grote spelers als Shell of Air Liquide wordt het aanbieden van groene waterstof commercieel pas interessant als ze er grofweg meer dan 100 kilo per dag van af kan zetten, weet Stehouwer, maar bedrijven hebben veel meer redenen om er mee aan de slag te gaan: ze besparen bijvoorbeeld tijd voor het verwisselen van batterijen, of willen hun CO2-uitstoot reduceren. Als je die factoren meeweegt, wordt een waterstoftankstation ook voor veel kleinere hoeveelheden rendabel.

Met die gedachte bundelt het bedrijf haar krachten met de gemeente Ede, Greenpoint en een aantal buurbedrijven. De windmolen die electrolyse aan moet gaan drijven staat er inmiddels, de electrolator zelf volgt dit jaar. Zodra het waterstofstankstation opent, moeten ook heftrucks en waterstoftrucks van andere bedrijven er kunnen komen tanken.  

Regels

Een jaar geleden hadden initiatiefnemers van openbare waterstoftankstations nog wel eens problemen met gemeentes die geen vergunning afgaven omdat ze geen kader hadden om het aan te toetsen, weet Stehouwer, maar inmiddels hebben zoveel gemeentes conceptrichtlijnen dat dat geen probleem meer is. Een vergunning voor het demonstreren en experimenteren met het mobiele waterstoftankstation dat in april op de markt komt, hoeft niet langer dan zes weken te duren.

Ede staat niet alleen in haar initiatief voor een tankbare waterstofvoorziening. In Noord-Nederland probeert het consortium Duwaal een hele keten van duurzame duurzame waterstofproductie opzetten. Waterstofleverancier HYGRO, windturbinefabrikant Lagerwey en onderzoeksinstituut Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) plaatsen de eerste ‘waterstofmolen’ ter wereld begin 2019 in Wieringermeer op het windturbinetestveld van ECN. Daarna hoopt het consortium de distributie naar minstens vijf waterstoftankstations en honderd brandstofcel elektrische vrachtwagens te realiseren.

Lees ook:

Auteur: Klaartje Jaspers

1 reactie op “Energietransitie vraagt infrastructuur voor groene waterstof”

Peter Middelkoop|28.02.18|18:31

In Nederland hebben we al de infra structuur volgens Ab van Wijk van de TU Delft. Maar auto’s met een brandstofcel hebben geen pompstation nodig. De elektriciteit bedrijven proberen ons alleen maar bang te maken voor waterstof.
Dit is niet nodig bij de nieuwe brandstof cellen je hebt geen tank nodig. Ja een tankje voor water.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.