Scherpe kritiek op advies over mainportbeleid,
Rotterdamse haven en Schiphol boos

4 juli 2016Vrijdag bood de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli) zijn advies over het mainportbeleid aan de ministers van EZ en I&M aan. Nog dezelfde dag komt de directeur-generaal bereikbaarheid van I&M, Mark Frequin, met keiharde kritiek: ‘Het buitenland lacht ons uit om deze visie.’

Wat is er aan de hand?
De Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur zette in zijn advies over het te voeren beleid rond o.a. de Rotterdamse haven en Schiphol vraagtekens bij de betekenis van de mainports voor de Nederlandse economie. Ze zijn niet meer zo belangrijk dat het kabinet er een apart beleid voor zou moeten voeren. Het doorvoeren van containers levert volgens de Raad ‘nauwelijks nog extra economische activiteit’.
Door de energietransitie en de opkomst van de biobased economie zal de positie van de Rotterdamse haven en van de luchthaven Schiphol gaan veranderen. De Rotterdamse haven is voor de helft afhankelijk van fossiele brandstoffen.
Een nieuw kabinet moet daarom een ander beleid voeren. Geen apart beleid meer voor de haven van Rotterdam en voor de luchthaven Schiphol, maar een ‘integraal beleid om de concurrentie­positie en het vestigingsklimaat van Nederland te versterken’. Met andere woorden: geen voorkeursbehandeling meer.

Het FD noteert scherpe kritiek op het advies en regelrechte boosheid.
Over de kritiek van Mark Frequin:
‘(…) In Frequins ogen komt de RLI niet met een visie, maar draagt het instituut het succesvolle mainportbeleid alleen ten grave. ‘U geeft geen antwoorden.’ Frequin had een sportvergelijking in petto. ‘U zegt eigenlijk dat Nederland moet overschakelen van voetbal op curling. Het buitenland lacht ons uit om deze visie. Die denken ”ga je gang maar”. (…) De harde kritiek op RLI is niet verwonderlijk. De Raad stelt immers een beleid ter discussie dat al dertig jaar de kern van het overheidsbeleid is: de internationale positie van Schiphol en de Rotterdamse haven. (…)’
Het FD noteert dat er grote boosheid is bij het havenbedrijf Rotterdam, Schiphol en de ondernemersorganisatie Deltalinqs. De Rotterdamse haven vreest positie te verliezen ten opzichte van Antwerpen en Hamburg.

Over de boosheid in Rotterdam:
‘(…) ‘In de analyse van het mainportbeleid kunnen we ons deels vinden, maar in de conclusies niet. Die zijn fundamenteel fout’, zegt Bas Janssen, directeur van de Rotterdamse ondernemersvereniging Deltalinqs. Hij pleit juist voor een nieuw mainportbeleid. ‘Noem het een mainport 2.0. Maar de centrale overheid moet een rol blijven spelen in de verdere ontwikkeling van de Rotterdamse haven.’ (…)’

Brainport Eindhoven
De Volkskrant over het Rli-advies
‘(…) De Brainport Regio Eindhoven wordt bijvoorbeeld steeds belangrijker als economisch kerngebied en kan mooiere groeicijfers overleggen. Het kabinet zou er verstandig aan doen om de digitale infrastructuur van Nederland te versterken, interneteconomie te bevorderen en dat ook als een soort ‘mainport’ te beschouwen.
Te meer omdat de Rotterdamse haven en Schiphol steeds grote concurrentie en bedreigingen wacht, zo stelt de RLI. Het verdienmodel van de Rotterdamse haven bijvoorbeeld is sterk afhankelijk van fossiele brand- en grondstoffen. Dat maakt de helft van de overslag in Rotterdam uit, terwijl vergroening van de economie en klimaatafspraken een andere richting ingaan.
Schiphol ondervindt steeds meer concurrentie van luchthavens als Dubai en Istanbul en moet vrezen dat ontwikkelingen in de luchtvaartindustrie (kleine vliegtuigen met meer bereik) de betekenis als ‘transferhaven’ aantast. Om Nederland als distributieland en als aantrekkelijke vestigingplaats te versterken moet niet meer apart beleid voor de twee mainports worden gemaakt, zo concludeert de raad. (…)’

Reactie Havenbedrijf Rotterdam: ‘We zijn onderdeel van de energietransitie’
Uit een bericht van het Havenbedrijf
‘(…) Ontwikkelingen als klimaatverandering, energietransitie en digitalisering maken volgens het Havenbedrijf een mainportbeleid 2.0 juist nu noodzakelijk. (…) Met name klimaatverandering, energietransitie en digitalisering hebben een grote impact op het Rotterdamse haven- en industriecomplex. Het Havenbedrijf vindt juist daarom dat er sprake moet zijn van een gericht beleid om de noodzakelijke transitie succesvol te realiseren en zo de economische waarde van de mainport te behouden. Zo’n toekomstgericht mainportbeleid is gericht op het gebruik van data en ict om logistiek te optimaliseren en duurzamer te maken, op biobased brandstoffen en chemie, circulaire economie, hernieuwbare energie, benutting van havenwarmte, etc.
Een energietransitie komt er niet vanzelf. Die vraagt om beleid en investeringen voor bijvoorbeeld een warmtenetwerk, afvang en opslag van CO₂, biobased raffinage, opslag van windenergie (bijvoorbeeld door het om te zetten in waterstof), toepassing van het relatief schone LNG als transportbrandstof, etc. (…)  Bovendien vergen zowel digitalisering als energietransitie investeringen die het havengebied overstijgen en die niet alleen door private partijen kunnen worden gedragen, zie bijvoorbeeld de investeringen in warmtenetten. (…) Kortom: in tegenstelling tot wat de Rli suggereert is een mainportbeleid 2.0 hard nodig, gericht op het behouden en verder ontwikkelen van de economische waarde van het havencomplex. (…)’

Bronnen
FD, 2 juli 2016: De mainport mythe (Registratie)
FD, 2 juli 2016: Scherpe kritiek ministerie op rapport mainportbeleid (Registratie)
De Volkskrant, 2 juli 2016: ‘Belang Schiphol en haven van Rotterdam wordt overschat’ (via Blendle)
Havenbedrijf Rotterdam, persbericht, 1 juli 2016:Havenbedrijf vindt dat Rli verkeerde conclusie trekt
Zie ook
FluxEnergie, 1 juli 2016: Energietransitie: positie haven Rotterdam en Schiphol verandert
Rli, 1 juli 2016: Mainports voorbij
Rli, rapport, juli 2016: Mainports voorbij (pdf, 92 pag.)

Auteur: Redactie

Reageren op dit artikel is niet mogelijk.