2018: jaar van Wiebes’ wetten, waterstof en warmtenetten?

Als het aan minister van Economische Zaken en Klimaat Eric Wiebes ligt, krijgt Nederland de komende jaren te maken met veel nieuwe en gewijzigde wetten. Behalve de nieuwe Energie- en Klimaatwet, wil hij een einde maken aan bestaande belemmeringen die nieuwe vormen van hernieuwbare energie en de circulaire economie in de weg staan. Wordt 2018 het jaar van waterstof, warmtenetten en warmte-koude opslag uit Nederlands rijk vloeiende oppervlaktewater?

In een brief aan de Tweede Kamer gaf Wiebes eind 2017 al een aanzet voor de wetgevingsagenda die de energietransitie mogelijk moet maken. Naast de nieuwe Klimaatwet krijgen huidige belemmeringen die de transitie in de weg staan, zijn eerste aandacht. Daarvoor heeft hij twee wetsvoorstellen aan de Tweede Kamer voorgelegd, het wetsvoorstel Voortgang Energietransitie en de wijziging van de Warmtewet.

Bureaucratische belemmeringen

Om een circulaire economie te realiseren en innovatieve vormen van energieopwekking te faciliteren, krijgen betrokkenen vaak nieuwe rollen: huishoudens, boeren of afvalverbranders blijken bijvoorbeeld niet langer energieconsumenten, maar energieleveranciers. Momenteel zijn er veel regels die dat in de weg staan. Zo mogen waterzuiveringsinstallaties in principe geen energie opwekken uit slib, en staat wetgeving in de weg bij het gebruik van bestaande gasinfrastructuur voor alternatieve brandstoffen als waterstof.

Behalve Groningse actiegroepen die pleiten voor de overschakeling van aardgas naar waterstof uit hernieuwbare energie, is ook de grote industrie geïnteresseerd. Nuon, de GasUnie en het Noorse Statoil namen al stappen om in 2023 één van de drie units van de Magnum-centrale over te laten schakelen op waterstof. Tijdens het Havendebat Amsterdam liet ook Shell al weten dat het waterstof uit off shore windenergie ziet als een manier om de gasinfrastructuur in de Noordzee nieuw leven in te blazen.

Waterstof

In Zeeland wil chemiegigant Dow de bestaande aardgastransportleiding onder het Kanaal bij Terneuzen gebruiken om haar overtollige waterstof te leveren aan collega-bedrijven Yara en ICL-IP (voorheen Broomchemie). De samenwerking zou jaarlijks 4.500 ton waterstof moeten betreffen, 10.000 ton CO2 moeten besparen en 320 vrachtwagens van de weg afhouden, denken de partners.

Ook op het wegtransport zelf, wordt waterstof steeds populairder. In 2018 en 2018 zou de prijs van elektrische wagens snel omlaag moeten gaan. De prijs van de waterstofwagens – nu nog de belangrijkste reden om niet over te schakelen van diesel en LPG – moet daar snel op volgen.

Warmtenetten en oppervlaktewater

Behalve voor elektra en transport, gebruikt Nederland veel energie voor warmte. Om gebouwen van het aardgas af te krijgen worden warmtenetten uitgerold, waarmee restwarmte uit afvalverbranding, industrie en kassen gebruikt wordt om nabijgelegen gebouwen te verwarmen.

Daarnaast gaan bestaande gemalen gebruikt worden voor warmte-koudeopslag uit oppervlaktewater. Daarmee kunnen huizen in de winter verwarmd worden, en in de zomer gekoeld. Alleen al in de provincie Utrecht zou daarmee in bijna een kwart van de warmtevraag van gebouwen te voorzien zijn, meldt De Ingenieur. Een nieuwe woonwijk op het Utrecht Kanaleneiland gaat er dit jaar mee aan de slag.

Digitale handel

Om de handel in nieuwe bronnen van warmte en voormalig ‘afvalstoffen’ als waterstof, CO2, methaan te kunnen faciliteren, zijn nieuwe verrekenmethodes nodig. Bedrijven als CGI en Eneco werken daarom aan blockchain toepassingen waarmee de administratie van de betrokken partners gesynchroniseerd wordt, zodat op termijn ook kleinere gebruikers aan kunnen haken. Door tussenpersonen overbodig te maken, moeten dergelijke technologieën de circulaire economie ook op decentraal niveau kunnen uitrollen: huishoudens kunnen dan direct handelen met grootleveranciers.

Foto: Rijksoverheid, Arenda Oomen

Lees ook:

Auteur: Klaartje Jaspers

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.