Kankoyo mijnwerkerswijk naast Mopani mijn, Zambia

‘Neem mensenrechten mee in tenderprocedures wind op zee’

Voor Nederland is het fijn dat de kosten van windenergie zo dramatisch gedaald zijn, denkt ActionAids’s beleidsadviseur Maria van der Heide, maar de landen waar de grondstoffen voor de turbines gewonnen worden, krijgen vaak te maken met grootschalige mensenrechtenschendingen. Met haar groeiende macht, heeft de duurzame energiesector steeds meer kans om de mijnbouwbedrijven te verduurzamen. Pas als de hele keten ‘schoon’ is, is hernieuwbare energie ook duurzaam. 

Wie via het ministerie van Buitenlandse Zaken te maken krijgt met aanbestedingen in het buitenland, krijgt te maken met allerlei OESO-regels. Die moeten voorkomen dat onze producten hier gebaseerd zijn op het lijden van mensen in de gebieden waar de grondstoffen vandaan komen. Ook bij tenders in de duurzame energiesector moeten zulke maatstaven gaan gelden, adviseerden ActionAid en Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) afgelopen januari, na een gezamenlijk onderzoek naar mensenrechten in de windturbineketens. Onder leiding van de Nederlandse WindEnergie Associatie (NWEA) kijkt de sector daarom naar mogelijkheden om een convenant op te stellen waarin een dergelijke ketenverantwoordelijkheid opgenomen wordt.

(tekst loopt verder onder de kaart)

kaart herkomstgebieden grondstoffen in windturbines, SOMO/ActionAid rapport Human rights in wind turbine supply chains 2018

kaart herkomstgebieden grondstoffen in windturbines, SOMO/ActionAid rapport Human rights in wind turbine supply chains 2018

Monopolies

Dat de mensen in de herkomstgebieden van de grondstoffen nu nog een hoge prijs betalen voor de vooruitgang in de windenergie-industrie, blijkt uit situaties in landen als China, Brazilië en Zuid-Afrika, vertelt Van der Heide in een telefonisch interview. Een land als China produceert het grootste deel van turbine-ingrediënten als lood, aluminium, zink en molybdeen. Van zeldzame aardmetalen als dysprosium en neodymium heeft het zelfs 83 procent van de productie in handen. Dat maakt het lastig uit te wijken naar een andere leverancier, als de arbeidsomstandigheden van diens werknemers je niet aanstaan.

In het noord-Chinese Bactou weten ze wat dat kan betekenen: 90 procent van het neodymium dat gewonnen wordt voor de permanente magneten in turbines, komt daar vandaan. Om het zeldzame metaal te kunnen winnen, wordt het gemengd met een serie schadelijke stoffen, zoals radioactief uranium en thorium. Voor de productie van een ton neodymium zou tussen de 10 en 12 duizend kubieke meter aan giftige gassen vrijkomen, samen een heleboel verzuurd water en een ton radioactief materiaal. Sindsdien hebben de inwoners van Bactou te maken met radioactief grondwater, giftige lucht en een modderplaats van 120 vierkante kilometer. Planten, dieren en mensen werden ziek en stierven, terwijl het giftige water uit het meer de Gele Rivier inliep.

Groeiende machtspositie

‘Wij zijn vóór hernieuwbare energiebronnen als windenergie’, haast ActionAids’s beleidsadviseur zich te zeggen, ‘Juist deze mensen wonen in de gebieden die het hardst getroffen worden door klimaatverandering – het is voor hen dus ook essentieel dat we overschakelen op fossielvrije energie. Maar we moeten het wel doen op een manier die hen ook recht doet.’ Juist nu de hernieuwbare energiesector groeit en meer macht krijgt, kan ze zich sterk maken om invloed uit te oefenen op de mijnbouwindustrie, waar veel van het kwaad geschiedt.

ActionAid constateert verschillende vormen van mensenrechtenschendingen in de windturbine-industrie. Behalve het verontreinigen van de lucht en het water, zijn dat bijvoorbeeld ook arbeidsrechtenschendingen en belastingontduiking. In Zambia zag Van de Heide zelf hoe explosies van nabijgelegen mijnen de huizen van gemeenschap deed instorten. Die huizen waren voor veel mijnwerkers hun enige bezit: nadat de staatsmijnen geprivatiseerd werden, moesten de kompels hun huizen kopen, terwijl aan hun dienstverband een einde kwam. Voortaan moesten ze zich laten inhuren als freelance contractarbeiders, met alle onzekerheden vandien. Van de belasting die het mijnbedrijf zou moeten betalen, ziet de Zambianen in praktijk weinig terug. In plaats van de staat, bouwt het mijnbouwbedrijf een buurtschool en en ziekenhuis, waar je naar binnen mag voor een prijs die zij nooit zullen kunnen betalen.

Beleidscoherentie mist

De consortia die bieden voor projecten met wind-op-zee, zouden ketenverantwoordelijkheid moeten krijgen voor de fabrikanten van de turbine, zoals Vestos of Siemens. Die hebben een inspanningsverplichting om te kijken waar hun grondstoffen vandaan komen. Tot de smeltoven waar de ruwe grondstoffen tot hanteerbare basisproducten omgesmolten worden, is dat redelijk goed te doen, weet Van de Heide. Het hangt af van het materiaal: sommige ketens hebben maar vier stappen, andere tientallen. Dat is meer werk, maar het moet – zelfs als de grondstof afkomstig blijkt uit omstreden gebieden als de DR Congo, of geëxporteerd wordt uit landen waar de grondstof niet of nauwelijks voortkomt.

Hoewel het lastig kan zijn leveranciers met een monopolie vervolgens op misstanden aan te spreken, ziet Van der Heide verschillende mogelijkheden om dat te doen. In de VS is al wetgeving voor tin, goud, tantalium en wolfraam, en de EU wetgeving die hierover vorig jaar is aangenomen zal in 2021 van kracht worden. Het heeft al een conflictmineralenwetgeving aangenomen. Bovendien heeft Nederland zich gecommitteerd aan OESO richtlijnen. Hoewel het ministerie van Economische Zaken en Klimaat zich daar veel minder bewust van lijkt dan het Ministerie van Buitenlandse Zaken, heeft ook de energieportfolio hier een verantwoordelijkheid, benadrukt ze. Die beleidscoherentie staat nu niet op het vizier, maar moet er wel komen.

Auteur: Klaartje Jaspers

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.