Fig. 2-19: designated areas for offshore wind energy in the Dutch EEZ (Noordzeeloket 2015, via SENSEI 2016)

Oude Noordzee-gasinfra opent de weg voor groen waterstofgas

Het gaat zo’n 7 miljard kosten om de gasinfrastructuur in de Noordzee straks op te ruimen, verwacht Energiebeheer Nederland (EBN). Maar met de groei van off shore wind, weet TNO’s directeur gastechnologie Rene Peters, is straks ook een systeem nodig om de op zee gegenereerde energie aan land te brengen. Door bestaande infrastructuur te gebruiken voor waterstofgas uit wind, moeten de opruimkosten gereduceerd worden en het net ontlast worden. 

Zet een elektrolyse-installatie naast je windmolen, en je kan windenergie omzetten naar waterstofgas. Anders dan de elektra die nu uit wind gewonnen wordt, kan die waterstof ingezet worden wanneer het nodig is – bijvoorbeeld als het niet waait, of energie te duur wordt. Dit ‘groene’ waterstof kan bovenden niet alleen gebruik worden voor elektriciteit, maar ook als grondstof voor de industrie. Overbelasting van net kan voorkomen worden, en onbenutte gasinfrastructuur krijgt een tweede leven. Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn. TNO directeur gastechnologie Rene Peters geeft uitleg.

Breed consortium

Inmiddels zijn 21 partijen aangesloten bij de plannen om de gasinfrastructuur in de Noordzee te gaan hergebruiken, vertelt Peters. Onder hen zijn olie- en gasbedrijven als Shell, NAM, Total, Engie en Taqa – de eigenaars van de circa 150 platforms – maar ook toeleveranciers als Siemens, juridische adviseurs die de wettelijke belemmeringen bekijken en kennisinstituten als Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN), TNO en het Energy Delta Institute, EDI. Het consortium blijft groeien: zo kijkt ook de landbouwuniversiteit in Wageningen inmiddels mee: zij kijken welk effect de plannen zullen hebben op de biodiversiteit onder de platforms. 

(tekst loopt door onder het beeld)

TNO SENSEI 2016, table 0.2: possible options for short, mid and long term

Op het moment is de Noordzee bezaaid met een netwerk van grotere en kleine platforms, verboden met leidingen, aan elkaar en aan de kust. Een groot deel van die buizen is nog geschikt om waterstofgas door te vervoeren, concludeerde DNV onlangs. Of dat ook rendabel is, zal onder meer afhangen van de energiebehoefte: op het moment dat de energie direct gebruikt kan worden, kan het goedkoper zijn die direct via een naar land te brengen, maar op het moment dat er genoeg productieoverschot is, kan het lonen de windenergie om te zetten in waterstofgas. Dat kan dan verkocht worden als de prijs hoog genoeg is.

Elektrificatie platforms

Peters voorziet drie fases: tot 2023 ligt de focus op de elektrificatie van de platforms, die u nog op gas en diesel draaien, en op de opslag van CO2 in lege gasvelden. Pas op langere termijn, na 2030, moet de offshore windenergie op zee opgeslagen worden in de vorm van waterstof. Op zich is dat niet te laat, denkt hij, want de grote windparken die de technologie nuttig moeten maken, zullen er voor die tijd ook niet staan.

Vier olie- en gasbedrijven doen momenteel onderzoek of het elektrificeren van de platforms voor hen haalbaar is, vertelt Peters. Zij willen hun investering terug kunnen verdienen voordat ze stoppen met de productie van olie en gas. Ook EBN doet daar als aandeelhouders namens de Nederlandse staat onderzoek naar, maar de investeringsbeslissing is uiteindelijk aan de oliemaatschappijen.

CO2-opslag

Het staken van gas en olie voor de energievoorziening van de platforms op zee heeft weinig zin, als je bij het verbranden van de gewonnen fossiele energie alsnog een hoop CO2 de lucht in brengt, is de gedachte. Daarom kijkt het consortium ook naar de mogelijkheden om het CO2 dat elders vrijkomt in lege gasvelden te stoppen. Oranje Nassau Energie (ONE) heeft een platform dicht bij Rotterdamse haven, waar veel CO2 vrijkomt. Ook een gasveld van Taqa komt in aanmerking om de CO2 offshore op te slaan.

De vergunning voor CO2-opslag in het lege Oranje Nassau Energie-veld is al verleend, weet Peters, maar of ze het gaan doen is nog niet definitief besloten. We verwachten voor Nederland niet dat de combinatie van CO2-opslag en gaswinning zal leiden tot een veel grotere gasproductie, vertelt hij. Bij het K12B project van Engie is dat al uitgeprobeerd. Hoewel daarbij niet veel meer gas werd geproduceerd, kon de productie wel langer doorgaan. De opslag van CO2 is echter een omstreden dossier: hoewel het regeerakkoord voor Rutte III hier zwaar op in zette, bleek al snel dat de industrie de ambities volstrekt irreëel vond, en verschillende milieuorganisaties bovendien voorzagen dat de subsidie op CO2-opslag ten koste zou gaan van hernieuwbare alternatieven.

Wind to gas

Als de offshore CO2-opslag niet doorgaat kunnen de platforms voor een deel gebruikt worden voor waterstofproductie op zee, denkt Peters. Van de circa 150 platforms die er nu staan, zouden er vijf tot tien gebruikt worden om een overschot wind om te zetten in waterstof. Het gaat dan met name om de grotere platforms, verder op zee, maar dat zijn tegelijk de duurste om te ontmantelen. Op de geraamde 7 miljard voor het opruimen van de uitgerangeerde gasinfra, zou dat wellicht honderden miljoenen kunnen besparen, verwacht TNO.

Of waterstofproductie op zee gaat renderen, zal vooral afhangen van de kosten van conversie. Momenteel zijn die nog hoog, maar verschillende partijen kijken nu hoe dat goedkoper kan. Daarnaast moet gekeken worden welke platforms daarvoor in aanmerking komen. Dit jaar hoopt Peters met verschillende partners uit het consortium te besluiten tot een kleine pilot. “We moeten beginnen met kleine installaties van 5 -10 MW, en dan opschalen naar 100 MW. Dat past op nog op een groot platform, 50 tot 100 kilometer van het land, zoals Ijmuiden Ver. Als dat lukt, gaan we kijken naar installaties met GWs, en daarvoor heb je wel een eiland nodig, zoals op de Doggersbank.” Voor we daar zijn, verwacht Peters, is het echter wel 2030, of waarschijnlijker: 2040. 

Lees ook:

Auteur: Klaartje Jaspers

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.