Henk Daalder (FNV)

“Nederland behaalt CO2-streefdoel door uitbesteden steenkoolverbranding”

Het huidige Nederlandse regeerakkoord streeft tegen 2030 naar een reductie van de CO2-uitstoot met 49% en naar de sluiting of ombouw van de vijf nog bestaande elektriciteitscentrales die draaien op steenkoolverbranding.

“Maar nu blijkt dat bij die 49% CO2-reductie in het regeerakkoord de woorden ‘in Nederland’ moeten worden gelezen,” zegt ingenieur, FNV-vakbondsman en onafhankelijk promotor van burgerwindparken Henk Daalder.

“Het doel van het sluiten van onze kolencentrales is niet CO2-reductie, maar het optisch opschonen van de Nederlandse boekhouding optisch op te schonen. De sluiting van onze kolencentrales verplaatst onze stroomproductie vanuit steenkool naar buitenlandse centrales, inclusief niet alleen de CO2-uitstoot, maar ook de banen.”

Het Planbureau voor het Leefmilieu signaleerde deze verplaatsing van de CO2-uitstoot begin 2017 in een rapport, om het regeerakkoord en de regeringsformatie te voeden. Begin 2018 gebeurde dit opnieuw, als onderbouwing voor het klimaatakkoord. In beide rapporten is verplichte opvang en opslag van koolstof (CCS) de goedkoopste CO2-reductie. Het sluiten van de kolencentrales en daardoor ook het verplaatsen van de CO2-uitstoot, zou meer dan dubbel zoveel kosten.” Omdat het Planbureau de verplichte CCS als de goedkoopste vorm van CO2-reductie aanwijst, is het sluiten van kolencentrales een kostbare vergissing.”

Subsidies overbodig

“Zeer waarschijnlijk ziet het bedrijfsleven verplichte CCS bij alle centrales niet zitten, want daardoor wordt de stroom duurder. Maar omdat het nodig is, zouden verstandige bestuurders er toch voor moeten kiezen. Temeer omdat dan de SDE-subsidie overbodig wordt. Die vergoedt de onrendabele top van duurzame energie. Wanneer echter alle centrales CCS zouden toepassen, wordt alle fossiele stroom duurder en ontstaat er een meer gelijk speelveld met duurzaam opgewekte stroom. Natuurlijk blijft de goedkope buitenlandse stroom ook op der markt. Die kan ook een gelijk speelveld krijgen, door in de energiebelasting een fractie voor de CO2-uitstoot op te nemen. Door die fractie goed te kiezen, kunnen centrales met en zonder CCS goed concurreren, waarbij CO2-vrije stroom natuurlijk net even goedkoper moet zijn. De onderlinge concurrentie tussen centrales zorgt dan vanzelf voor de meest kosten effectieve vorm van CCS. Het overbodig maken van SDE-subsidies scheelt de huishoudens veel in koopkrachtverlies.”

België gebruikt geen steenkool meer om elektriciteit op te wekken. Maar Duitsland en Polen doen dit wel. “Duitsland haalt nu ca 60% van zijn stroom uit steen- en bruinkool. Gesteld dat het dit de komende twintig à veertig jaar afbouwt, dan zullen er altijd stukjes overcapaciteit blijven, die Nederlandse handelaren zullen kopen. Daarom is het opnemen van een CO2-fractie in de energiebelasting noodzakelijk.”

Er bestaan plannen voor een minimum prijs voor CO2, voert Daalder aan. “Die gaat geen CCS introduceren, maar vooral Russisch gas bevoordelen. Het lijkt onverstandig om onze afhankelijkheid van Russisch gas te vergroten. Steenkool kunnen we in diverse landen kopen, er is concurrentie. De levering van aardgas worden vooral bepaald door de ligging van de gasleidingen. Die komen vooral uit Rusland. Ook als alleen Nederland een minimum CO2-prijs zou invoeren, zal er een CO2-fractie in de energiebelasting nodig zijn om de import van goedkope Duitse stroom op een gelijkwaardige manier te behandelen als de Nederlandse stroom.”

Heel Europa moet mee bewegen

“Natuurlijk realiseren we ons dat de elektriciteit die tot nu toe door de Nederlandse kolencentrales wordt geproduceerd in de toekomst door de inzet van hernieuwbare energie en andere centrales geleverd wordt. En dat mogelijk ook buitenlandse kolencentrales zijn,” deelde het ministerie van economische zaken al aan Daalder mee. “Dat is precies de reden waarom het klimaatbeleid niet alleen gericht is op de reductie binnen Nederland. Daarom is in het regeerakkoord ook de ambitie opgenomen om de Europese doelstelling van ten minste 40% reductie in 2030 op te hogen naar 55%.”

De Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE) zit op dezelfde lijn. “Het klopt dat het bij het regeringsdoel en het klimaatakkoord gaat om CO2-reductie in Nederland. Wat ons betreft, is het belangrijk om daarom samen te werken met andere landen –maar ook om ondertussen onze eigen verantwoordelijkheid te nemen. Andere landen staan ook niet stil en Nederland is in Europa voorlopig bepaald geen koploper in duurzame energie. Reden genoeg om zelf hard aan de slag te gaan en ondertussen samen met anderen te werken aan hogere ambities en oplossingen die over landsgrenzen heen gaan; bijvoorbeeld met een hogere CO2-prijs en met de bouw van windparken in de Noordzee,” zegt NVDE-directeur Olof van der Gaag.

Auteur: Koen Mortelmans

Koen Mortelmans is freelance redacteur voor FluxEnergie en Nieuwsblad Transport.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.