Foto: Klimaatakkoord

Uiteenlopende reacties op Klimaatakkoord

Vrijdag heeft Ed Nijpels, de voorzitter van Nederlandse Klimaatberaad, het ontwerp van Klimaatakkoord, plechtig overhandigd aan de bevoegde minister, Eric Wiebes (VVD). Het is een uitvoerig document van 233 bladzijden, maar de reacties volgden al snel, sommige zelfs onder embargo, voor de officiële voorstelling.

Het (ontwerp tot) Klimaatakkoord bevat een omvangrijk samenhangend pakket waarmee Nederland in 2030 de uitstoot van CO2 met ten minste 49% zou kunnen terugdringen. De komende maanden rekent het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) de afspraken door.

“Het ontwerp-Klimaatakkoord kan voor een doorbraak zorgen,” zegt Olof van der Gaag, directeur van de Nederlandse Vereniging Duurzame Energie (NVDE). “Het ontwerpakkoord moet leiden tot twee miljoen aardgasvrije huizen, twee miljoen elektrische auto’s en 70% elektriciteit uit zon en wind in 2030, met een veel schonere industrie. Het is daarvoor cruciaal dat de politiek bereid is om de voorgestelde concrete maatregelen ook daadwerkelijk te nemen –en dat de doorrekening van PBL laat zien dat de maatregelen voldoende zijn. Anders is er een ‘derde helft’ nodig om alsnog extra maatregelen af te spreken, zonder onszelf rijk te rekenen. Wanneer er extra maatregelen nodig zijn om de doelen te halen, is dit de eerste optie: ‘vervuiling mag niet goedkoper zijn dan vergroening.’

Het overgrote deel van het ontwerp kan rekenen op de algemene instemming van de partijen die mee onderhandelden. “De definitieve steun van de partijen hangt mee af van de uitkomst van de doorrekening. Als die niet optelt tot 49%, gaan we door met onderhandelen tot het wel voldoende optelt. Alle partijen onderschrijven dit reductiedoel,” aldus voorzitter Nijpels, die de onderhandelingen coördineerde. Het ontwerp van het Klimaatakkoord is de opvolger van het voorstel voor de hoofdlijnen van afgelopen zomer.

“Bij alle maatregelen is het uitgangspunt dat de transitie voor iedereen haalbaar en betaalbaar blijft. De kosten moeten voor huishoudens te dragen zijn. De concurrentiepositie van bedrijven en daarmee de banen van mensen moeten ook behouden blijven. De lasten moeten op rechtvaardige wijze verdeeld worden om het draagvlak voor de transitie te behouden.”

Verantwoordelijkheid voor politici

“Het verdelingsvraagstuk is bij uitstek een politiek vraagstuk. Dat kunnen en willen de partijen niet onderling oplossen. Zij vragen van de politiek heldere en rechtvaardige keuzes in de verdeling van lusten en lasten,” zegt Nijpels.

Het draagvlak onder het hangt samen met handelingsperspectieven van burgers, bedrijven en werknemers. Zo komen er voor bewoners bijvoorbeeld voorzieningen ter ondersteuning bij de overgang naar gasloze wijken en is voorzien in fiscale voordelen voor mensen die een elektrische personenauto’s aanschaffen. Het industriebeleid is erop gericht bedrijven die vooroplopen te belonen en achterblijvers te bestraffen. Het arbeidsmarktbeleid ervoor zorgen dat er voldoende gekwalificeerde arbeidskrachten worden opgeleid om de transitie uit te voeren. Aan de andere kant moeten mensen die door de transitie hun baan dreigen te verliezen zoveel mogelijk naar nieuw werk worden geholpen.

Milieuverenigingen teleurgesteld

In een gezamenlijke reactie noemen Natuur & Milieu, Greenpeace, Milieudefensie, de Natuur- en Milieufederaties, de Jonge Klimaatbeweging en vakbond FNV het Klimaatakkoord vaalgroen en flinterdun Klimaatakkoord. “Na bijna een jaar onderhandelen hadden wij gehoopt op een akkoord dat echt een antwoord biedt op de uitdaging waar Nederland voor staat: klimaatverandering tegengaan. Helaas gaat dit akkoord het klimaat niet redden.” Volgens deze organisaties zakt het Klimaatakkoord op drie fundamentele punten door het ijs: het zet vooral in op lapmiddelen die de fossiele industrie in stand houden, de afspraken zijn veel te vrijblijvend en de verdeling van de lusten en lasten is volstrekt scheef. De industrie zou nauwelijks opdraaien voor de kosten.

Toch zien ze ook lichtpuntjes her en der in het akkoord, zoals de doorgroei naar 70 à 80% groene stroom in 2030, maatregelen om 1,5 miljoen huizen van het gas te halen en de inzet op elektrisch rijden.

Biomassa

“Zonder biomassa haalt Nederland zijn hernieuwbare energie en CO2-emissie reductie doelen niet. De hoofdlijnen van het Klimaatakkoord presenteren een proces naar een integraal duurzaamheidskader. Dit mag de toepassing van biomassa dat al duurzaam is, niet tegenhouden. Nadere afspraken over de duurzaamheid, cascadering en beschikbaarheid van biomassa, moeten bestaande regelingen erkennen die de duurzaamheid van biomassa al garanderen, en passende regels maken waar dat nodig zou zijn,” luidt de reactie van Platform Bio-Energie (PBE) en de Nederlandse Vereniging van Biomassa Ketel Leveranciers (NVKL), die ook pleiten voor een directe betrokkenheid van de bio-energiesector bij de verdere uitwerking van het Klimaatakkoord.

“Het is belangrijk onderscheid te maken tussen de herkomst, aard en toepassing van de verschillende biomassa. 82%v van de bio-energie in Nederland wordt geproduceerd met behulp van lokaal verkregen biomassa. Dit zijn vooral rest-, snoei- en afvalstromen. Deze rest- en afvalstromen worden in toenemende mate gebruikt voor energieproductie en de duurzaamheid van deze biomassa staat niet ter discussie. Wanneer biomassa wordt geïmporteerd, moet de duurzaamheid ook geborgd zijn. De inzet van biomassa voor energie zal 60 tot 80% moeten groeien om de doelstelling te realiseren van 16% hernieuwbare energie in 2023. De beschikbaarheid van duurzame biomassa moet daarom worden vergroot.”

Waterstof

“Ondanks aandringen van diverse groeperingen blijft het kabinet zich alleen richten op elektrisch vervoer en waterstof. Er zijn oplossingen voor verlaging van het bestaande wagenpark die meer CO2- en fijnstofbesparing opleveren voor veel minder geld en die per direct beschikbaar zijn. Helaas lijkt het kabinet daar geen oog voor te hebben. Een gemiste kans waardoor de burger te veel moet gaan betalen voor CO2-besparing,” zegt Hans Verhoeven, woordvoerder voor Platform Autogas.

Tussenstap

De Nederlandse netbeheerders zien het ontwerp tot Klimaatakkoord als een belangrijke tussenstap. Bij de energietransitie staan voor hen drie sleutelwoorden centraal: voorspellen, verslimmen en verzwaren. Deze inzet zien de netbeheerders voldoende terug in dit conceptakkoord. Door slimmer met het huidige net om te gaan en planmatig te werken, kan de verzwaring zoveel mogelijk beperkt blijven. De uitdaging ligt de komende jaren in de uitwerking en uitvoering van het akkoord.

Zo kan bij de keuze van locaties voor windmolens en zonneparken rekening worden gehouden met de beschikbare ruimte op het net. Dat scheelt kosten en tijdrovende ruimtelijke procedures. Daarom is voorspellen de komende jaren zo belangrijk. De netbeheerders gaan aan de slag in de Regionale Energiestrategieën (RES) om samen met de regio’s te bepalen, waar, wanneer en hoeveel duurzame opwek er nodig is. In het concept-Klimaatakkoord van vandaag zijn op voorstel van de netbeheerders afspraken opgenomen over anticiperende netuitbreidingen, de hervorming van het aansluitkader en het tijdig betrekken van de netbeheerders in de vergunningverlening van duurzame opwek.

Ambitieus en realistisch

Ondernemersorganisatie Transport en Logistiek Nederland (TLN) is wel positief gestemd over het voorgestelde ontwerp tot Klimaatakkoord. “Het is voor transport en logistiek een mooie combinatie van stevige ambitie en gezond realisme geworden,” klinkt het daar. Toch had de CO2-reductie voor de sector liever eerder en nog effectiever aangepakt. TLN bepleit de invoering van een specifieke duurzame brandstof voor vrachtauto’s. Daar heeft het kabinet nog niet voor gekozen. Ook de invoering van de kilometerheffing voor vrachtauto’s eerder dan in 2023 blijkt niet haalbaar. Op die manier zouden transportbedrijven met de toegezegde terugvloeiing van de opbrengsten sneller hebben kunnen verduurzamen. Tijdige invoering van deze beide maatregelen had bovendien de accijnsverhoging van 2 cent op diesel waarvoor het kabinet wel kiest, voor de transportsector kunnen voorkomen.

TLN vindt het belangrijk dat er tot 2030 voor bestaande vrachtauto’s een overgangsregeling komt. “Dat is nodig omdat er nu nog nauwelijks elektrische vrachtauto’s te koop zijn en de komende jaren in het teken zullen staan van praktijktests. Daarom mogen nog niet afgeschreven euro 6-vrachtauto’s na 2025 nog een paar jaar gebruikt worden in de zero emissiezones. Bakwagens mogen tot 2030 niet ouder zijn dan 5 jaar en voor trekkers geldt een maximumleeftijd van 8 jaar. TLN is blij met deze duidelijkheid op grond waarvan ondernemers hun investeringen kunnen plannen. Gemeenten kunnen de versnelde toepassing van zero emissievrachtauto’s stimuleren met privileges. Dan kunnen uitsluitend elektrisch aangedreven vrachtauto’s bijvoorbeeld gebruik maken van parkeergelegenheid, busbanen of verruimde venstertijden.”

“Zoals het er nu naar uit ziet, zal het kabinet kiezen voor een accijnsverhoging van 1 cent op benzine en 1 cent op diesel in 2020. Daarnaast wordt de MRB-korting voor bestelauto’s in drie jaar met maximaal 72 euro verminderd. ‘De verduurzaming van transport heeft een prijs en die moeten we allemaal bereid zijn te betalen. Slim verdelen van de lasten is nodig om onze bedrijven competitief te houden en banen te behouden. De uitwerking van de voorliggende maatregelen gaat wat ons betreft vooral daarover,” aldus Machiel van der Kuijl, algemeen directeur Evofenedex, de sectororganisatie van bedrijven met een logistiek of internationaal belang.

Bijdrage warmtenetten zwaar overschat

“Zonder meetbare, narekenbare doelen en heldere afspraken wordt het een gok of we de klimaatdoelen van 2030 en 2050 behalen,” stelt Stroomversnelling. “Volgens de innovatie-organisatie heeft de sectortafel gebouwde omgeving de afgelopen maanden grote stappen gezet, maar moet het Klimaatakkoord op cruciale onderdelen beter.

“De helft van de klimaatdoelstelling die we in 2030 voor de gebouwde omgeving willen behalen, bereiken we door woningen aan te sluiten op warmtenetten. Stroomversnelling is een groot voorstander van duurzame, CO2-neutrale warmtenetten, maar heeft hier toch ernstige vraagtekens bij.
De beslissing om massaal op warmtenetten aan te sluiten, kan over een paar jaar tot hoge kosten en spijt leiden. En dat terwijl het Klimaatakkoord nu juist het spijtvrij-principe heeft omarmd: zorg dat je stappen neemt waar je later geen spijt van krijgt, maar doe het in één keer goed, in de juiste volgorde.” Daarom wil Stroomversnelling dat de heffing op de CO2-uitstoot van energiedragers ook voor warmtenetten zal gelden. “Voer de belasting meteen in als een woning op een warmtenet wordt aangesloten, zodat de bewoner weet dat het warmtenet nog niet duurzaam is. Anders kan hij later spijt krijgen van zijn aansluiting en dat willen we nu juist niet. De heffing is bovendien een noodzakelijke prikkel voor de warmtebedrijven om de warmtenetten te verduurzamen. Ook hier zou het spijtvrij-beginsel van toepassing moeten zijn. Leg geen warmtenetten aan als de bron niet binnen een afgesproken tijdpad verduurzaamd kan worden.”

Duurzame energiesector kan meer

“Het duurzame bedrijfsleven werkt graag mee aan de verdere uitwerking en uitvoering van het ontwerp-Klimaatakkoord, onder andere door bij te dragen aan verdere kostenreductie,” zegt Olof van der Gaag. “De duurzame energiesector kan en wil ook meer bijdragen aan CO2-reductie dan nu wordt gevraagd: de potentie van duurzame energie en besparing is groter dan wat er nu is afgesproken. Bijvoorbeeld voor de transitie in de industrie zijn er nog volop mogelijkheden om extra hernieuwbare elektriciteit te leveren voor groene elektrificatie. Het is verstandig om daar ook al op te zijn voorbereid en te zorgen voor versnelling van de doorlooptijd van projecten.”

Auteur: Koen Mortelmans

Koen Mortelmans is freelance redacteur voor FluxEnergie en Nieuwsblad Transport.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.